Het beleidsdoel Energietransitie is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 3-1-1 Duurzame opwek elektriciteit
We werken samen met onze RES-partners en houden ons aan de gemaakte afspraken om in 2030 6,3 tot 6,8 TWh voor Zuid-Holland te realiseren met grootschalige zon- en windenergie. Deze afspraken zijn gemaakt in 7 Zuid-Hollandse RES’en (Regionale Energiestrategieën) opgesteld en door Provinciale Staten, 51 gemeenteraden en 5 verenigde vergaderingen van waterschappen vastgesteld;
- Om duurzame elektriciteit op te wekken stimuleren wij allereerst zonnepanelen op daken, bedrijventerreinen en bedrijfspanden. We stimuleren bedrijven en coöperaties om zonnepanelen te plaatsen volgens de zonneladder, waarbij we inzetten op meervoudig ruimtegebruik;
- Voor windenergie willen we de zoekgebieden in de RES uitwerken naar concrete zoeklocaties en deze tot realisatie te brengen, desnoods met inzet van het provinciaal instrumentarium;
We streven naar heldere en navolgbare besluitvormingsprocessen zodat inwoners en andere betrokkenen kunnen meepraten en meedenken over en meewerken aan de realisatie van de duurzame opwek elektriciteit.
Wat hebben we bereikt?
In 2025 onderzocht de provincie de effecten van windenergie op de omgeving in Midden-Holland, Drechtsteden en Holland Rijnland. Hiermee heeft de provincie de voorwaarden bepaald om windenergie mogelijk te maken. De uitkomsten zijn vertaald naar gebieden die het meest geschikt zijn voor windenergie. Deze gebieden zijn opgenomen in de ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025. Het doel is om samen met partners windenergie te realiseren, ook op plekken waar dit nog niet goed op gang komt. Daarnaast helpt de provincie bij de ontwikkeling van zonne-energie, vooral op grote daken en op plekken waar zonne-energie goed samen kan gaan met andere functies.
In 2025 zette de provincie ook een belangrijke stap bij windenergie in Lansingerland. Het onderzoek naar de milieueffecten is afgerond en er zijn concrete locaties voorgesteld voor opname in de Omgevingsverordening. Daarmee komt de realisatie van ongeveer 15 MW aan windenergie dichterbij.
Ook motie 1609 is uitgevoerd. De provincie heeft een plan van aanpak gemaakt voor een toekomstbeeld van duurzame stroom na 2030. In dit plan staat ook hoe overheden en partners in de toekomst met elkaar samenwerken en besluiten nemen.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- Samen met de Regionale Energiestrategie (RES) regio’s werkte de provincie aan vervolgstappen voor opwek duurzame elektriciteit. Deze stappen bouwen voort op de routekaart RES, de afgeronde Omgevings Effect Rapportages (OER) en de keuzes in de Herziening Omgevingsbeleid 2025.
- Voor de opwek van duurzame energie na 2030 maakten we een plan van aanpak. Dit plan is in 2025 aangeboden aan Provinciale Staten. In het plan staat ook hoe overheden en partners in de toekomst samen willen werken en besluiten nemen (governance).
- De provincie werkte mee aan de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda (ISA) van het Rijk. Het Rijk wil met provincies toewerken naar afspraken over vraag en aanbod van schone energie in de toekomst (2030-2050). Het gaat daarbij om ruimtelijke keuzes, elektriciteitsopwekking, warmte, ruimte op het elektriciteitsnet en de rol van verschillende overheden. Hiervoor leverden we samen met partners input via een consultatieproces.
Realiseren van windenergie
- De provincie nam een ontwerp-voorkeursbesluit over de realisatie van windenergie in de gemeente Lansingerland. Bij de voorbereiding van het projectbesluit is volgens de procedure gewerkt en ervaring opgedaan met lokaal eigendom, financiële participatie en procesparticipatie. Daarbij werkten we volgens de vier D’s van participatie: doelen, dialoog, diversiteit en doorwerking. Deze kennis deelden we met de omgeving.
- De provincie keek samen met gemeenten hoe zij kon ondersteunen of bemiddelen. Ook werd bekeken of de provincie bevoegd gezag kon worden op plekken waar projecten achterlopen.
- Voor het project Brielse Maasdijk in Nissewaard startte de provincie een bemiddelingstraject. Voor de projecten Noordzee Boulevard en Brielse Brug in Voorne aan Zee hielp de provincie om de voortgang te versnellen.
- De provincie gaf subsidie voor het gebruik van transponder- en radartechniek bij windparken. Met deze techniek gaan de lampen op windturbines alleen aan als dat nodig is. Zo wordt hinder voor de omgeving verminderd.
Realiseren van zonne-energie
Voor zonne-energie gaven we 30 keer subsidie, voor in totaal € 500.000,- (Subsidieregeling Zonnig Zuid-Holland). Ook via andere subsidieregelingen (‘toekomstbestendige bedrijventerreinen’ en ‘lokale initiatieven’) droegen we in 2025 bij aan extra zonne-energie en dubbel ruimtegebruik. Bovendien hebben we een nieuw meerjarenplan voorbereid voor besluitvorming. In het kader van Opwek Energie Rijksgronden langs de A15 maakte de provincie afspraken met de betrokken gemeenten en Rijkswaterstaat over welke overheid bevoegd gezag is voor deze zonneprojecten.
Ruimte en landschap in de energietransitie/RES
- Voor zonnevelden werkte de provincie in 2025 aan ruimtelijke, landschappelijke en ecologische inpassing. Daarbij keken we naar provinciale en nationale kaders, met aandacht voor meervoudig ruimtegebruik, het beperken van zonne-energie in open landschappen en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving.
