Het beleidsdoel Bevorderen verbetering milieukwaliteit en gezondheid is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 7-1-1 Luchtkwaliteit en verminderen geurhinder
De provincie zet zich in om de luchtkwaliteit te bevorderen en geurhinder te beperken met als doel de gezondheidsschade aan mensen en de schade aan de natuur te reduceren. De provincie streeft ernaar om in 2030 de EU-grenswaarden voor luchtkwaliteit, zoals vastgelegd in de herziene EU-richtlijn luchtkwaliteit, te behalen. De advieswaarden van de WHO vragen om een halvering van de wettelijke grenswaarde voor fijnstof. Om deze advieswaarde te behalen wordt samengewerkt met andere partijen om ook aan de wettelijke Europese luchtkwaliteitseisen te voldoen.
Om de luchtkwaliteitsdoelen te behalen heeft de provincie met haar partners het Schone Lucht Akkoord gesloten. In het akkoord staan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Daarnaast worden provinciale maatregelen ter verbetering van luchtkwaliteit genomen en wordt het instrumentarium in het kader van Vergunningverlening toezicht en handhaving (VTH) ingezet. Zo draagt de provincie bij aan een gezonde woon- en leefomgeving.
Het geurhinderbeleid is bedoeld om de geurhinder door bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag te beperken tot een acceptabel niveau.
Wat hebben we bereikt?
In 2025 is met verschillende maatregelen de luchtkwaliteit verder verbeterd. Hierdoor komen de provinciale ambities voor 2030 een stap dichterbij.
Geurhindervoorschriften zijn opgenomen in relevante vergunningen getoetst door Omgevingsdiensten.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
In het Programma Luchtkwaliteit is een stap gezet in het realiseren van de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zoals die in 2019 golden. We namen deel aan het Schone Lucht Akkoord (SLA) en voerden maatregelen uit het SLA uit. Het SLA sluit aan op de ambities van de provincies. Uitvoering vindt plaats door:
- actieve begeleiding van vastgesteld beleid in andere beleidssectoren van de provincie, zoals schone mobiliteit en energiebeleid,
- het toepassen van scherper vergunnen,
- burgers actief te begeleiden in ‘citizen science’ projecten,
- het ondersteunen van gemeenten bij het nemen van luchtkwaliteitsmaatregelen.
- samenwerking met andere overheden.
De uitvoering van het SLA ligt voor een belangrijk deel bij andere overheden. De provincie spreekt hen aan en ondersteunt waar mogelijk. De provincie heeft diverse regionale bijeenkomsten voor de gemeenten georganiseerd via de Omgevingsdiensten die hiertoe opdracht hebben gekregen. Daarnaast is in oktober een provinciale bijeenkomst gehouden. Luchtkwaliteitsmaatregelen, waaronder Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) en houtstook, hebben hierin praktische handvatten gekregen.
De provincie is begonnen met het vernieuwen van vergunningen van de raffinaderijen met het uitgangspunt scherper vergunnen. Het doel daarbij is de uitstoot maximaal te beperken. Hier is de meeste luchtkwaliteitswinst te behalen.
Eind 2024 heeft de Europese Commissie de herziene richtlijn luchtkwaliteit aangenomen. In 2025 heeft de provincie verschillende overleggen met het Rijk, provincies en gemeenten gevoerd over de doorvoering hiervan in de Nederlandse wetgeving. Daarnaast zijn ook diverse overleggen gevoerd over nieuwe maatregelen die ervoor moet zorgen dat de nieuw gestelde grenswaarden per 2030 behaald kunnen worden.
In voorbereiding op mogelijk aanvullende maatregelen heeft de provincie in 2025 onderzoeken uitgevoerd naar oxidatief potentieel (de schadelijkheid van verschillende typen/onderdelen van fijnstof), ultrafijnstof en emissies van de glastuinbouw.
Bronmaatregelen voor het beperken van geurhinder
Een bedrijf dat potentieel geurhinder kan veroorzaken krijgt vergunningvoorschriften die passen bij het bedrijf en de omgeving.
De provincie heeft in samenwerking met ander provincies en Omgevingsdiensten een bijdrage geleverd aan een nieuwe handreiking over geur en Industrie.
Verbetering luchtkwaliteit
- De vaste maatregelen uit het Schone Lucht Akkoord werden uitgevoerd. Daarnaast voerde de provincie verschillende aanvullende maatregelen uit die bijdragen aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, met name binnen de beleidsthema’s mobiliteit en energie.
- De provincie verwerkte alle vergunningaanvragen volgens de werkwijze scherper vergunnen. Daarnaast zijn in 2025 de raffinaderijvergunningen vernieuwd volgens deze werkwijze. Per vergunning wordt gestreefd om zoveel mogelijk aan de onderkant van de Best beschikbare technieken (BBT)-range te vergunnen
- De provincie heeft bij smog het provinciale draaiboek geactualiseerd en gehanteerd.
