Het beleidsdoel Duurzame en veilige bereikbaarheid voor iedereen is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 2-1-1 Stimuleren transitie naar duurzaam, veilig en slim personenvervoer
De provincie wil dat iedereen zijn bestemming kan bereiken op makkelijke, snelle, veilige en duurzame wijze. De provincie streeft daarbij naar een toekomstbestendig Zuid-Holland.
Door groei van de bevolking en economie wordt het steeds drukker op wegen en fietspaden. Bovendien moet er de komende jaren veel onderhoud aan wegen en bruggen gedaan worden wat voor hinder gaat zorgen. De provincie zet zich - samen met andere overheden - in om deze overlast en de files te minimaliseren, bijvoorbeeld in het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen streeft de provincie naar nabijheid van wonen, werken, voorzieningen en goed openbaar vervoer zodat veel bestemmingen binnen 15 minuten te bereiken zijn, voor wie het kan en wil lopend of op de fiets, maar ook met openbaar vervoer en de auto. Ook in landelijk gebied streven we naar nabijheid van voorzieningen om de leefbaarheid te bestendigen, zeker daar blijft bereikbaarheid per auto een belangrijke rol spelen.
De grote woningbouwopgave is erbij gebaat om lopen en fietsen vanaf de ontwerpfase een prominente rol toe te kennen omdat actieve mobiliteit weinig ruimte per verplaatsing inneemt. Door de snelle opkomst van de elektrische fiets gaan meer mensen vaker en verder fietsen en de provincie stimuleert dat graag verder. Terwijl de meeste mensen thuis een fiets hebben, ontbreekt de mogelijkheid om te fietsen meestal na een reis met het openbaar vervoer. Daarom zet de provincie in op deelfietsen voor het laatste stukje van een reis.
De provincie vindt ieder verkeersslachtoffer er één te veel en streeft naar elk jaar minder verkeersslachtoffers en nul verkeersslachtoffers in 2050. De provincie werkt samen met andere wegbeheerders en organisaties aan een veilige infrastructuur en stimuleert verkeersveilig gedrag door middel van educatie en voorlichting. De provincie onderhoudt contact met politie en het Openbaar Ministerie (OM) over adequate handhaving.
Ruimte en middelen voor nieuwe infrastructuur zijn beperkt. De provincie kijkt daarom naar de mogelijkheden van nieuwe, digitale en innovatieve (data-)oplossingen om (vaar)wegen en fietspaden en openbaar vervoer nog beter te benutten.
Wat hebben we bereikt?
- Waar dat mogelijk was beperkten we samen met andere overheden de overlast van werkzaamheden aan wegen en bruggen. Dat deden we door samenwerking en afstemming in bijvoorbeeld het samenwerkingsverband Zuid-Holland Bereikbaar . Een voorbeeld hiervan is het onderhoud van de Hartelbrug.
- We openden het 25.000ste laadpunt in Zeeland en Zuid-Holland voor het opladen van elektrische voertuigen
- Wij hebben een periodiek overleg met de politie en het parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie ingesteld over effectieve verkeershandhaving. Dit heeft geleid tot meer mobiele flitspalen langs provinciale wegen in Zuid-Holland.
- We maakten afspraken met gemeenten en het Rijk over de bereikbaarheid van nieuwe woningen In Zuid-Holland . Het Rijk betaalt voor zestien projecten € 270 miljoen, waardoor bijna 30.000 woningen sneller gebouwd kunnen worden.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Bereikbaarheid door nabijheid
- We werkten aan afspraken met het Rijk en gemeenten voor het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Ruimte, Infrastructuur en Transport (BO MIRT) over de bereikbaarheid van toekomstige woningen nabij voorzieningen en openbaar vervoer. Dit hebben we bijvoorbeeld gedaan in de MIRT verkenning Oude Lijn , CID/Binckhorst en Nieuwe Oeververbinding Rotterdam (zie ook Beleidsprestatie 2-1-4).
- We voerden de snelstudie “De kracht van nabijheid “ uit. Die studie gaat over hoe we voorzieningen dichterbij onze inwoners kunnen brengen. Ook startten we met een regionale vertaling van het kabinetstandpunt “Bereikbaarheid op Peil” .
- Met onze mobiliteitstoets bespraken we een groot aantal ruimtelijke plannen en toetsten die op de parkeernormen en (on)gewenste aansluitingen op provinciale wegen. De plannen werden vaker in een vroegtijdig stadium voorgelegd voor advisering. Op ons advies werd het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteit als een dienst en Personenauto) vaker door gemeenten toegepast in de planvorming en zijn aanpassingen gedaan aan de voorgestelde oplossingen voor de bereikbaarheid.
Schonere mobiliteit
- Samen met de provincie Zeeland startten we een aanbesteding voor het plaatsen van zo’n 30.000 publieke laadpunten in 43 gemeenten tot en met 2030. We ondersteunden meerdere bedrijven en bedrijventerreinen om hun behoefte naar (gedeelde) laadinfrastructuur in kaart te brengen. Ten slotte analyseerden we wat de beste plaats is om het goederenvervoer snel te laten laden op hoog vermogen.
- We onderzochten via een marktverkenning of we provinciale gronden aan de markt kunnen aanbieden voor het realiseren van carports met zonnepanelen, waarbij het mogelijk is om ook te laden. We vonden nog geen haalbare projecten.