- Voor zonne-energie onderzocht de provincie of er juridische mogelijkheden zijn om zonne-energie op landbouwgrond en in natuurgebieden te beperken. Dit past in het zorgvuldig ruimtegebruik van de provincie.
- De provincie heeft samen met de RES-regio’s meegedacht en meebeslist over het versterken van de landschappelijke kwaliteit bij verschillende projecten voor duurzaam opgewekte elektriciteit. Dit onder andere door besluitvorming over het inzetten van hiervoor bestemde kwaliteitsbudgetten.
Samenwerken aan regionale energiestrategieën
- In 2025 stelden we een plan op om de regionale plan-MER voor de regio Rotterdam-Den Haag voort te zetten. Dit gebeurde nadat het plan-MER-traject binnen de RES was stopgezet. De provincie een uitgebreider onderzoek - een Omgevings Effect Rapportage (OER) - uitvoeren. Zo’n onderzoek is nodig om besluitvorming en realisatie van windenergie mogelijk te maken. Met de OER worden milieueffecten, ruimtelijke inpassing en systeemaspecten opnieuw en verdiepend onderzocht als onderbouwing voor vervolgbesluiten.
- De provincie ondersteunde het RES-proces in de zeven regio’s met kennisontwikkeling, actieve kennisdeling en financiële bijdragen. We hebben bijdragen geleverd aan kwaliteitsbudgetten voor RES Hoeksche Waard en RES Alblasserwaard voor verder onderzoek naar landschappelijke inpassing voor de zogenoemde ‘locatie S’. We leverden een bijdrage aan de RES-samenwerking Rotterdam-Den Haag en we droegen bij aan een onderzoek naar grootschalige batterijopslag.
- Tot slot monitorden we de voortgang van het RES-bod in de verschillende regio’s en maakten we voortgangsdocumenten inclusief de appreciatie van Gedeputeerde Staten.
Uitwerken RES-zoekgebieden zon en wind
- In 2025 stelden Gedeputeerde Staten op basis van de Omgevings Effect Rapportage de ontwerp Herziening Omgevingsbeleid 2025 vast. Hierin zijn voor de RES-regio’s Drechtsteden, Midden-Holland en Holland Rijnland de best beoordeelde gebieden voor windenergie opgenomen. Dit een tussenstap in het proces, waarna een modulaire herziening volgt waarbij gebieden worden vertaald naar locaties voor windenergie in de Omgevingsverordening. Dit proces is erop gericht dat we op een zorgvuldige wijze voldoende windenergie kunnen realiseren.
- In Alblasserwaard optimaliseerden we de eerdergenoemde ‘locatie S’, in overleg met betrokken gemeenten, initiatiefnemers en andere partijen. We deden dit om tot een betere ruimtelijke inpassing en optimalisatie van de productie van windenergie te komen. Hierbij hielden we rekening met effecten op het landschap, op de omgeving en met andere belangen.
Verbinden van energietransitie aan andere ruimtelijke opgaves
In de plannen voor de Herziening Omgevingsbeleid 2025 (waaronder de plaatsingsvisie voor windenergie), de daaropvolgende modulaire herziening voor Holland-Rijnland, Midden-Holland en Drechtsteden en het plan voor het vervolg van de regionale plan-MER voor Rotterdam Den Haag is afstemming gezocht met andere ruimtelijke opgaven en integratie daarvan, zoals natuur, landschap en cultuurhistorie.
Beleidsprestatie 3-1-2 Lokale initiatieven en inclusieve energietransitie
Wij streven naar een percentage van minimaal 50% lokaal eigendom van energieproductie in Zuid-Holland. Daarmee willen wij lokale betrokkenheid en eigenaarschap bij energieprojecten stimuleren en zorgen dat de omgeving meedeelt in de voordelen van energieproductie van eigen bodem. We verwachten dat dit ook bijdraagt aan de participatie bij en het draagvlak van energieprojecten.
Wij zetten ons in om de energietransitie toegankelijker te maken voor doelgroepen die niet vanzelf meekomen en hard geraakt worden door de hoge energiekosten.
Wat hebben we bereikt?
Met het programma ‘Eerlijke Energietransitie’ wordt gewerkt aan de sociaal-maatschappelijke kant van de energietransitie. Voor het draagvlak van de energietransitie is het belangrijk dat inwoners het steunen. Daarom spraken we met gemeenten en lokale partners over een rechtvaardige transitie en ontwikkelden we inzicht hierin.
De provincie maakte de energietransitie toegankelijker voor doelgroepen die niet vanzelf meekomen. Dit deden we door de lokale praktijk te koppelen aan landelijke programma’s. We zetten in op verbinding tussen de lokale praktijk en landelijke programma’s om de energietransitie toegankelijker te maken voor doelgroepen die niet vanzelf meekomen. We zorgden voor kennisdeling met Rijk, regio’s, gemeenten en maatschappelijke partners.
Met steun van de provincie kregen lokale initiatieven veel energieprojecten van en voor bewoners voor elkaar. Deze projecten dragen bij aan de energietransitie doordat bewonersgroepen zich betrokken en verantwoordelijk voelen. Als bewoners de eigenaar zijn van zon- of windprojecten (‘lokaal eigendom’) of samen energie besparen, draagt dat ook bij aan een eerlijke energietransitie. De provincie ondersteunde lokale initiatieven zodat die meer kennis en capaciteit hebben. Verder zijn er afspraken gemaakt tussen lokale initiatieven en gemeenten om goed samen te werken.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Lokaal eigendom
- De provincie ondersteunde energieprojecten van lokale initiatieven met de subsidieregeling Lokale Initiatieven Energietransitie. Hier is circa € 600.000,- voor ingezet.