- De provincie heeft in samenwerking met het IPO een position paper over de implementatie van de herziene richtlijn luchtkwaliteit opgesteld en diverse overleggen met het rijk hierover gevoerd.
- De provincie heeft in september 2025 in samenwerking met Zero Emission Services een laadstation in Alblasserdam geopend.
Beleidsprestatie 7-1-2 Verminderen van geluidhinder
De belangrijkste provinciale verantwoordelijkheden voor geluidhinder concentreren zich op de provinciale infrastructuur, provinciale milieubelastende activiteiten, regionale luchthavens en stilte- gebieden. De inzet is gericht op het voorkomen en verminderen van geluidhinder door weg- (en rail) verkeer, luchtvaart en industrie (zonering en vergunningverlening) en het aanwijzen en beschermen van stiltegebieden. Maatschappelijk gewenste ontwikkelingen (op het gebied van bijvoorbeeld economie, verkeer en vervoer) moeten kunnen plaatsvinden terwijl tegelijkertijd de burger wordt beschermd tegen geluidhinder.
De provincie wil als bevoegd gezag voor kleine en recreatieve luchthavens milieurandvoorwaarden scheppen waarbinnen kan worden voldaan aan de maatschappelijke behoefte aan luchtvaart.
De werkwijze bij de vergunningverlening, toezicht en handhaving is uitgewerkt in de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Voor nestgeluid afgemeerde schepen bevorderd de provincie dat dit wordt meegenomen bij nieuwe ontwikkelingen.
Wat hebben we bereikt?
Door slimme ruimtelijke ordening wordt geluidsoverlast bestreden. Daar waar geluidsoverlast optreedt, wordt met behulp van burgermetingen en beantwoording van klachten meer grip op de ervaren geluidsoverlast nagestreefd.
Voor nestgeluid zijn afspraken met gemeenten en bedrijven gemaakt in het interim beleidskader. Dat betekent dat ook voorafgaand aan het instellen van geluidproductieplafonds rekening wordt gehouden met nestgeluid.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- Het Actieplan Geluid is dit jaar afgerond.
- De uitvoering van het Actieplan Geluid bestond in 2025 uit
- het afdoen van een groot aantal klachten, waarbij het in alle gevallen vragen betrof over bovenwettelijke geluidhinder
- de voorbereiding van een drietal geluidsschermen
- het ter beschikking stellen van een aantal geluidmeters ten behoeve van monitoring door burgers.
- Het opstellen van ontwerp geluidproductieplafonds is met een beperkte vertraging afgerond en komt in het eerste kwartaal van 2026 in besluitvorming. Hiervoor is veel uitzoekwerk verricht.
- Voor de sanering van woningen in Katwijk is een maatregel in voorbereiding, in het kader van geluidsanering van woningen van voor 1986.
- Ten behoeve van de koers voor geluidproductieplafonds rond de Rotterdamse haven zijn geluidonderzoeken gedaan, geïnventariseerd welke toekomstige geluidruimte voor industrie in transitie, woningbouw en gezonde leefomgeving wordt verwacht en is overleg gevoerd met alle betrokken partijen.
- Er is een interactieve website in beta-vorm opgezet ten behoeve van het inventariseren van geluidmaatregelen bij geluidhinder (op basis van de Inspiratiegids Geluid van de Universiteit Leiden).
- Voor investeringen in leefomgevingskwaliteit rondom de haven zijn middelen gevonden en bestemd vanuit Netten op Zee (aanlanding windenergie).
- Het burgermeetnet Rotterdam The Hague Airport (RTHA) is in uitvoering, maar een jaar vertraagd door problemen bij de uitvoerende partij DCMR.
- Uit de gesprekken met het ministerie van I&W is de voorbereiding op een burgermeetnet Schiphol voortgekomen.
- In verschillende overleggen met het Rijk, gemeenten en burgers is blijvend het gesprek gevoerd over geluidhinder door Schiphol en RTHA.
- De bebording rond stiltegebieden in Zuid-Holland is weer compleet gemaakt.
- Er is een eerste stap gezet in een monitoringssysteem voor stiltegebieden (aanschaf van een pilotsysteem).
Beleidsprestatie 7-1-3 Externe veiligheid
Het doel is een veiliger Zuid-Holland door de risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen te beperken. Dit doet de provincie door eisen te stellen aan dergelijke risicovolle activiteiten, te sturen op hun locatie, en te sturen op locaties waar (zeer) kwetsbare gebouwen gerealiseerd worden. Het minimaliseren van de kans dat grote groepen mensen slachtoffer worden van ongevallen met gevaarlijke stoffen staat hierbij centraal. Hiervoor maakt de provincie gebruik van het (berekende) groepsrisico en de in de verordening vastgestelde oriëntatiewaarde. Via de provinciale Omgevingsverordening bevordert de provincie zowel het clusteren en verantwoord combineren van risicovolle activiteiten, als het gebruik van veiligheid als ontwerpprincipe. Daarnaast richt de provincie zich met haar nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) op het reduceren van risico’s bij risicovolle bedrijven waar de provincie bevoegd gezag is.