Slimmere mobiliteit & digitalisering
- In 2025 lanceerden, promootten en verbeterden we samen met andere provincies de gratis landelijke fietsapplicatie ‘Da’s zo gefietst’ om het fietsgebruik te stimuleren. Via deze applicatie verzamelden we informatie over fietsgedrag, zoals het aantal ritten, afgelegde afstanden en gebruikte routes. Deze inzichten gebruikten we om ons fietsbeleid en onze projecten te onderbouwen.
- Samen met de MRDH, het Rijk en de ruim 50 gemeenten brachten we in 2025 onze mobiliteitsgegevens verder op orde. We ondersteunden het regionaal datateam (onder de vlag van Zuid-Holland Bereikbaar) en namen deel aan het Digitaal Stelsel Mobiliteitsdata en de IPO-werkgroep waarin (landelijke) afspraken worden vastgelegd over mobiliteitsgegevens.
- Vanuit het Realisatiepact Rotterdam verkenden we een verdere uitrol van vrachtwagen-prioriteit bij verkeerslichten binnen onze regio (slimme logistiek). Daarnaast namen we deel aan het programma Cat4Yards over geautomatiseerd transport en de werkgroep digitalisering goederenvervoer. (zie ook Beleidsprestatie 2-1-3).
- We onderzochten binnen de concessie Zuid-Holland Noord de mogelijkheden voor deels zelfstandig rijdend openbaar vervoer op weg- en op busdepots. Hoewel dit een interessante ontwikkeling blijft, is het nog niet gelukt om dit toe te passen in de praktijk. Wel namen we zelfrijdend openbaar vervoer, innovatie en digitalisering op in de toekomstvisie openbaar vervoer .
- Binnen het Europese samenwerkingsprogramma Synchromode onderzochten we samen met 14 Europese partners hoe verkeersmodellen en kunstmatige intelligentie kunnen bijdragen aan het regelen van verkeersstromen bij grote evenementen, extreme stranddrukte en overlast door werkzaamheden in onze regio. We voerden een praktijktest uit tijdens het drukke Keukenhof seizoen en ontwikkelden een model voor overlast bij werkzaamheden.
Stimuleren bewust mobiliteitsgedrag
- We werkten samen met het Rijk, ProRail, de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH), de gemeenten Rotterdam en Den Haag en het Havenbedrijf Rotterdam aan de Bereikbaarheidsaanpak Zuid-Holland Bereikbaar . Hiervoor stelden we een koersdocument op voor de periode van 2026-2030. We hebben ervoor gekozen om ons vooral te richten op gebieden waar veel werkzaamheden gaan plaatsvinden.
- Bij renovatie, onderhoud, aanleg en verbetering van infrastructuur beperkten we de hinder zoveel mogelijk tot een aanvaardbaar niveau. We stemden planningen op elkaar af en communiceerden hier over met de omgeving.
- We grepen de hinderaanpak aan als een kans om reizigersgedrag te veranderen, om na de werkzaamheden blijvend op een andere manier te reizen.
- We ondersteunden werkgevers en moedigden hen aan om hun werknemers op een duurzamere manier te laten reizen. Dit deden we met onderzoeken naar reisgedrag en 1-op-1-gesprekken.
Vaker en verder fietsen door meer mensen
We werkten aan de bouwstenen voor nieuw fietsbeleid. Een eerste resultaat hiervan is de oplevering van ons nieuwe fietsprognosemodel. Met dit instrument kunnen we infrastructurele fietsmaatregelen vooraf op effectiviteit beoordelen.
Veilig gedrag in het verkeer
- Het ROV (Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid) Zuid-Holland ondersteunde regio's en partners door het aanbieden van verkeerseducatieprogramma’s SCHOOL op SEEF en Totally Traffic en het delen van kennis over verkeersveilig gedrag.
- Wij organiseerden bijeenkomsten voor partners en wegbeheerders over de thema’s verkeersveilige infrastructuur, gedrag, handhaving en mobiliteitsgegevens. We namen ook deel aan verschillende Regionale Projectgroepen Verkeersveiligheid waarin we nieuwe inzichten hebben gedeeld over de ontwikkeling van de verkeersveiligheid in Zuid-Holland en hebben de deelnemers daar gewezen op beschikbare subsidieregelingen voor de aanleg en/of herinrichting van infrastructuur.
- Op basis van onderzoek naar verkeersslachtofferdata organiseerden we drie workshops met externe partijen. We kregen zo meer inzicht in de oorzaken van ernstige verkeersongevallen onder jongeren in Nederland en Zuid-Holland en wat we hier aan kunnen doen.
- Op basis van een vernieuwd afwegingskader voor de toelating van landbouwverkeer op provinciale wegen stelden we zeven nieuwe provinciale wegtrajecten open voor landbouwverkeer (zie deze link voor de trajecten en het afwegingskader).
- We startten de evaluatie van het Uitvoeringsprogramma 2021-2030 maar konden deze nog niet afronden. De inzet was nodig voor andere activiteiten zoals het openstellen van zeven nieuwe provinciale wegtrajecten voor landbouwverkeer.
Bevorderen Lopen
We organiseerden in 2025 twee bijeenkomsten voor gemeenten om aan voetgangersnetwerken en aan de concrete inrichting van twee locaties te werken. Daarnaast zetten we in op tien acties uit het Nationaal Masterplan Lopen . Het gaat om lopen rondom openbaar vervoer knooppunten en bij gebiedsontwikkelingen maar ook voetgangersveiligheid en het belang van het wegnemen van beperkingen.
Beleidsprestatie 2-1-2 Adequaat en duurzaam aanbod openbaar vervoer
De provincie wil een gezonde, sociale en duurzame leefomgeving voor haar inwoners met vitale en goed bereikbare steden en dorpscentra waar het fijn werken, wonen, recreëren is. Zuid-Holland streeft naar een toekomstbestendig Zuid-Holland met goed openbaar vervoer.