- In 2025 is de regeling actief gepromoot voor meer bekendheid bij verschillende doelgroepen. We droegen € 300.000 bij aan het projectbureau Energie Samen Zuid-Holland. Het projectbureau ondersteunt lokale energiecoöperaties en helpt bij verdere ontwikkeling.
- De provincie onderzocht hoeveel lokaal eigendom er al is gerealiseerd in Zuid-Holland.
- De provincie is gestart met een uitvoeringskader. Dit zorgt voor duidelijkheid over afspraken en verantwoordelijkheden bij windenergie initiatieven om tot lokaal eigendom te komen.
- We hebben bewonerscollectieven geholpen met de aanleg van zes mini-warmtenetten.
Stimuleren lokale initiatieven
- We organiseerden de ‘Energie Generator’. Dat is een traject waarin gemeenten en energiecoöperaties onder begeleiding werken aan de lokale energietransitie. Dit jaar deden vijf gemeenten en energiecoöperaties hieraan mee.
- We organiseerden een ‘community of practice’ en een ‘doe- en leerkring’. Aan beide activiteiten namen gemeenten, lokale initiatieven, maatschappelijke partners en andere partijen deel. Zij kwamen samen om kennis te delen en hun netwerk te versterken.
- Op 10 november organiseerden we een inspirerende bijeenkomst met 25 klimaatburgemeesters. Zij kregen een duurzame ambtsketen omgehangen als waardering voor hun vrijwillige inzet voor duurzaamheid in Zuid-Holland.
- De provincie droeg kennis en financiële middelen bij aan verschillende wijkprojecten. Dit had directe impact op bewoners, en leidde bijvoorbeeld tot de training van energiecoaches. Die konden vervolgens bewoners informatie geven over hittestress. Een ander voorbeeld was de energiearmoede-aanpak voor welzijnsorganisaties.
- Bij drie gemeenten realiseerde de provincie een actieleertraject over energierechtvaardigheid. Verder werd met TNO samengewerkt om rechtvaardigheidsdillema’s in de energietransitie uit te werken.
Beleidsprestatie 3-1-3 Warmte transitie in de gebouwde omgeving en glastuinbouw
De provincie streeft ernaar het gebruik van aardgas te verminderen door energiebesparing en door warmtebronnen in onze eigen provincie te benutten. Daarbij werken we aan de landelijke doelstellingen voor een klimaatneutrale gebouwde omgeving in 2050 en een klimaatneutrale glastuinbouw in 2040. In lijn met het Klimaatakkoord verlagen we de CO 2 -uitstoot in 2030 met 40% ten opzichte van de actuele uitstoot.
- We willen het beleid van het Rijk en gemeenten verbinden op het gebied van de warmtetransitie.
- We versterken de gemeentelijke regierol voor de warmtetransitie en zorgen voor onderlinge verbinding tussen gemeenten.
- We versnellen bovenlokale warmtenetwerken en willen deze in publieke handen geven.
- We stimuleren innovaties op het terrein van lokale en regionale energieopslag.
Wat hebben we bereikt?
- Het warmtesysteem Zuid-Holland heeft op basis van het adviesrapport 'Vlottrekken van Warmte in Zuid-Holland' de nationale nMIEK-status verkregen. nMIEK staat voor nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat. Projecten met deze status krijgen prioriteit in de planning en uitvoering van energie-infrastructuur. Het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) heeft een programmamanager aangesteld om het Warmtesysteem Zuid-Holland verder vorm te geven. Dit gaat om restwarmte, om het transport van warmte en om het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van warmte.
- De provincie werkte in zes clusters aan regionale warmtesystemen. De provincie streeft hierbij naar clusterdeals met het Rijk. Voor het cluster Oostland ondertekende de provincie in mei een intentieovereenkomst voor de ontwikkeling van een regionaal warmtenet.
- Voor regio’s buiten het grootstedelijk gebied zette de provincie het Netwerk Lokale Warmteoplossingen op. Hierin werkten we aan stimulering, kennisdeling en ontwikkeling van lokale oplossingen in de warmtetransitie.
- Het warmtetransportnet WarmtelinQ werd in 2025 verder aangelegd en zelfs onder de Nieuwe Maas bij Vlaardingen doorgetrokken. Voor het gedeelte tussen Rijkswijk en Leiden is een financiële oplossing gevonden.
- Naar aanleiding van een verkenning besloten GS dat de provincie een meer coördinerende rol in de warmtetransitie neemt, maar geen directe deelnemer in warmtebedrijven wordt.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Bevorderen duurzame verwarmingsvoorziening
- Via adviesbureau Fakton ondersteunde de provincie meerdere gemeenten die met hun warmteprojecten aan willen sluiten op WarmtelinQ.
- De provincie ondersteunde gemeenten buiten het grootstedelijk gebied via het Netwerk Lokale Warmte-oplossingen. Dit netwerk is gericht kennisdeling en uitwisseling van ervaringen.
- Binnen het samenwerkingsverband EnergieRijk Den Haag (ERDH) zijn met netbeheerder Stedin en vervoermaatschappij Haagse trammaatschappij (HTM) afspraken gemaakt over maatregelen die netcongestie tegengaan.