Wat hebben we bereikt?
De provincie let bij ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningen altijd op de veiligheid van mensen in de omgeving. Bij alle plannen en activiteiten is gekeken naar het groepsrisico. Dat is het risico dat veel mensen tegelijk slachtoffer kunnen worden bij een incident met gevaarlijke stoffen. Zo ziet de provincie waar de risico’s groter worden en waar extra maatregelen nodig zijn. Waar dat nodig is, zijn extra veiligheidsmaatregelen verplicht en worden ze toegepast. Zo blijft de kans op slachtoffers klein.
Gemeenten gebruiken een uniform afwegingskader uit de provinciale Omgevingsverordening. Voor vergunningen van milieubelastende activiteiten, waarvoor de provincie bevoegd is, is een vergelijkbaar kader gemaakt. Zo wordt veiligheid op een duidelijke, vaste manier meegenomen in gemeentelijke plannen en besluiten.
Daarnaast heeft de provincie gekeken naar nieuwe veiligheidsrisico’s, bijvoorbeeld door de energietransitie. Hierbij is onderzocht wat de provincie kan doen om deze risico’s te beperken. Dit legt de basis voor verder beleid over veiligheid in de omgeving.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
De provincie heeft alle belangrijke veranderingen in gemeentelijke plannen over gevaarlijke stoffen bekeken. Ze heeft de plannen getoetst aan het provinciale beleid voor externe veiligheid en de regels in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Als een plan niet aan de regels voldeed, is hierover overleg gevoerd en soms is er een officiële reactie in de vorm van een zienswijze gegeven. Ook alle belangrijke vergunningen voor milieubelastende activiteiten zijn door de omgevingsdiensten gecontroleerd op externe veiligheid. In 2025 heeft de provincie bovendien meegewerkt aan de opleiding van toekomstige specialisten op het gebied van omgevingsveiligheid.
Interbestuurlijk overleg omgevingsveiligheid Zuid-Holland
De provincie nam actief deel aan de landelijke Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid en droeg bij aan de landelijke samenwerking op dit gebied. Zo blijft de omgevingsveiligheid de komende jaren landelijk op de agenda staan van het Interprovinciaal Overleg (IPO) Dat is belangrijk in verband met nieuwe risico's die ontstaan als gevolg van de energietransitie.
Het contact met gemeenten, veiligheidsregio’s en Omgevingsdiensten is belangrijk om voor een veilige leefomgeving te kunnen zorgen. Dit netwerk hebben we verder versterkt. Om gemeenten en veiligheidsregio’s te helpen om de kwaliteit van hun veiligheidsonderzoeken te verbeteren heeft de provincie een handreiking opgesteld. We organiseerden een gezamenlijke netwerkdag en hadden regelmatig overlegmomenten. Er is onderzoek gedaan naar hoe het netwerk versterkt kan worden. Er zijn nieuwe structurele overlegvormen opgestart en de focus komt meer te liggen op het activeren van gemeenten
Inzichtelijke risicodata omgevingsveiligheid
De risicogegevens zijn gedeeld via het Register Externe veiligheid. Via dat register wisselen overheden informatie over externe veiligheid uit en wordt informatie. Het publiek kan de informatie inzien in de Atlas Leefomgeving. Inwoners kunnen via de Atlas zien welke externe veiligheidsrisico's er in hun omgeving zijn. Ook is risico-informatie geleverd aan de Monitor Leefomgeving Provincie Zuid-Holland
Omgevingsveiligheid als ontwerpvariabele bij nieuwe ontwikkelingen
De energietransitie vraagt meer aandacht voor het terugdringen van risico’s bij risicovolle bedrijven. Er wordt alles aan gedaan om de kans op incidenten zo klein mogelijk te houden. Met partners is verkend welke maatregelen er genomen kunnen worden om de risico’s te beheersen, zoals opleidingseisen.