De provincie realiseert, samen met de MRDH, een adequaat aanbod van Openbaar Vervoer zonder uitstoot van schadelijke stoffen zoals CO 2 , stikstof en fijnstof in het vervoergebied van de provincie Zuid-Holland. Het moet snel, betrouwbaar en beschikbaar zijn en is daarmee waar mogelijk een volwaardig alternatief voor de auto. De provincie wil dat dit snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar is en samen met lopen, de fiets en deelvervoer een reis van deur tot deur mogelijk maakt.
Wat hebben we bereikt?
- De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor het aanbesteden en beheren van de openbaarvervoerconcessies, Daarmee zorgen we ervoor dat het openbaar vervoer rijdt in de gebieden waar wij dit moeten doen volgens de wet.
- De implementatie van de concessie Zuid-Holland Noord ging gepaard met forse aanloopproblemen. We legden de vervoerder hiervoor een boete op. De problemen zijn nu grotendeels opgelost.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- Omdat de provincie niet het bevoegd gezag heeft over het hoofdrailnet werkten we samen met andere lokale overheden als gemeenten, de MRDH, de verschillende regio’s en het Rijk aan voorstellen om het hoofdrailnet te verbeteren.
- Via het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) werkten we mee aan diverse projecten van anderen, zie ook Beleidsprestatie 2-1-4.
- Ook in 2025 ondersteunden we initiatieven voor betaalbare internationale treinverbindingen vanuit onze provincie met andere Europese steden om de positie van onze regio op het Europese spoorwegnet te versterken. Zo waren we betrokken bij de lobby vanuit de gemeente Den Haag voor een directe treinverbinding tussen Den Haag en Brussel.
Deelmobiliteit & publiek vervoer
- Door andere vormen van vervoer aan te bieden vergrootten we de bereikbaarheid en de keuzevrijheid van reizigers. Bij te weinig reizigers voor een lijnbus boden we maatwerkvervoer aan. Zo reden in de nieuwe concessie Hoeksche Waard / Goeree-Overflakkee flexibele belbussen, zodat ook de kleinste kernen vervoer hadden.
- Ook in 2025 droegen we bij aan de plaatsing van deelfietsen in landelijke gebieden, bijvoorbeeld in de gemeente Molenlanden. Door dit proefproject werden bestemmingen die 1 tot 3 kilometer van de halte liggen beter bereikbaar.
- In 2025 onderzochten we samen met Rijk en regionale partners of het mogelijk was om openbaar vervoer en doelgroepenvervoer in de Drechtsteden te combineren om zo het vervoer en de dienstverlening te verbeteren. Naar aanleiding hiervan zijn pilots gestart.
Goed en schoon regionaal openbaar vervoer
- We stelden een toekomstvisie openbaar vervoer op. De toekomstvisie gaat onder andere over het openbaar vervoernetwerk dat past bij de geplande woningbouw, de ambities voor publiek vervoer en deelmobiliteit, de rol van de provincie bij publieke vervoersstallingen en laadstations en het bevorderen van hergebruik van materialen binnen het openbaar vervoer.
- Het aantal reizigers was in 2025 in de meeste concessies nog niet op het niveau van voor de coronaperiode. We boden meer openbaar vervoer aan dan in de jaren ervoor. Dit was mogelijk door goede aanbestedingsresultaten en de inzet van de zogenoemde Bikker-gelden.
- In het concessiegebied Hoeksche Waard Goeree-Overflakkee startte eind 2025 een nieuwe concessie waardoor meer bussen zijn gaan rijden vanuit de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee naar Rotterdam. Ook zijn er bussen gaan rijden naar dorpen en buurtschappen waar weinig mensen wonen. De nieuwe elektrische bussen zijn door problemen bij de fabrikanten nog niet geleverd in 2025.
- In de concessie in Zuid-Holland Noord (start eind 2024) stroomden in de loop van 2025 steeds meer elektrische bussen in. Door problemen bij de fabrikanten waren veel elektrische bussen nog niet gereed bij de start van de concessie. Testen met een nieuw type elektrische bus zijn goed verlopen, waardoor een nabestelling is geplaatst.
- In 2025 startte de bouw van de nieuwe treinen voor de Merwedelingelijn. We werkten met ProRail samen aan langere perrons, een nieuw opstelterrein en uitbreiding van de energievoorziening.
- We maakten afspraken met onze vervoerders en gemeenten zodat in al onze concessiegebieden een kortingsproduct ingevoerd kan worden voor personen met een laag inkomen (zogenaamd minimaproduct). Omdat de voorbereiding meer tijd in beslag nam konden we het kortingsproduct nog niet in 2025 invoeren.
- We werkten aan een reddingsplan voor de sterk verlieslatende Waterbus (Rotterdam en Drechtsteden) zodat deze kan blijven varen. We hielden de lijnen tussen Rotterdam en Dordrecht en binnen Drechtsteden in dienst. De lijn van Rotterdam naar Kinderdijk is op particulier initiatief voortgezet en de rustige lijn van Dordrecht naar Sliedrecht is komen te vervallen. Voor laatstgenoemde vormt de MerwedeLingelijn een goed alternatief.
- In 2025 stelden we de toekomstverkenning voor de veerdienst Maassluis – Rozenburg vast. Provinciale Staten besloten dat de provincie een nieuw te bouwen klein batterij-elektrisch autoveer zal kopen.