- Ook zijn er vanuit ERDH meerdere kennissessies georganiseerd rondom energiehubs, werken in transities, en over de nieuwe energiewetgeving,
- De provincie heeft gemeenten regelmatig geïnformeerd over actuele ontwikkelingen in de warmtetransitie, bijvoorbeeld over natuurvriendelijk isoleren. Met Rijksbudget ondersteunde de provincie gemeenten met Soorten Management Plannen die daarvoor nodig zijn.
- We droegen bij aan kennis over besparing voor meerdere specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld voor maatschappelijk vastgoed, bedrijventerreinen en erfgoed.
- We hielden meerdere stakeholderbijeenkomsten om bovenlokale warmtesystemen en energiebesparing een plek te geven in het aangepaste Provinciaal Omgevingsbeleid. Het toekomstig warmtesysteem krijgt ook een plek in het toekomstbeeld energie. De provincie heeft een afwegingskader koude en warmte ontwikkeld.
- Vanuit de Europese subsidieregeling Kansen voor West 3 zijn er middelen beschikbaar gesteld aan projecten op het vlak van midden temperatuur-opslag en hoge temperatuur-opslag. Ook heeft de provincie voucherregeling opgesteld voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed
- De provincie monitorde warmteprojecten die opgenomen zijn in het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (pMIEK). Ook organiseerden we pMIEK-bijeenkomsten met stakeholders. We koppelden informatie uit de verschillende warmteprojecten en onderzoeken terug naar de stuurgroep nMIEK. Dat is de nationale variant van de eerdergenoemde pMIEK. Verder ondersteunden we de werkgroepen van het nMIEK warmtesysteem Zuid-Holland.
- We zijn een meerjarige overeenkomst aangegaan met de Dutch Green Building Council (DGBC) om ons te adviseren rondom de bouwregelgeving.
- We ondersteunden warmtecoöperaties en collectieven in glastuinbouw vanuit de Gebiedsaanpak Energie.
- De provincie organiseerde bijeenkomsten over de restwarmteketen in de glastuinbouw.
- De provincie ondertekende een nieuw Energie Akkoord 2026-2030 met Greenports West Nederland.
- We ondersteunden het gebruik van WarmtelinQ door gemeenten te helpen die bij WarmtelinQ willen aansluiten en via het nationaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (nMIEK).
- De provincie heeft een subsidie van €1,96 miljoen verstrekt voor het opwaarderen (‘overdimensioneren’) van de geplande warmtetransportleiding naar Zuidplas. Door vergroting van leidingen kunnen delen van de gebouwde omgeving in de regio worden aangesloten op duurzame warmte. We werken met de regionale partners aan het sluitend krijgen van de business case voor dit project.
- We deden onderzoek naar de verdere ontwikkeling van geothermie. Samen met EBN, TNO, de Energy Cave en de gemeenten Den Haag en Rijswijk werkten we aan de Duurzame Warmte Delta (DWD) waarin partijen in de warmteketen samenwerken aan stimulering van de warmtetransitie en van geothermie daarin.
- De provincie maakte deel uit van de beoordelingscommissie voor aanvragen van MKB’ers om onderzoek te doen bijhet Rijswijk Centre for Sustainable Geo-energy (RCSG). Hiervoor kunnen ze gebruik maken van vouchers uit de provinciale Kansen voor West-regeling.
- We onderzochten de beschikbaarheid restwarmte van de industrie in de Haven.
- De provincie onderzocht de invoedingsmogelijkheden van warmte op transportsystemen (WLQ) en regionale netten
- We hebben CE Delft een onderzoek laten doen naar de praktische haalbaarheid van zonthermie in de provincie Zuid-Holland.
- Voor aquathermie wordt de technische haalbaarheid en de bestuurlijke draagkracht in beeld gebracht in een onderzoek van de TU Delft.
- We startten vijf pilots voor middentemperatuur-opslag (MTO) in de glastuinbouw. Met partners monitoren we deze pilot en verzamelen we kennis over het onderwerp voor het provinciaal omgevingsbeleid. De provincie is één van de partners van een samenwerkingsovereenkomst waarmee de monitoring van deze MTO-pilots wordt georganiseerd om kennis op te doen voor het provinciaal omgevingsbeleid opvolgprojecten voor warmteopslag.
Beleidsprestatie 3-1-4 Klimaatneutrale en circulaire industrie
We leveren een bijdrage aan de nationale doelen om in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken en in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren;
Onze bijdrage richten wij specifiek op de Zuid-Hollandse industrie. Een groot deel van de nationale opgave ligt in de provincie Zuid-Holland en dan met name in het Haven Industrieel Complex (HIC) in Rotterdam: ruim 30 procent van alle industriële CO 2 -uitstoot in Nederland is afkomstig uit provincie Zuid-Holland.
We stimuleren de Zuid-Hollandse industrie met het behalen van de voor de sector industrie vastgestelde NOx-emissiereductiedoel van 38% in 2030 ten opzichte van 2019.
Wat hebben we bereikt?
In 2025 leverden we een bijdrage aan de energie- en grondstoffentransitie. Doel van de transitie is een circulaire industrie die weinig CO 2 uitstoot.
In eerste instantie moet de industrie vooral zelf verduurzamen. We gaven de verduurzaming van de industrie een impuls door samenwerking in de regio te stimuleren. Samen met het Rijk gaven we financiële steun aan verduurzamingsprojecten binnen industriële ketens om deze verder te helpen. We richtten ons daarbij grotendeels op het Haven Industrieel Complex (HIC) in Rotterdam. Het HIC is verantwoordelijk voor meer dan 90% van de totale CO 2 -uitstoot door de industrie in Zuid-Holland. De provincie zette zich ook in voor vermindering van de CO 2 -uitstoot (en van andere stoffen) in andere delen in Zuid-Holland.