Regie voeren op provinciale en bovengemeentelijke thema’s omgevingsveiligheid
De energietransitie is in volle gang en brengt nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. De provincie droeg actief bij aan het nieuwe rijksbeleid voor waterstofdragers. Vooral de transitie van de industrie in de haven vroeg in 2025 (net als in 2024) veel aandacht en inzet van de provincie. Dit heeft te maken met de verwachte importstromen van nieuwe energiedragers, die andere gevaareigenschappen hebben dan fossiele brandstoffen, en nieuwe soorten bedrijven die zich in het havengebied willen vestigen. Samen met de al aanwezige grote hoeveelheid risicovolle bedrijven in dit gebied, de benodigde ruimte voor de grondstoffentransitie en de woningbouwopgave van gemeenten in de buurt is het inpassen van al die activiteiten een complexe puzzel. De provincie droeg actief bij aan het waarborgen van de veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke stoffen: bij de voorgenomen wijziging van het rijksbeleid blijven wij aandacht vragen voor gebruik van de veiligste routes en modaliteiten. Ook blijven wij ons inzetten voor een veilige leefomgeving rond spooremplacementen.
In 2025 is ook onderzocht of het groepsrisicobeleid rondom Rotterdam The Hague Airport nog actueel is. Het onderzoek geeft aanleiding om het beleid rondom de luchthaven te herzien bij de volgende grote herziening van het Omgevingsbeleid. De provincie heeft een besluit voorbereid over het beschikbaar stellen van de provinciale- en waterschapswegen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen om de risico’s voor dichtbevolkte gebieden te minimaliseren.
Verkenning naar transities met een impact op omgevingsveiligheid
In samenwerking met partners is verder onderzoek verricht naar de effecten van de energietransitie in de haven. Met de uitkomsten van dit onderzoek vinden gesprekken plaats over de doelmatigheid van het veiligheidsbeleid in de haven. De provincie heeft daarnaast nog onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van elektriciteitsopslag en de rol van de provincie daarbij. Dit heeft geresulteerd in een informatieblad voor gemeenten.
Visieontwikkeling op bestaande combinaties tussen risicobron en zeer kwetsbare gebouwen
De provincie heeft in samenwerking met gemeenten gekeken naar de mogelijkheden van een visie. De conclusie is dat dit een taak is voor gemeenten. In 2026 schrapt de provincie dit onderdeel uit het omgevingsprogramma. We gaan gemeenten activeren om hier een visie op te ontwikkelen.
Beleidsprestatie 7-1-4 Beschermen en benutten van de kwaliteiten van het bodem- en grondwatersysteem
De provincie bevordert het duurzaam beschermen, benutten en beheren van de bodem & de onder- grond, zowel door middel van haar eigen beleid als door het beïnvloeden van dat van andere overheden. Het gaat hier om het beschermen en beheren van de kwaliteit van het bodem-grondwatersysteem in relatie tot het verantwoord aanbrengen, beheren en afbouwen van functies in de ondergrond. De provincie zet voor deze beleidskeuze in op:
- Het optimaal benutten en beheren van bodem en ondergrond
- Het beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem
- De nazorg van stortplaatsen in het kader van de Wet Milieubeheer
Wat hebben we bereikt?
Ook is in 2025 gewerkt aan de spoedopgave en zijn er 6 locaties afgerond. Er resteren op 1 januari 2026 nog 28 spoedlocaties en 12 nazorglocaties.
De aanpak van diffuus lood in de bodem is zo goed als afgerond. Ook is een pilot afgerond naar het onderzoeken van PFAS op 24 potentiële bronlocaties. De uitkomsten zijn bekend en de opgedane ervaringen worden meegenomen bij verdere werkzaamheden voor het inzichtelijk maken van de PFAS bodemopgave.
De provincie geeft advies aan gemeenten, waterschappen en omgevingsdiensten bij ruimtelijke plannen en gebiedsontwikkelingen, zoals Zuidplaspolder, Gnephoek en Sliedrecht-Noord. Hierbij gebruikt de provincie het 3D-Instrumentarium, een manier om de ondergrond en de bovengrond samen te bekijken.
Daarmee wordt - als goed voorbeeld voor al onze partners in de ruimtelijke planvorming - concrete invulling gegeven aan twee artikelen vanuit de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening met betrekking tot risico’s van klimaatverandering en klimaat adaptief ruimtelijk ontwikkelen.
Met het 3D-Instrumentarium werkt de provincie volgens de 33 keuzes van ‘Water en Bodem Sturend’ (WBS). Sinds 2024 is hier ook de factor tijd bijgekomen, waardoor het nu 4D-Ordening heet. In 2025 is het ambtelijk netwerk met de vijf Omgevingsdiensten aantoonbaar verdiept, versterkt en verbreed. Dat gebeurde vooral op verzoek van deze Omgevingsdiensten. Elke Omgevingsdienst organiseerde een bijeenkomst met haar gemeenten om WBS samen verder concreet te maken. De provincie hielp de Omgevingsdiensten met de uitvoering van werkplannen.
Gemeenten maken bodemenergieplannen, waarmee ze het thema energie praktisch invullen binnen 4D-Ordening.
De provincie adviseert ook het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) over de Mijnbouwwet, zodat provinciale belangen goed worden meegenomen.