Snel internationaal openbaar vervoer en optimaal hoofdrailnet van het Rijk
Omdat we geen bevoegd gezag zijn over het hoofdrailnet werkten we samen met andere overheden aan voorstellen om het hoofdrailnet te verbeteren. Via het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) werkten we mee aan diverse projecten van anderen. Deze infrastructuurprojecten zijn onderdeel van de Beleidsprestatie 2-1-4.
Beleidsprestatie 2-1-3 Duurzaam en efficiënt goederenvervoer
Het vervoer van goederen dient zo efficiënt en schoon mogelijk plaats te vinden en bij te dragen aan de bereikbaarheid, economische ontwikkeling en leefbaarheid. Daarbij vindt de provincie het benutten van de verschillende modaliteiten weg, water, spoor en buisleidingen van groot belang. De provincie streeft naar een bewuste keuze en stimuleert meer vervoer per spoor en vervoer over water. En ook schoon vervoer zonder onnodige emissies. De provincie kijkt hierbij ook grensoverschrijdend naar internationale goederencorridors.
De provincie wil vervoersmodaliteiten en goederenstromen in samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen organiseren en uitwerken, van stedelijke en regionale distributie tot multimodale (inter-) nationale goederencorridors.
Wat hebben we bereikt?
- In 2025 opende het laadstation Alblasserdam voor elektrische binnenvaartschepen. Dit laadstation is mede mogelijk gemaakt door een provinciale subsidie. Daarnaast verleenden we subsidie voor het laadstation op de Maasvlakte. Hiermee zorgden we voor minder uitstoot van schadelijke stoffen bij het vervoer van goederen.
- Met behulp van een logistiek makelaar haalden we containers van de weg zodat er ruimte kwam voor ander verkeer. Een van de partijen die we hielpen is Van Dijk Flora. Zij zijn uitgeroepen tot Rail Shipper 2025 .
- Samen met gemeenten maakten we het juridisch mogelijk om afval via het water te vervoeren in plaats van over de weg. Zo ontstond ruimte voor ander verkeer.
- We beperkten het vervoer van verse producten via de weg door het mogelijk te maken dat drie maal per week een binnenvaartschip (bundeling lading van verschillende vervoerders) vaart tussen de Waalhaven en de Maasvlakte. Ook hier ontstond ruimte voor ander verkeer.
- We beperkten het vervoer van gekoelde producten over de weg tijdens de spits door een proefproject te starten waarbij gekoelde containers tijdens de spits kunnen worden gestald op een beveiligde plaats. Dit kan een gunstig effect hebben op de files in Zuid-Holland.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- We werkten samen met andere provincies, het Rijk en bedrijven aan het zo efficiënt en schoon mogelijk laten plaatsvinden van goederenvervoer via weg, water, spoor en buisleidingen.
- De activiteiten op het vlak van bouw- en stadslogistiek, transport van afval over water en verduurzaming van de bouw- en stadslogistiek brachten we onder bij het programma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe ). In samenwerking met gemeenten als Den Haag, Leiden en Alphen aan den Rijn startten we met het opstellen van een werkagenda Slimme Logistiek die moet leiden tot efficiënter gebruik van ruimte en inzet van nieuwe logistieke mogelijkheden.
- We besloten een samenwerkingsverband tussen de Zuid-Hollandse binnenhavens (Port of Zuid-Holland) op te zetten met steun van de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens.
Inzet op digitalisering
- We namen deel aan de landelijke werkgroep Digitalisering van het programma Topcorridors van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Hier maakten we afspraken over het opzetten van een landelijk basis netwerk voor het delen van informatie over transportmiddelen en ladingaanbod. Ook maakten we een opzet voor het digitaal verrekenen van zaken als liggelden en walstroom. De werkgroep Verslogistiek van hetzelfde programma zaten we voor.
- We werkten mee aan een landelijk samenwerkingsprogramma gericht op standaardisatie en het veilig delen van gegevens in de binnenvaart. Hiermee wordt bijgedragen aan efficiëntere vaarketenprocessen, betere planning en een toekomstbestendige digitale infrastructuur voor de binnenvaart.
- Binnen het programma Metropolitan Hub System (MHS) werkten we aan digitalisering van logistieke processen over water en het slimmer plannen en organiseren van beschikbare capaciteit en lading (internet of cargo). Dit draagt bij aan de efficiëntere benutting van de binnenvaart en het versterken van modal shift (vervoer van goederen over spoor en water in plaats van de weg).
Modal shift, regionale hubs en zero emissie
- We ondervonden dat het toevoegen van een elektromotor aan kleinere binnenvaartschepen technisch haalbaar is en wordt gedragen door de sector. Op basis hiervan is de eerste subsidieaanvraag voorbereid
- Samen met de Refit Alliantie rondden we de onderzoeksfase af voor het elektrificeren van kleinere schepen op het regionale vaarwegen. We startten met een communicatiestrategie voor het project.
- Binnen het programma Metropolitan Hub System (MHS) werkten we verder aan het bundelen van goederenstromen en vervangen van vervoer over de weg door schoon en efficiënt vervoer over water.
- In 2025 onderzochten we in het kader van het Realisatiepact containerpleinen, truckparkings en laadinfrastructuur langs drukke transportroutes. Voor truckparkings hebben we selectie gemaakt van 7 potentiële locaties en startten we met het maken van een afwegingskader.
- We bereidden een pilot voor om versproducten tussen Rotterdam en Valencia via de trein te vervoeren
- We werkten mee aan het Walstroomcollectief, met als doel om elektriciteitsvoorziening aan boord van schepen (walstroom) te stimuleren en de uitstoot van schadelijke stoffen in terminals en havens terug te dringen.