Via het ENERGIIQ-fonds droeg de provincie eraan bij dat vernieuwende bedrijven in de energie-innovatie, konden doorgroeien van startup naar scale-up. Hiermee wordt de kans groter dat deze bedrijven een bijdrage leveren aan de energie- en grondstoffentransitie.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- Via de omgevingsdiensten hebben we de verantwoordelijkheid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving voor ongeveer 350 industriële bedrijven.
- Samen met ondernemersvereniging Deltalinqs en overige partners stelden we het Deltalinqs Climate Program op. Hierin werken we samen aan energiebesparing, aan het opbouwen van circulaire industrie en aan het elektrificeren van industriële processen.
- In 2025 is de derde ronde van het Europese Just Transition Fund (JTF) opengesteld. Er was € 14 miljoen voor innovatie en € 6 miljoen voor human capital projecten beschikbaar. We gebruikten dit geld voor projecten die de regionale economie moeten versterken en op een duurzame manier vernieuwen.
- De provincie ondersteunde via Innovation Quarter het regionale innovatieprogramma Energie en Klimaat (E&K). Dit programma heeft vier thema’s: verduurzaming van de gebouwde omgeving, grootschalige opwekking en opslag van energie, industriële elektrificatie en circulaire grondstoffen in de industrie.
- Samen met andere overheden, bedrijven en kennisinstellingen deed de provincie mee met de taskforce Circulair van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). De taskforce houdt zich bezig met de uitvoering van de Circulaire Actieagenda Zuid-Holland.
Stimuleren van efficiency in de industrie
- De provincie gebruikte vergunningen, toezicht en handhaving om bedrijven efficiënter met energie en grondstoffen om te laten gaan.
- Samen met ondernemersvereniging Deltalinqs werkte de provincie aan energiebesparing bij industriële bedrijven. Met energie-innovatiestudies werd het energieverbruik van een heel fabriekssysteem doorgelicht en bekeken hoe het beter kan.
Vernieuwen van het energiesysteem van de industrie
- De provincie werkte samen met partners zoals het havenbedrijf, TU Delft, TNO, Gemeente Rotterdam en Innovation Quarter aan de oprichting van Europe’s Hydrogen Hub. Zo moet de haven uitgroeien tot het Europese centrum voor duurzame waterstof. In de Europe’s Hydrogen Hub komen alle facetten van waterstof samen: van productie tot toepassing.
- Er moet genoeg ruimte zijn voor nieuwe duurzame bedrijven en voor industrieën die duurzamer willen worden. Ook voor energie-infrastructuur is ruimte nodig. De provincie maakte hierover in 2025 afspraken met partners van NOVEX Rotterdamse haven: de uitvoeringsagenda 1.0. De provincie voerde deze afspraken uit. Een voorbeeld hiervan is dat de provincie samen met partners oplossingen voor ruimtegebrek in de Rotterdamse haven gaat onderzoeken (onderzoek naar nut, noodzaak en impact op de omgeving). Ook paste de provincie haar omgevingsbeleid hierop aan.
- In 2025 leverden we een regioadvies voor de Aanlandig van Wind op Zee op.
Vernieuwen van het grondstoffensysteem van de industrie
- De provincie presenteerde een rapport over mogelijkheden voor circulaire grondstoffen. Uit de studie bleek dat er een aantal circulaire ketens zijn die in alle toekomstscenario’s kansrijk zijn in het havengebied. De provincie wil de ontwikkeling van deze ketens versnellen. Daarom zet de provincie nu in op de ontwikkeling van een syngasketen in het Haven Industrieel Complex.
- Samen met ondernemersorganisatie Deltalinqs werkte de provincie aan een onderzoeksmethode om bedrijven te helpen slimmer met grondstoffen en reststromen om te gaan (grondstoffen-innovatie-studies). In 2025 financierde de provincie een eerste pilot.
- Samen met InnovationQuarter onderzocht de provincie of circulaire industriële start- en scale-ups tegen problemen aanlopen die de we kunnen weghalen (industry transformers overleg).
- Ook in 2025 droegen we bij aan het netwerk Groene Chemie Nieuwe Economie (GCNE). Dit platform wil de transitie van de chemie versnellen.
- We deden mee aan het European Chemical Regions Netwerk (ECRN). Gedeputeerde Arne Weverling is bestuurslid van dit netwerk geworden. Op deze manier droegen we bij aan eerlijke concurrentie voor duurzame bedrijven in Europa. Ook hebben we via dit netwerk de mogelijkheid om Europees beleid te beïnvloeden.
- We namen deel aan de taskforce Circulair en de taskforce Energietransitie van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Dit gaat bijvoorbeeld om het creëren van ruimte voor duurzame bedrijven.
- We hielden nationale en Europese regelgeving in de gaten die over de grondstoffentransitie gaat. Ook gaven we input voor nieuwe regelgeving.
Beleidsprestatie 3-1-5 Duurzaam energiesysteem
De energie-infrastructuur is de slagader van het toekomstige duurzame energiesysteem. We willen een slim en efficiënt energiesysteem dat beschikbaar is voor maatschappelijke opgaven in Zuid-Holland. We willen versnelling van de ontwikkeling en de ruimtelijke inpassing van elektriciteits-, groene waterstof- en warmtenetten.
Wat hebben we bereikt?