Het provinciaal beheer van de gesloten stortplaatsen zorgt ervoor dat de gesloten stortplaatsen nauwelijks schadelijke effecten hebben op het milieu.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Beschermen en beheren van het bodem- en grondwatersysteem
De aanpak van diffuus lood is zo goed als afgerond. Alleen in Schoonhoven resteert nog een opgave. Hier is in 2025 gestart met onderzoek in particuliere achtertuinen. Afronding van dit onderzoek is gepland in 2026.
Voor PFAS is gestart met een pilot van bodemonderzoek op 24 locaties. De uitkomsten zijn bekend en de opgedane ervaringen worden meegenomen bij verdere werkzaamheden voor het inzichtelijk maken van de PFAS bodemopgave.
Daarnaast werken we samen met de koepels en Omgevingsdiensten aan uniforme kaders voor de sanering van PFAS in de bodem.
Aanvullend vindt met de andere provincies periodiek (intervisie) overleg plaats. Hier ligt de nadruk op het inzichtelijk maken van de omvang van de PFAS problematiek en de aanpak ervan.
Voor alle bodemmedewerkers bij de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten is ook in 2025 een brede bodem kennis- en netwerkdag georganiseerd.
Nazorg stortplaatsen in het kader van de Wet Milieubeheer
- Nazorggelden zijn beheerd door Fonds Nazorg. Het Fonds Nazorg heeft een eigen jaarrekening.
- Ter voorbereiding op de sluiting van een stortplaats wordt een goedkeuringsprocedure voor een nazorgplan gevolgd en er is een eindinspectie in uitvoering.
- In verband met de realisatie van een golfbaan op een gesloten stortplaats is toezicht uitgevoerd op de uitgevoerde aanlegwerkzaamheden.
Optimaal benutten en beheren van de bodem en ondergrond
De provincie stimuleert dat gemeenten bodemenergieplannen laten opstellen. Deze plannen zijn vooral gericht op benutting van warmte-koudeopslag. Warmte-koudeopslag (WKO) is een techniek om warmte en kou in de bodem op te slaan. De provincie verleent op basis van zo’n plan de benodigde vergunningen.
Voor stedelijk gebied dat wordt aangelegd dan wel gereconstrueerd, worden samen met de betreffende gemeente zogeheten bodemenergieprogramma’s opgesteld. In 2025 is aan enkele van deze plannen gewerkt. De afronding wordt komend jaar verwacht. Hierbij wordt gewerkt op basis van de resultaten van de evaluatie van deze programma’s uit 2023/2024. Zo wordt er in samenwerking met de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) meer aandacht besteed aan de uitwerking van deze programma’s.
Ook is voor de gemeenten een instructieregel opgesteld, om onder de Omgevingswet goed te blijven kunnen samenwerking aan deze programma’s. Deze is in de Provinciale Omgevingsverordening opgenomen. Tenslotte zijn 4 pilots voor Middelhoge en 1 pilot Hoge Temperatuur Opslag bodemenergie uitgewerkt, respectievelijk in samenwerking met de Greenport West Holland en de TU-Delft. Dit op basis van eerdere besluiten van GS. Verwacht wordt dat de pilots komend jaar kunnen beginnen (inclusief monitoring).
Voor vergunningen binnen de Mijnbouwwet heeft de provincie een wettelijke taak om advies aan het ministerie van Klimaat & Groene Groei (KGG) uit te brengen (aardwarmte, gas- en oliewinning). In 2025 gaven we zeven adviezen op het gebied van de Mijnbouwwet; zes voor geothermie en een voor gaswinning (verlenging).
In de Leidse regio heeft het ministerie van KGG vier opsporingsvergunningen verleend in grondwaterbeschermingsgebieden of gebieden die daarin op korte termijn voor gebruikt kunnen worden. De provincie maakte hiertegen bezwaar maar het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De provincie werd als niet-belanghebbende aangemerkt. Hiertegen is beroep aangetekend. In 2024 heeft de rechtbank Den Haag de provincie in het gelijk gesteld. Het ministerie van KGG is hiertegen in hoger beroep gegaan. In 2026 is de behandeling bij de Raad van State.
Bij de herziening 2025 van het omgevingsbeleid is in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening een nieuwe instructieregel opgenomen. Dit betreft artikel 7.41ff: “Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met behoud en versterking van een klimaat robuust water- en bodemsysteem.”
In 2025 zijn de aardkundige waarden regelmatig bijgewerkt met nieuwe input vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Aardkundige waarden zijn de onderdelen van het landschap die iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van het gebied. Bijvoorbeeld een duin of een stroomrug. De gegevens zijn input voor de Herziening Omgevingsbeleid 2025.