- In 2025 maakten we afspraken met het Rijk en het havenbedrijf Rotterdam over samenwerking met Dutch Fresh Port . Dit gaat onder andere over het verschuiven van lading van weg naar binnenvaart en spoor en van de spits naar de daluren.
- In het kader van het Realisatiepact Rotterdam maakten we afspraken over een financiële bijdrage aan een mobiele kraan die op waterstof rijdt en containers van schepen op vrachtauto’s plaatst en omgekeerd.
Versterken en veilig houden van goederencorridors
- We werkten intensief samen op de Europese corridors, o.a. via de EGTC en RH2INE . Het vicevoorzitterschap van de EGTC droegen we over aan provincie Overijssel.
- We werkten mee aan het nut- en noodzaakonderzoek Goederenroutering Noordoost Europa (GNOE) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterschap. Dit onderzoek is belangrijk voor de bereikbaarheid en de verstedelijking van West-Nederland.
- Internationaal werkten we nauw samen met overheden zoals de deelstaten Noordrijn-Westfalen en Vlaanderen maar ook met andere belanghebbenden langs de Noordzee-Rijn-Middellandse Zee (NSRM) corridor.
Beleidsprestatie 2-1-4 Voorbereiding provinciale infrastructuurprojecten en infrastructuursubsidies (PZI)
Om ervoor te zorgen dat de provincie Zuid-Holland voor iedereen bereikbaar is en blijft op een duurzame en veilige manier legt de provincie ook nieuwe provinciale infrastructuur aan en verbetert bestaande provinciale infrastructuur. Of een infrastructurele ingreep passend en nodig is wordt bepaald door onderzoek te doen naar oorzaken en mogelijk maatregelen. Hierbij wordt integraal gekeken of lopen, fietsen, OV en deelvervoer ook een bijdrage aan de oplossing kunnen leveren. Daarnaast draagt de provincie bij aan projecten van anderen door middel van advisering en/of een financiële bijdrage. Verkeersveiligheid en duurzaamheid zijn standaard elementen in de voorbereiding van projecten.
Wat hebben we bereikt?
We droegen bij aan projecten van andere overheden met subsidies en adviezen. In 2025 verleenden we 22 subsidies aan projecten die zorgen voor een betere verkeersveiligheid, verkeersdoorstroming en voor fietspaden in Zuid-Holland. Het totaal aan verleende subsidies is bijna € 5,7 miljoen.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- In 2025 stelden we het PZI 2026-2040 op. Voor dat programma hebben we alle projecten in de verkenningsfase en de bijdragen aan projecten van anderen bijgewerkt.
- We onderzochten bij verschillende infrastructuurprojecten uit het Programma Zuid-Hollandse Infrastructuur (PZI) 3 zaken:
- welke maatregelen zijn nuttig en mogelijk
- welke maatregelen passen in de omgeving (wat zijn de effecten) en
- welke maatregelen passen bij de provinciale doelstellingen zoals bereikbaarheid, leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid.
Bijdragen aan (infrastructuur)projecten van anderen
- We moedigden het fietsgebruik aan door subsidies te verstrekken aan andere wegbeheerders en ProRail. We zijn afhankelijk van andere wegbeheerders omdat 90% van de fietsinfrastructuur niet in beheer is bij de provincie, maar bij gemeenten en waterschappen. De subsidies zijn bedoeld voor de aanleg van nieuwe of het verbeteren van bestaande fietsinfrastructuur en fietsenstallingen. Daarnaast onderzochten we mogelijke maatregelen aan onze eigen provinciale fietspaden. De basis hiervoor vormt de Uitvoeringsagenda ‘Samen verder fietsen’.
- In 2025 zijn verschillende fietssubsidieprojecten afgerond. Voorbeelden hiervan zijn de realisatie van 400 fietsparkeerplekken bij station Leiden De Vink, de realisatie van een fietsbrug in Voorhout en verbreding van een fietspad op de doorfietsroute Gouda-Bodegraven. Ook namen we nieuwe subsidieaanvragen in behandeling. We ondersteunden de subsidieontvangers om te komen tot een snelle uitvoering van het project waarvoor zij subsidie aanvroegen. In het PZI 2026-2040 staan de projecten opgenomen.
- We hebben in 2025 nog geen besluit genomen over subsidies voor de fietsmaatregelen Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer . De voorbereiding door de gemeenten is nog niet afgerond
- Wij werkten samen met onze partners verder aan de MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten. We onderzochten de infrastructurele maatregelen die nodig zijn voor 170.000 nieuwe woningen en 80.000 arbeidsplaatsen. Het Rijk heeft extra geld beschikbaar gesteld voor deze projecten om extra woningbouw mogelijk te maken.
- Het beschikbare budget bleek onvoldoende om alle maatregelen te kunnen uitvoeren. Omdat we geen vertraging op wilden lopen, hebben wij besloten welke maatregelen voor de knooppunten Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht verder worden uitgewerkt en hoe deze te financieren. Voor de nieuwe stations Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel, Rotterdam van Nelle en Dordrecht Leerpark is de planologische procedure opgestart. De knooppunten Leiden en Dordrecht hebben de status “verkenning” in het PZI.
- Voor de verkenning Bus Rapid Transit Leiden – Zoetermeer (BRT LeiZo) maakten we afspraken met het Rijk en de regionale partijen over 7 afzonderlijke clusters van acties en maatregelen. De uiteindelijke maatregelen dragen bij aan een betere bereikbaarheid per openbaar vervoer, inclusief de nieuwe woningbouwgebieden Knoop Leiden Centraal, Lammenschans driehoek, Entreegebied Zoetermeer en Bleizo-west.