De provincie werkte samen met netbeheerders, medeoverheden en andere partners integraal aan een duurzaam energiesysteem. Het betreft een toekomstbestendig (regionaal) netwerk voor energievoorziening dat:
- op tijd beschikbaar is voor verschillende plannen in de omgeving;
- in de ruimte past;
- efficiënt benut wordt.
Met regionale energie-infrastructuur bedoelen we het netwerk dat in de regio nodig is voor warmte, stroom, duurzame gassen en voor het gebruik en vervoer van CO ₂ .
Voor het halen van de energietransitie-doelen is het belangrijk om op tijd voldoende energie-infrastructuur te hebben in Zuid-Holland. Maar ook voor andere doelen in deze sector speelt op tijd beschikbaarheid hebben van capaciteit op de energie-infrastructuur een hele belangrijke rol, zoals bij het bouwen van woningen, het opwekken van stroom of het sterker maken van de regionale economie.
De provincie werkte samen met netbeheerders, andere overheden en partners samen aan een duurzaam energiesysteem. Het betrof een (regionaal) energie-infrastructuurnetwerk dat klaar is voor de toekomst.
Onder de regionale energie-infrastructuur wordt infrastructuur van regionaal belang voor warmte, elektriciteit, duurzame gassen en CO 2 als grondstof en restproduct verstaan.
In 2025 was het energienet niet altijd op tijd beschikbaar. Dat bleek uit nieuwe onderzoeken van de netbeheerders over de drukte op het energienet.
We hadden te maken met een situatie van netcongestie, waarbij er niet altijd voldoende capaciteit op het energienet is om ontwikkelingen in de sector, zoals woningbouw, een aansluiting te bieden.
De noodzaak van het toekomstbestendig maken van het energiesysteem is dus urgenter geworden. We werkten in drie sporen om het energienet klaar te maken voor de toekomst en om problemen met drukte op het elektriciteitsnet te verminderen.
- Via het spoor Sneller Bouwen heeft de provincie betere procedures gestart om energieprojecten sneller in te passen in de omgeving. De provincie heeft daarbij per project geholpen om de ruimtelijke procedures te versnellen of om te voorkomen dat ze vastliepen.
- Via het spoor Beter Benutten, vooral via het Stimuleringsprogramma Energiehubs, hebben we de ondersteuning van 140 initiatieven gestart. Deze initiatieven helpen om het energiesysteem slimmer en efficiënter te gebruiken.
- Via het spoor Integraal Programmeren hebben we, met het vaststellen van het pMIEK 2.0, een belangrijke stap gezet naar het energiesysteem van de toekomst. Dit heeft concreet geleid tot een aanpassing van het omgevingsbeleid, namelijk de invoering van de Energietoets.
In het geheel is de rol van de provincie uitgebreid en de rol van de provincie is nu een meer vooruitlopende en sturende rol geworden. Dit zorgde voor een verbeterde samenwerking met de netbeheerders en meer richting geven door de provincie aan het bouwen van het energiesysteem van de toekomst
De Energieraad is het bestuurlijk overleg tussen provincie, netbeheerders, energieregio's, Gasunie, WarmtelinQ en het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). De Energieraad heeft in 2025 het startsein gegeven voor een gezamenlijk actieplan tegen netcongestie. Dit actieplan wordt in 2026 verder uitgewerkt.
Voor het halen van de energiedoelen hebben we voldoende energie-infrastructuur nodig in Zuid-Holland die continue beschikbaar is. Maar ook voor andere doelen is het belangrijk dat het energienet op tijd genoeg capaciteit heeft en tijdig uitgebreid wordt. Denk aan het bouwen van woningen, het opwekken van stroom en het sterk houden van de regionale economie.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK)
- De provincie bekeek mogelijke locaties voor toekomstige energie-infrastructuur. Passende locaties legde ze vast in het Omgevingsbeleid.
- In het provinciale meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat (pMIEK) 2.0 hebben we vastgesteld dat er in sommige regio’s op de lange termijn minstens één extra 150 kV ‑ station (of iets van gelijkwaardig niveau) nodig is.
- In het afgelopen jaar hebben we het proces opnieuw opgepakt, op basis van de nieuwste inzichten en wat we eerder hebben geleerd uit pMIEK 1.0. We hebben toegewerkt naar zoekgebieden in deze regio’s. Dit is een eerste stap richting mogelijke vastlegging in het Omgevingsbeleid.
- In 2025 hebben we veel gedaan om kennis te delen. Zo hebben we vier bijeenkomsten georganiseerd over energiehubs. We hebben ook een brede sessie gehouden met verschillende betrokken partijen, waarin we onder andere de resultaten van het pMIEK 2.0 hebben gedeeld. Voor de zomer hebben we een succesvolle werkconferentie over netcongestie gehouden. Daarnaast hebben we in december een memo over het ACM ‑ prioriteringskader gestuurd naar alle wethouders die duurzaamheid in hun portefeuille hebben.
- Daarnaast heeft via de Energieraad en de voorbereiding door ambtenaren daarover met vaste regelmaat kennisdeling plaatsgevonden met gemeenten, het ministerie van KGG en andere betrokkenen zoals Gasunie en warmtebedrijven. Het ging daarbij om de nieuwste ontwikkelingen rond netcongestie in Zuid ‑ Holland.