Beleidsprestatie 7-1-5 Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) van milieuwetgeving
Bedrijven in Zuid-Holland behoren tot de meest innovatieve ter wereld en zijn belangrijk voor werkgelegenheid, maar moeten ook veilig zijn met zo min mogelijk uitstoot van gevaarlijke stoffen om zo een gezonde en veilige leefomgeving te bevorderen. Hiervoor worden de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving ingezet om voor een goede milieukwaliteit (luchtkwaliteit, bodem, geluid en externe veiligheid) binnen het wettelijk kader te zorgen. De uitvoering van deze provinciale taken gebeurt door vijf Zuid Hollandse Omgevingsdiensten. Daar waar dat noodzakelijk is, pakken we als provincie zelf de regie om hier sturing aan te geven en nieuw beleid te ontwikkelen. Zo kan VTH-instrument via het stellen van aangescherpte voorwaarden of door ruimte te scheppen voor experimenten op verantwoorde wijze ingezet worden voor gewenste transities richting een duurzamer energiebeleid en circulaire economie.
Wat hebben we bereikt?
Binnen de kaders van de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) is uitvoering gegeven aan implementatie van landelijke afspraken ter verbetering van het VTH-stelsel. Omgevingsdiensten zijn gemonitord op uitvoering van de hen gemandateerde provinciale taken, er zijn acute dossiers opgepakt en beleid is bijgesteld als dat nodig was. Ook is VTH ingezet als instrument om andere ambities voor de verbetering van de leefomgeving vorm te geven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zo scherp mogelijk vergunnen om de luchtkwaliteit in Zuid-Holland te verbeteren of intensievere administratieve controles van afvalstromen om juiste verwerking te bevorderen. Tenslotte speelt de provincie een actieve centrale rol in het aanjagen van het samenwerkingsprogramma van de vijf Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
Met onze Omgevingsdiensten en VTH-partners zijn wij voortdurend in gesprek over de uitvoering van milieutaken. Daar waar nodig wordt beleid bijgesteld. Aangezien de Nota VTH recent nog gewijzigd is, was bijstelling dit jaar niet nodig.
In 2025 zijn alle nieuwe vergunningaanvragen behandeld volgens de methode “scherper vergunnen”, om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook is begonnen deze methode te gebruiken bij het vernieuwen van bestaande vergunningen. Dit gebeurt per sector. Zo zijn in 2025 de vergunningen van raffinaderijen, waar de meeste winst voor de luchtkwaliteit te behalen is, bijgewerkt.
In 2025 hebben de vijf Omgevingsdiensten het hele jaar door gesprekken gehad over de voortgang en uitvoering van hun milieutaken. Waar nodig is bijgestuurd of zijn taken opnieuw geprioriteerd.
Bij een groot oliebedrijf is het verscherpte toezicht opgeheven en bij een ander Seveso-bedrijf wordt nog steeds verscherpt toezicht gehouden. Provinciale Staten zijn hiervan op de hoogte gesteld. Samen met de andere provincies heeft Zuid-Holland deelgenomen in de landelijke pilot om financiële zekerheidstelling op te nemen in de vergunningen van complexe bedrijven. De pilot liep in 2025 en wordt geëvalueerd zodat er zo veel mogelijk gezamenlijk door alle provincies een vervolg aan kan worden gegeven.
In 2025 zijn in het dossier Chemours weer stappen gezet voor het verder reduceren van emissies naar water en lucht. Op 7 februari 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan over de revisievergunning en is de vergunning uit 2022 grotendeels in werking. PFAS is recent opgenomen in OSPAR, een verdrag ter bescherming van de Noord-Oost Atlantische Oceaan. Alle aangesloten landen, waaronder Nederland, hebben een verplichting om deze stoffen te minimaliseren. Daarmee worden alle PFAS in Nederland nu bestempeld als Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Hoewel in het dossier Chemours alle PFAS al werden behandeld als ZZS, is dit een flinke steun in de rug en een ondersteuning van ons beleid. Het Rijk heeft aangekondigd samen met provincie en andere overheden te willen verkennen of er met het bedrijf Chemours afspraken kunnen worden gemaakt over de verantwoordelijkheid voor het verleden en verdergaande bovenwettelijke afspraken over reductie van emissies. Recent aangenomen moties in de Staten roepen de provincie op om te komen tot dergelijke afspraken met de kanttekening dat dit niet mag leiden tot financiële bijdragen van de provincie aan reductiemaatregelen van het bedrijf. PS is met meerdere brieven en commissievergaderingen, en in maart in een besloten sessie, geïnformeerd over het dossier.