- We gaven subsidies voor regionale infrastructuurprojecten voor het verbeteren van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid via de weg, het openbaar vervoer en de fiets. Dit deden we op basis van de door de regio’s ingediende regionale gebiedsagenda’s Mobiliteit.
- We droegen inhoudelijk bij aan Rijksinfrastructuurprojecten, zoals de:
- Hierbij keken we naar de effecten op het provinciale wegennet, milieu, omgeving enzovoorts. Omdat het Rijk de A4 Haaglanden-N14 en de A15 Papendrecht Gorinchem heeft gepauzeerd overlegden we als regio met het Rijk over de gevolgen en eventuele andere maatregelen. Vanwege de huidige bereikbaarheidsknelpunten, autonome groei van verkeer en verdere verstedelijking drongen we bij het Rijk aan om deze projecten van de pauzestand te halen.
- Met de verkenning naar een realisatiepact Rotterdam werkten we aan een gezamenlijk investeringsprogramma. Dit is gericht op duurzaam goederenvervoer, waaronder toekomstbestendige verbindingen tussen het knooppunt Rotterdam en het Europese achterland.
- We hebben een start gemaakt met het initiatiefproject fietsverbinding Bodegravenboog dat voortkomt uit de verkenning Beter Bereikbaar Gouwe . De Bodegravenboog zelf is echter een Rijksverantwoordelijkheid. We hebben ons ingezet om het Rijk de eerste stap te laten zetten. Dat is in 2025 nog niet gebeurd.
Voorbereiding aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur
- Met de betrokken partijen werkten we maatregelen uit voor bereikbaarheidsverbeteringen op de Algeracorridor, Voorne Putten / Haven Rotterdam (verkenningsfase), het Westland (initiatieffase) en logistieke ‘hubs’ . De verkenning Algeracorridor Langzaam verkeerverbinding is afgerond. Met de betrokken gemeenten en de MRDH hebben we besloten om dit project niet verder uit te werken. Bij de Voorjaarsnota 2025 is besloten de gereserveerde middelen in te zetten voor verbeteringen op en rondom de Algerabrug. Voor verbeteringen aan de Algerabrug droegen we bij aan de planuitwerking. We hebben nog geen subsidie verleend voor maatregelen die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd omdat de planuitwerking nog niet is afgerond.
- Ook rondden we de verkenning naar het Uitvoerings- en investeringsprogramma doorstroming openbaar vervoer af. Dit heeft nog geen maatregelen opgeleverd die daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Hier is nog nadere uitwerking nodig vanuit de gemeenten voordat een uitvoeringsbesluit kan worden genomen. De subsidieregeling Mobiliteit is daarom ook nog niet aangepast. Voor het provinciale project OV-viaduct A29/N217 reserveerden we in het PZI 2026-2040 budget. Het Rijk heeft voor dit project een bijdrage toegezegd (ontsluiting woningbouw)
- Daarnaast heeft het Rijk ook een bijdrage toegezegd voor de bereikbaarheid van het gebied rond de nieuwe fabriek van Eli Lily in Katwijk.
- Over de gewijzigde scope voor fase 2 van de spoorcorridor Leiden – Utrecht (inclusief het nieuwe station Hazerswoude-Rijndijk) konden we nog geen nieuw uitvoeringsbesluit aan Provinciale Staten voorleggen omdat pas laat in 2025 duidelijk werd dat een aanvullende Rijksbijdrage beschikbaar kwam (voor bereikbaarheid nieuwe woningen). In het PZI 2026-2040 reserveerden we budget voor een aanvullende provinciale bijdrage
- De verkenning Halteverbeterplan ging in 2025 door met onderzoek naar het tweede deel aan maatregelen. Het eerste deel zijn we aan het uitvoeren (zie beleidsprestatie 2-1-5).
- Ook bekeken we maatregelen voor Hoogwaardig openbaar vervoer in het concessiegebied Drechtsteden, Molenlanden en Gorinchem (fase 3). Omdat het beschikbare budget niet toereikend is om alle haltes om te bouwen hebben we een prioritering gemaakt. De geprioriteerde haltes voegden we toe aan de scope van het uitvoeringsproject door middel van een uitvoeringsbesluit (zie Beleidsprestatie 2-1-5).
- De initiatieffase van het project verbindingsweg N208 - A44 ten zuiden van Lisse rondden we in 2025 nagenoeg af en de resultaten zijn gepubliceerd . De nieuwe verbinding biedt op lokaal niveau verbeteringen, maar lost de regionale problematiek niet op. Daarnaast gaat deze maatregel ten koste van natuur en bollengrond waardoor de baten niet op wegen tegen de kosten. Met de deelnemende partijen sprake we af om verder te studeren op alternatieve maatregelen in samenhang met de mogelijke verbinding N208/A44.
- De gemeente Zuidplas heeft de verkenningsfase voor het project Bereikbaarheid Vijfde Dorp (Zuidplas) nog niet afgerond in 2025. Er is daardoor ook nog geen uitvoeringsbesluit genomen. De door het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aangestelde adviseur Wim Kuijken heeft in 2025 geprobeerd alle partijen op één lijn te krijgen en daarover advies uitgebracht aan de minister. Het Rijk heeft een extra bijdrage toegezegd voor de bereikbaarheid van deze nieuwe woningen. In het PZI 2026-2040 reserveerden we budget voor de provinciale bijdrage.