- Er is een GIS ‑ datatool gebouwd die inzicht geeft in de ruimtelijke gegevens van verschillende opgaven in de provincie, gecombineerd met informatie over het energiesysteem. Eind 2025 startte de provincie een pilot met Westland ‑ Infra. In deze pilot worden de ruimtelijke gegevens van de provincie samengevoegd met de systeemdata van Westland ‑ Infra. Door deze datalagen te combineren kan de provincie op grotere schaal de ruimte efficiënter indelen. Ook kunnen de netbeheerders eerder aangeven waar zij ruimte nodig hebben om hun netwerk uit te breiden. Deze samenwerking met Westland ‑ Infra wordt in 2026 verder uitgebreid, zodat we hier concrete lessen uit kunnen halen.
- In de ontwerp ‑ Herziening 2025 hebben we onder beleidskeuze 3.1.5 ‘Duurzaam energiesysteem’ een aantal punten aangepast en aangevuld.
- De tekst in de visie is beter aangesloten op het Toekomstbeeld Energiesysteem Zuid-Holland. De teksten van de bestaande maatregelen zijn bijgewerkt. Daarnaast zijn drie maatregelen toegevoegd: 3.1.5.3 Ondersteunen realisatie energiehubs, 3.1.5.4 Ruimtelijke verkenning voor toekomstige energie-infrastructuur, 3.1.5.5 Elektriciteitsopslagsystemen (EOS).
- In de omgevingsverordening is een Energietoets opgenomen én zijn extra regels voor ruimtelijke kwaliteit voor elektriciteitsopslagsystemen opgenomen.
- In 2025 was er vier keer een Bestuurlijk overleg met de Energieraad Zuid-Holland.
- Aansluitend op het ‘Toekomstbeeld energiesysteem Zuid-Holland 2050’ heeft de provincie in 2025 samen met de netbeheerders het pMIEK 2.0 opgesteld. Het pMIEK 2.0 bevat een lijst van belangrijke energie-infrastructuur projecten in Zuid-Holland die nodig zijn om in de toekomst voldoende energie te kunnen vervoeren voor wonen, werken en reizen in de provincie. In maart 2025 hebben Gedeputeerde Staten Zuid-Holland het pMIEK 2.0 vastgesteld.
- In 2025 is de pMIEK monitor over de voortgang van de projecten uit pMIEK 2.0 (dit is een actuelere versie dan de 1.0) verder uitgewerkt. Deze is elk kwartaal besproken in het bestuurlijk overleg, de Energieraad. We hebben concrete stappen gezet om deze monitor uit te breiden naar een datatool, waarmee we onze rol in monitoring kunnen versterken.
- Daarnaast hebben we bij veel pMIEK ‑ projecten meegewerkt, vooral bij het kiezen van locaties. Zo hebben we ervoor gezorgd dat de geplande inbedrijfsname data zoveel mogelijk in beeld blijven.
- Naar aanleiding van motie 1703 'Pak Regie op het stroomnet' werkten we aan een kader dat helpt bij het maken van keuzes en het nemen van stappen. Hierin wordt duidelijk gemaakt welke acties de provincie kan nemen wanneer projecten voor het versterken van het energienet vastlopen en in welke situaties de provincie het bevoegd gezag over genomen kan nemen.
- Het lokaal in evenwicht brengen van vraag en aanbod gebeurt op verschillende terreinen. Op bedrijventerreinen door middel van het ontwikkelen van energiehubs. De provincie ondersteunt sinds 2025 de ontwikkeling van energiehubs door het aanstellen van energie regisseurs.
- Voor nieuwbouw is een samenwerking met team Wonen opgestart op het gebied van toekomstbestendig bouwen. Daarnaast startte de provincie in samenwerking met Energie Samen Zuid-Holland en Zenmo een onderzoek naar het balanceren van woonwijken en bedrijventerreinen samen.
- Na het afronden van het pMIEK 2.0 hebben we de belangrijkste inzichten uit het opstellen ervan per regio gepresenteerd aan de gemeenten. In het voorjaar van 2025 is een brede stakeholderbijeenkomst georganiseerd. In het najaar zijn gemeenten uitgenodigd voor een toelichting op de startnotitie voor de volgende versie van het pMIEK. Ook konden zij op deze startnotitie reageren.
- In de tweede helft van 2025 hebben we de startnotitie voor de derde ronde van het integraal programmeren van het energiesysteem (pMIEK 3.0) opgesteld. In deze startnotitie staat dat de provincie verder werkt aan een methode om de samenhang tussen het energiesysteem en de ruimtelijke ontwikkelingen per gebied uit te werken.
- Ter ondersteuning van het pMIEK ‑ traject hebben we eind 2024 een datatool ontwikkeld: de TIP ‑ tool (Tool Integraal Programmeren). Deze tool is bedoeld voor beleidsmedewerkers, adviseurs en planologen die op gemeentelijk, regionaal of provinciaal niveau werken aan het energiesysteem en ruimtelijke vraagstukken. De TIP ‑ tool helpt bij het integraal programmeren van het regionale energiesysteem. De provincie heeft zich aangesloten bij het landelijke traject om dit soort hulpmiddelen verder te ontwikkelen.
Stimuleren van flexibiliteit en efficiëntie van het energiesysteem
- Er is in 2025 gewerkt aan een inpassingkader voor energie-infra projecten, dit krijgt een vervolg in 2026. Daarnaast is en intern een samenwerking opgezet met team Ruimte en wordt met de netbeheerders gewerkt aan verbeterde werkwijze voor de locatiekeuze en de ruimtelijke procedures rondom energie-infra projecten. Daarin worden lessen die in 2025 op casusniveau zijn opgedaan, geborgd.