Het programma Altijd Actuele Digitale Vergunningverlening (AADV) heeft de applicatie Digi-V ontwikkeld. De Omgevingsdiensten DCMR en OZHZ maken gebruik van de applicatie om hun vergunningen inzichtelijk te maken. Beide Omgevingsdiensten zijn bezig met het omzetten van de papieren vergunningen naar digitale vergunningen in Digi-V. De andere Zuid-Hollandse diensten zijn ook aangesloten op Digi-V. Daarnaast zijn de Seveso-omgevingsdiensten van de provincies Brabant, Gelderland en Overijssel aangesloten op de applicatie, . Het programma is in gesprek met nog enkele Omgevingsdiensten en met een Rijksinspectiedienst over aansluiting op Digi-V en bespreekt met het programma Digitalisering VTH van het Ministerie van I&W een mogelijk bredere uitrol van AADV-producten.
Op basis van een IPO-besluit eind 2024 zijn alle omgevingsdiensten in provinciale opdracht in 2025 begonnen met het aanschrijven van afvalverwerkende bedrijven die ZZS uitstoten , om een wettelijk verplicht Vermijdings- en Reductieplan (VRP) aan te leveren ter boordeling uiterlijk in 2026. Dit zorgt voor een betere beheersing van ZZS-emissies bij de bewerking van ZZS-houdende afvalstromen.
In IPO verband blijven we in gesprek met het Rijk om het landelijke ZZS-emissie beleid te verbeteren. Zo is in 2025 gewerkt aan een landelijk beoordelingskader voor VRP's en zijn stappen gezet om ook voor potentieel zeer zorgwekkende stoffen landelijk een scherper beleid te kunnen voeren. Ook is in IPO verband met een position paper aandacht gevraagd bij het Rijk voor de PFAS-problematiek nu de Europese PFAS restrictie nog op zich laat wachten.
In 2025 is door de provincie samen met de DCMR het Circulaire Loket geopend waar ondernemers met al hun circulaire vragen terecht kunnen. Het loket is een samenwerkingsverband tussen alle diensten en wordt gecoördineerd door DCMR-milieudienst Rijnmond. Daarnaast zijn wij gestart om in de provinciale vergunningen voorschriften op te nemen ten behoeve van circulair grondstoffengebruik.
De DCMR heeft in 2025 de benodigde capaciteit beschikbaar gesteld voor de opzet van maatwerktrajecten ten behoeve van de verduurzaming van industrie in het Rijnmondgebied. Met het bedrijf Nobian zijn bijvoorbeeld eind 2024 bindende afspraken getekend over het versneld reduceren van de CO2 uitstoot. Het vergunningentraject hiervoor verloopt voorspoedig. Ook zijn er vergevorderde gesprekken met Alco Energy voor het tekenen van een Joint Letter of Intent. Ten slotte is in 2025 formeel de landelijke expertpool van start gegaan voor de inhoudelijke ondersteuning van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) en de provincies bij het opzetten van de maatwerktrajecten.
Het ministerie van KGG heeft medio 2025 per brief de Kamer geïnformeerd over het stopzetten van een groot aantal maatwerktrajecten. Individuele gesprekken die KGG voert met de bedrijven gaan nog wel door. Deze gesprekken zijn niet meer gericht op CO2-reductie in 2030, maar gaan over de volgende fase van de maatwerkaanpak dat streeft naar ‘net-zero’ in 2050. Ook hier is de ondersteuning vanuit provincies en DCMR cruciaal.
Samen met haar gemeentelijke partners bij de Omgevingsdiensten heeft de provincie sinds 2021 een samenwerkingsprogramma tussen de diensten opgestart gericht op kennisdeling, gezamenlijk uitvoeren van (specialistische) taken en samenwerken waar dat kan. Deze samenwerking is in 2025 verder vormgegeven met de uitvoering van een gezamenlijk actieprogramma van elf projecten door de Omgevingsdiensten. Voorbeelden hiervan zijn gezamenlijk administratief toezicht, het samenvoegen van specialisten bedrijfsvoering bij één dienst ten behoeve van alle vijf de Omgevingsdiensten en één wervingswebsite voor vacatures. Ook is een programmateam ingericht dat de continuïteit van de samenwerking zal borgen en de voortgang van de projecten monitort. Het merendeel van de projecten lopen door in een nieuwe fase met een aanvulling of verdieping in 2026.
De ambtelijke coördinatie en begeleiding van de bestuurlijke begeleidingsgroep met wethouders en de gedeputeerde Milieu wordt gefaciliteerd vanuit de provincie.
Op 16 januari 2025 zijn afspraken gemaakt om de resultaten van het interbestuurlijke verbeterprogramma uit te voeren. Er is een modelmandaat ontwikkeld voor de taken van Omgevingsdiensten. Dit wordt aangepast voor Zuid-Holland en in het voorjaar van 2026 vastgesteld. Ook zijn een aantal van de Omgevingsdiensten begonnen met het opstellen van regionale uitvoeringsplannen samen met de provincie, gemeenten en alle andere VTH-ketenpartners; ook één van de landelijke afspraken.
