Subsidies 2025 en Algemene subsidieverordening
Algemeen kader
Met ingang van 1 januari 2025 is de (nieuwe) Algemene subsidieverordening (Asv) in werking getreden. Ten opzichte van de (oude) Asv 2013, zijn enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo is het vaststellen van de subsidieplafonds nu de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten. Dit is meer in overeenstemming met het uitvoerende karakter van deze bevoegdheid. De situatie is hiermee in lijn gebracht met de al bestaande praktijk bij alle overige provincies. Verder wordt bij subsidies die vallen onder arrangement 2 nu altijd gevraagd om bij vaststelling de subsidie ook te verantwoorden met een beknopt financieel verslag. Aan de hand daarvan worden deze subsidies dan vastgesteld.
De nieuwe Asv sluit verder nog steeds zoveel mogelijk aan bij de ‘Aanwijzingen voor subsidieverstrekking’ van het Rijk. Dat zorgt voor minder administratieve lasten en uitvoeringskosten. Deze ministeriële regeling heet ook wel het Uniform Subsidiekader (USK). Hierbij wordt gewerkt met drie standaard arrangementen. De toepassing wordt in principe bepaald door de hoogte van het subsidiebedrag. We gebruiken hierbij de volgende uitgangspunten:
1 | Proportionaliteit en sturing op hoofdlijnen: verwerkt in onderstaande drie uitvoerings- en verantwoordingsarrangementen. | ||
|---|---|---|---|
Maatregel | Hoogte subsidiebedrag | Verantwoording | |
Arrangement 1 | Tot € 25.000 | Desgevraagd verantwoording over de activiteiten (doorgaans steekproefsgewijs). | |
Arrangement 2 | Vanaf € 25.000 tot € 125.000 | Verantwoording via inhoudelijk verslag en beknopt financieel verslag (steekproefsgewijze controle middels opvragen administratie). | |
Arrangement 3 | Vanaf € 125.000 | Verantwoording via inhoudelijk verslag en financieel verslag (doorgaans voorzien van controleverklaring accountant). | |
2 | Uniformering en vereenvoudiging: begrippen, berekeningswijzen en verplichtingen | ||
3 | Verantwoord vertrouwen en risicoacceptatie. | ||
In de praktijk zien wij nu hoe de subsidieverstrekkingen over 2025 op basis van de arrangementensystematiek zijn verlopen. Hier komt het onderstaande beeld uit naar voren:
Toepassing arrangementen
Arrangement | Verleende beschikkingen | Verleende subsidies (€) | |||
Aantal | % t.o.v. totaal | Bedrag | % t.o.v. totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
0 | Geen arrangement | 287 | 32,17 | 34.477.374 | 15,82 |
1 | € 0 - € 24.999 | 277 | 31,05 | 3.436.996 | 1,58 |
2 | € 25.000 - € 124.999 | 249 | 27,91 | 31.978.050 | 14,67 |
3 | € 125.000 of meer | 79 | 8,86 | 148.095.716 | 67,94 |
Totaal | 892 | 100 | 217.988.136 | 100 | |
Ter toelichting op bovenstaande tabel dient het volgende:
- De gepresenteerde cijfers in de bovenstaande tabel betreffen alle subsidies die de provincie zelf heeft verleend. De provincie gebruikt daarvoor het eigen subsidiesysteem EasyFunders. De subsidies die met een extern mandaat door andere organisaties namens Gedeputeerde Staten worden verleend, zijn niet opgenomen in dit overzicht. Deze organisaties maken geen gebruik van het subsidiesysteem van de provincie en kunnen hierdoor niet op dezelfde wijze rapporteren.
- Geen arrangement: De vereenvoudigde arrangementen worden niet toegepast als dit niet mogelijk is vanwege Europese cofinanciering, staatssteunregels en hogere nationale wet- en regelgeving. In dat geval geldt dat deze subsidies worden vastgesteld op basis van een inhoudelijke en financiële verantwoording. Financieel gezien beslaat deze categorie bijna 15,82%.
- Arrangementen 2 en 3: Ook bij deze arrangementen is sprake van een inhoudelijke en financiële verantwoording. De gevraagde financiële verantwoording voor subsidies onder arrangement 2 is laagdrempeliger en eenvoudiger dan bij arrangement 3. Financieel gezien beslaan deze twee categorieën bijna 82,61%.
- Arrangement 1: De subsidies die onder de arrangement 1 zijn verleend, beslaan 31,05% van het totaal aantal verleende subsidies, maar beslaan vanuit financieel opzicht slechts 1,58% van het totaal verleende bedrag. De verminderde controle op deze subsidies is hiermee in ieder geval proportioneel. Het financiële risico dat we over deze subsidies lopen is door de genomen beheersmaatregelen en het lage volume klein tot zeer klein te noemen. Naast de strengere controle op de begroting aan de voorkant en de steekproefsgewijze controle aan de achterkant, worden deze subsidies op de gerealiseerde activiteiten en het voldoen aan de subsidieverplichtingen beoordeeld. Worden de activiteiten niet gerealiseerd of is er niet voldaan aan de subsidieverplichtingen, dan wordt er lager vastgesteld.