- Voor de geluidsmaatregelen langs de N219 tussen Nieuwerkerk a/d IJssel en Zevenhuizen trok de gemeente haar bijdrage van 50% terug. Zij willen onderzoeken hoe de doelstellingen op een andere manier kunnen worden bereikt. Hierdoor konden we geen uitvoeringsbesluit nemen voor dit project.
- Voor het nieuwe Actieplan Geluid startten we met een inventarisatie van provinciale wegen waar stil asfalt en geluidschermen mogelijk van meerwaarde zijn voor het verminderen van geluidsoverlast.
Beleidsprestatie 2-1-5 Realisatie provinciale infrastructuurprojecten (PZI)
Om de bereikbaarheid op peil te houden legt de provincie ook nieuwe infrastructuur aan of verbetert bestaande infrastructuur. Deze projecten worden gerealiseerd op basis van een besluit waarin de inhoudelijke scope, planning en het financieel kader zijn vastgelegd.
Wat hebben we bereikt?
- We legden nieuwe infrastructuur aan of verbeterden bestaande infrastructuur. Dit deden we om de bereikbaarheid binnen de provincie op peil te houden. Deze projecten voerden we uit op basis van een besluit waarin we de inhoudelijke scope, de planning en het financieel kader bepaalden.
- We maakten onze provinciale wegen veiliger met verschillende ingrepen in De Lier (parallelweg N223), Oud-Alblas (N481), Hoek van Holland (fietsverbinding F370), Nieuwerkerk aan den IJssel (N219), Oegstgeest (N444), Gouda (N207) en Maasdijk (N220). We legden bijvoorbeeld plateaus aan om de snelheid te beperken maar ook extra vangrails. We stelden op plaatsen waar geparkeerde auto's voor gevaarlijke situaties zorgden een parkeerverbod in.
- We rondden de werkzaamheden aan de nieuwe bediencentrale in het Provinciehuis, de Koningpoort, af en namen deze in gebruik. Daarmee bedienen we nu op afstand de bruggen in de provincie en handelen storingen en incidenten af via de Incident Coördinatie-desk (IC-desk).
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
In 2025 stelden we het PZI 2026-2040 op. Voor dat programma hebben we alle projecten in de verkenningsfase en de bijdragen aan projecten van anderen bijgewerkt. We werkten aan verschillende provinciale infrastructuurprojecten volgens de richtlijnen Duurzaam Veilig. Met deze projecten verbeterden we de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid en maakten we ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. We hielden daarbij rekening met andere provinciale doelstellingen.
Realisatie aanleg en verbetering van provinciale infrastructuur
- Door het aanleggen van nieuwe en het verbeteren van bestaande fietsinfrastructuur moedigden we het gebruik van de fiets aan. De basis hiervoor vormt de Uitvoeringsagenda ‘Samen verder fietsen’ . We voerden projecten uit aan de eigen provinciale fietsinfrastructuur die vaak langs provinciale wegen ligt en maakten fietsoversteken bij provinciale wegen veiliger. In het PZI 2026-2040 staan in bijlage 2 de provinciale fietsprojecten benoemd.
- In 2025 vervingen we alle resterende panelen voor het dynamisch reizigersinformatiesysteem op de openbaar vervoer haltes. Hiermee is het project volledig afgerond.
- We werkten aan de planuitwerking van het Halteverbeterplan inclusief de Parkeer- en Reisvoorziening op de Algeracorridor. We konden nog niet aan de slag met de eerste maatregelen omdat de kosten hoger bleken dan het beschikbare budget. Daarom startten we nader onderzoek naar de onderbouwing van de kosten en mogelijke oplossingen.
- We gingen door met de realisatie van projecten voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV), onder andere:
- HOV Hoeksche Waard / Goeree-Overflakkee (waaronder Rotterdam – Oud-Beijerland)
- HOV Drechtsteden Molenlanden Gorinchem fase 2 (aanbesteed) en 3 (uitvoeringsbesluit);
- HOV Noordwijk – Schiphol (opgeleverde maatregelen activeerden we in 2025)
- HOV Leiden CS -Katwijk - Noordwijk (aanleg Broekwegviaduct en besluit over aanleg Achterwegviaduct)
- We pasten in 2025 16 verkeersregelinstallaties aan. Dit was eerder dan verwacht. Deze kunnen we inzetten voor verkeers- en incidentmanagement (zie Beleidsprestatie 2-2-1) en het geven van voorrang aan bijvoorbeeld fietsers, bussen of goederentransport.
- We konden nog niet starten met de uitvoering van de N207 Zuid omdat de procedure voor het provinciaal inpassingsplan meer tijd in beslag nam, waaronder bespreking in Provinciale Staten.
- We startten met de planuitwerking voor de Kruising N214/N216 en Verkeersveiligheidsmaatregelen traject N214 A en B nadat Provinciale Staten het uitvoeringsbesluit hadden genomen.
- We werkten verder aan de uitvoering van onder andere de:
- RijnlandRoute (Europaweg)
- N211 Wippolderlaan
- Verkeersveiligheidsmaatregelen traject N215 B en C (aanpassingen aan (parallel)weg)
Beleidsprestatie 2-1-6 Duurzame, stille en nieuwe luchtvaart
De zogenaamde kleine- en recreatieve luchtvaart kan (geluid)overlast geven of tot verstoring van natuur leiden. De provincie gaat over de locaties waar luchtvaart mag starten en landen, met uitzondering van Rotterdam The Hague Airport, en de provincie kan daarvoor regels opstellen. De provincie gaat niet over waar en hoe er gevlogen wordt; dit valt onder de bevoegdheid van het Rijk.