De provincie werkt ook samen met andere provincies via het IPO om de landelijke afspraken uit te voeren. Zuid-Holland is hierbij betrokken bij de uitwerking van een provinciale coördinatierol VTH, de discussie over de financieringssystematiek van Omgevingsdiensten, het tekort aan middelen dat aan decentrale overheden ter beschikking wordt gesteld vanuit het rijk voor het VTH-stelsel, en de juridische omvorming van de vereniging van omgevingsdiensten ODNL.
Samen met andere provincies is een reactie voorbereid op het wetsvoorstel Versterking VTH, dat tot 16 januari 2026 ter consultatie heeft gelegen.
De operationele samenwerkingsafspraken zijn per Omgevingsdienst kort geëvalueerd en waar nodig zijn afspraken aangescherpt. De werking van het DSO blijft een aandachtspunt waar via IPO voortdurend aandacht voor gevraagd wordt.
Beleidsprestatie 7-1-6 Gezondheid en Welzijn
De provincie wil bijdragen aan het verbeteren van de gezondheid van haar inwoners, gezondheids- verschillen verkleinen en zorgkosten reduceren. Gezondheid is het resultaat van een groot aantal verschillende elementen, van milieufactoren als lucht en geluid, kwaliteit van de leefomgeving, de mogelijkheid tot recreatie en sport tot specifieke factoren zoals individuele leefstijl. De provincie definieert gezondheid vanuit de ‘Positieve Gezondheid’ benadering, een benadering die niet de ziekte maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt hierbij op veerkracht, eigen regie en aanpassingsvermogen van de mens, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. Gezondheid gaat hierbij hand in hand met welzijn ofwel het gevoel van welbevinden.
Wat hebben we bereikt?
- Gezondere voedselomgeving en groter bereik: gezondheid is steviger verankerd in het provinciale voedselbeleid en het bereik van inwoners, leerlingen, studenten en lokale initiatieven rond gezonde voeding is vergroot.
- Gezondheid structureel ingebed: in zes gemeenten is gezondheid duurzaam opgenomen in omgevingsvisies en bijbehorende plannen via een schaalbare, praktisch toepasbare methodiek die ook breder toegepast kan worden.
- Kennisdeling en opschaling versterkt: een provinciale kennisinfrastructuur, netwerken en opschalingsfinanciering hebben bijgedragen aan versterkte samenwerking en versnelling van impact.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
De resultaten van het programma Gezondheid en Welzijn laten zien dat de inzet in 2025 heeft geleid tot concrete en meetbare opbrengsten voor inwoners, partners en beleid. De volgende resultaten zijn gerealiseerd:
Gezond voedsel en gezonde voedselomgeving
Het programma heeft bijgedragen aan de provinciale integrale Voedselvisie, met nadruk op het realiseren van een gezonde voedselomgeving. Deze inzet wordt ook landelijk uitgedragen via de City Deal Gezonde & Duurzame Voedselomgeving, waarin Zuid-Holland actief participeert.
Voedseleducatie in VO en mbo
De aandacht voor voedseleducatie in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs is vergroot. Meer leerlingen en studenten zijn bereikt met kennis en vaardigheden rond gezonde voeding en voedingsgerelateerde keuzes, via lessen, praktijkactiviteiten en samenwerkingsprojecten met lokale partners.
Nieuwe Lunchcultuur en lokale initiatieven
De aanpak rond de Nieuwe Lunchcultuur is doorontwikkeld tot concrete actieprogramma’s binnen bedrijfsnetwerken, waaraan inmiddels meer dan twintig bedrijven deelnemen. Daarnaast zijn via gerichte provinciale subsidieregelingen twintig sociale en lokale voedselinitiatieven ondersteund.
Gezonde leefomgeving
Een praktische methodiek voor de gezonde leefomgeving is ontwikkeld en toegepast in zes gemeenten. Dit heeft geleid tot structurele verankering van gezondheid in omgevingsvisies en bijbehorende vervolgplannen. De methodiek is geschikt voor bredere toepassing binnen Zuid-Holland.
Kennisinfrastructuur en opschaling
Het jaarlijkse Festival Gezond Verstand is in 2025 georganiseerd voor 270 bezoekers en fungeerde als platform voor kennisdeling, samenwerking en innovatie. Tijdens het festival is een aanjaagfinanciering voor opschalingsprojecten binnen het Healthy Society Programma aangekondigd. Inmiddels zijn zes projecten toegekend en loopt een nieuwe subsidieronde voor nog eens zes projecten. Ook is de Delta-actieagenda gepresenteerd.
Met de lancering en doorontwikkeling van gezondzuidholland.nl is daarnaast een centrale online hub gerealiseerd voor kennisdeling, samenwerking en zichtbaarheid van initiatieven.