- In 2025 hebben we gewerkt aan een richtlijn voor het plannen van energieprojecten. Dit krijgt in 2026 een vervolg. Daarnaast hebben we binnen de organisatie een samenwerking opgezet met het team Ruimte. Ook hebben we samen met de netbeheerders gewerkt aan een betere werkwijze voor het kiezen van locaties en voor de ruimtelijke procedures rond energie ‑ infrastructuurprojecten. De lessen die we in 2025 per project hebben opgedaan, hebben we daarbij vastgelegd.
- Om de huidige energie-infrastructuur beter te benutten is inzicht nodig. We moeten weten: Wat is de ruimte in het systeem? Hoeveel van die ruimte gebruiken we? Op welke momenten gebruiken we wat? Daarom is in 2025 de samenwerking met netbeheerders gezocht om deze data en inzichten te verkrijgen.
- Daarnaast hebben we energie regisseurs aangesteld die energiehub-initiatieven begeleiden naar oplossingen waarbij het beter benutten van het net centraal staat. Momenteel zijn er 140 initiatieven in Zuid-Holland. Samen met netbeheerders ontwikkelen we een gezamenlijke aanpak voor congestieverzachtende maatregelen (maatregelen die de druk op het net verminderen). Een belangrijk deel daarvan gaat over het slimmer gebruiken van het bestaande net.
- De provincie organiseert kennisbijeenkomsten over energiehubs en het energiesysteem van de toekomst. In 2025 hebben we vier kennissessies georganiseerd gericht op energiehubs. Daarnaast organiseerden we een conferentie netcongestie georganiseerd. We haakten daarnaast zoveel mogelijk aan op landelijke kennisdeling: we hadden een actieve rol bij de verdere ontwikkeling van het kennisplatform energiehubs en sluiten aan bij de koplopersgroep.
- De bedrijventerrein ambassadeurs en de energie regisseurs werkten nauw samen. De ambassadeurs bedrijventerreinen energievraagstukken schakelden de regisseurs in. Daarnaast informeerden deze ambassadeurs de energie regisseurs voor zij naar een nieuw terrein gingen, zodat de energie regisseurs goed voorbereid aan de slag gingen.
- Om de rol van energieopslag te kunnen bepalen is inzicht in het grotere systeem nodig. We hebben hiervoor in 2025 concreet de samenwerking gezocht met Westland-Infra. Dit om dit vraagstuk in een pilotgebied inzichtelijk te maken, en daarna op te schalen in de hele provincie. Als provincie weten we waar ruimte is voor een systeembatterij, Westland infra heeft inzicht in waar in het energiesysteem zo'n batterij nodig is. Door samen data te combineren (ruimte en energie) kan snel bepaald worden wat de ruimtelijke en energetisch meest logische plek is voor een dergelijke batterij. Samen hebben we in dit een pilotgebied onderzocht hoe energieopslag werkt en hoe we dit later kunnen toepassen in de hele provincie.
- In 2025 is daarnaast gewerkt aan de startnotitie van het pMIEK 3.0, waarin het verder uitwerken van de rol van opslag in ons energiesysteem als aandachtspunt is benoemd.
Beleidsprestatie 3-1-6 Kernenergie
Zuid-Holland is een energie-intensieve provincie en voor de energietransitie van de bebouwde omgeving en de industrie is een ruime en betrouwbare beschikbaarheid van CO 2 neutrale energie van levensbelang. De provincie sluit daarom op voorhand geen enkele CO 2 -emissievrije techniek uit.
De energiemix van de toekomst vraagt om stabiele, duurzame en betrouwbare bronnen. Kernenergie kan een bijdrage leveren aan deze toekomstige energiemix. Daarnaast kan het de afhankelijkheid van fossiele import buiten Europa verminderen. De provincie wil de potentie van kernenergie in de energiemix binnen de provincie verder onderzoeken en verkennen. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar kleine kerncentrales (SMR’s).
Wat hebben we bereikt?
Op verzoek van het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft de provincie meegedaan aan onderzoek naar Small Modular Reactors (SMR’s, kleine kerncentrales). In het vierde kwartaal van 2025 volg d en de de resultaten van dit onderzoek.
Het Rijk streeft naar meer grote kerncentrales. Optioneel zijn locaties in Zeeland en eventueel in Rotterdam/ Maasvlakte 2. De impact hiervan op de leefomgeving wordt zorgvuldig onderzocht. We hebben met de regiogemeenten ronde de Maasvlakte 2 een samenwerking opgezet om de effecten te inventariseren. Toegewerkt wordt naar een Rijk-Regiopakket voor grote kerncentrales voor het geval het rijk Maasvlakte 2 toch als locatie kiest. Er is gestart met een impactonderzoek naar de gevolgen van een mogelijke plaatsing van 2 nieuwe kerncentrales.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- De provincie heeft gereageerd op de concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau nieuwbouw kerncentrales van het Rijk (cNRD). In de cNRD staan de locaties die onderzocht worden voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Gezien het feit dat de 2e Maasvlakte is aangewezen als waarborglocatie voor de 2 nieuwe kerncentrales is ambtelijk het proces gestart om te komen tot een Rijk-Regiopakket. Dit doen we in samenwerking met de gemeenten in de regio.
- De provincie inventariseerde welke gemeenten en regio’s deel willen nemen aan het onderzoek naar de mogelijkheden van Small Modular Reactors (SMR’s of kleine kerncentrales). We stuurden in 2025 een brief aan alle Zuid-Hollandse gemeenten over het potentieonderzoek naar SMR’s in Zuid-Holland met de vraag welke gemeenten mee willen werken naar deze verkenning. Daarna is een samenwerking gestart met 3 gemeenten en 2 regio’s.