De provincie wil hiernaast dat de overlast van Schiphol en Rotterdam The Hague Airport (RTHA) zoveel mogelijk beperkt wordt. Dit gaat om geluidhinder, uitstoot van (ultra)fijnstof, stikstof en CO2. Tegelijkertijd wil de provincie dat Schiphol zijn positie als belangrijke internationale luchthaven kan behouden en zijn netwerk van internationale verbindingen kan versterken. Voor RTHA wil de provincie dat de luchthaven zijn positie als zakelijke luchthaven kan behouden.
De provincie oefent invloed uit op de besluitvorming door de minister van Infrastructuur en Water- staat (I&W) en de Tweede Kamer over de toekomstige ontwikkeling van beide luchthavens. Voor Schiphol gaat dit via de Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS; een samenwerkingsverband van vier provincies en een veertigtal gemeenten rondom Schiphol) en bij RTHA via de Bestuurlijke Regiegroep RTHA (BRR; een samenwerkingsverband van de provincie en drie gemeenten).
De provincie wil dat binnen de geluidcontouren rondom Schiphol en RTHA terughoudend wordt omgegaan met nieuwe woningbouw om nieuwe geluidgehinderden zoveel mogelijk te voorkomen. Echter binnen de regels wil de provincie dat kleinschalige woningbouw mogelijk moet kunnen zijn indien dit de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid ten goede komt. Daartoe heeft de provincie regels gesteld in de Omgevingsverordening.
Wat hebben we bereikt?
De Decentrale Milieudienst Rijnmond (DCMR) voerde het beleid 'Kleine en recreatieve luchtvaart’ uit door te handhaven op (geluid)overlast. Hiermee is de geluidsoverlast beperkt tot wat is toegestaan.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- We behartigden in goede samenwerking met gemeenten en regionale netwerken onze belangen met betrekking tot luchthavens Schiphol en Rotterdam The Hague Airport.
- We zetten in op minder hinder voor omwonenden door luchtvaart in Zuid-Holland. We hebben daartoe zorg- en aandachtspunten gedeeld met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ten aanzien van het aankomende Luchthavenverkeersbesluit Schiphol. Ook ten aanzien van de luchtruimherziening deelden we samen met gemeenten onze zorgpunten met het ministerie.
- Wij concludeerden dat de aanvraag voor het luchthavenbesluit door de luchthaven bij het ministerie al in grote mate beantwoordt aan onze doelstellingen voor beperking van overlast. In het voortraject pleitten we voor het terugdringen van nachtvluchten en het sterk verminderen van vliegen rondom de randen van de nacht.
- In 2025 startten we met de evaluatie van het bestaande beleid voor kleine en recreatieve luchtvaart, in het bijzonder de beleidsregel Landen en Opstijgen. In heel Nederland blijken de provinciale regels voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) niet goed aan te sluiten op de inzet van drones. Hierdoor stagneert innovatie. De Interprovinciale Contactgroep Luchtvaart startte de Werkgroep Onbemande Luchtvaart om voorstellen te doen voor (bij voorkeur landelijk uniforme) aanpassing van de provinciale beleidsregels. We sloten ons aan bij deze werkgroep.
- We gebruikten ons netwerk om onze provinciale doelen te bereiken of op te komen voor onze belangen. Zo beïnvloedden we nieuw landelijk beleid bij vraagstukken rond Schiphol en Rotterdam The Hague Airport en over de inrichting van het luchtruim. Voor Schiphol-gerelateerde zaken hebben we dat onder andere gedaan via de Bestuurlijke Regie Schiphol. Voor Rotterdam The Hague Airport hebben we dat gedaan via de Bestuurlijke Regiegroep Rotterdam The Hague Airport en de Commissie Regionaal Overleg RTHA.
- In 2025 startten we de aanbestedingsprocedure voor het uitvoeren van een onderzoek naar de maatschappelijke en economische waarde van Rotterdam The Hague Airport en de waarde van de locatie voor eventuele andere functies.
- We voerden onze wettelijke taak uit voor de luchtvaart. Dit is het vaststellen van luchthavenregelingen of –besluiten en verlenen van ontheffingen voor Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik (TUG). De luchthavenregeling voor het testcentrum voor ‘Remotely Piloted Aircraft Systems’ op voormalig vliegkamp Valkenburg verlengden we in 2025 tot en met 30 april 2028.
- In 2025 onderzochten we samen met het Rijk de mogelijkheden van een nieuw luchtruim bij Unmanned Valley in Katwijk. Boven de Noordzee komt een test- en experimenteergebied voor drones die buiten het zicht van de piloot vliegen. Dit heet BVLOS en is een afkorting van het Engelse “Beyond Visual Line of Sight”. Het gebied zal door een transferroute worden verbonden met Unmanned Valley. Daar zullen de drones opstijgen en weer landen. Voor het realiseren van het test- en experimenteergebied moet het luchtruim gewijzigd worden. Wij hebben in het hiervoor voorgeschreven proces de rol van initiatiefnemer genomen. Op 8 oktober 2025 sloten we een bestuursovereenkomst met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie.
- In 2025 startten we met de voorbereidingen om in kaart te brengen op welke wijze en aan welke provinciale beleidsterreinen onbemande luchtvaart raakt en welke beleidskeuzes we daarin te maken hebben.
- In 2025 is besloten het burgermeetnet Rotterdam The Hague Airport met een jaar te verlengen, omdat de uitvoering vertraagd is. De evaluatie voerden we daarom niet in 2025 uit.
