Het beleidsdoel Gezonde natuur is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 5-1-1 Nieuwe natuur realiseren
De provincie is wettelijk verantwoordelijk om specifieke soorten en habitats te beschermen en in de zogenoemde ‘gunstige staat van instandhouding’ te brengen conform de EU Vogel- en Habitatrichtlijn. Realisatie van natuur is hiervoor een belangrijk middel, waarbij de provincie wil bereiken dat een robuust netwerk van natuurgebieden ontstaat, bestaande uit kerngebieden en verbindings- zones daartussen. Buiten deze natuurgebieden wil de provincie een aantrekkelijk landschap en steden creëren waar, naast andere functies, ook ruimte is voor natuurwaarden. Voor de realisatie van natuur neemt de provincie regie en stelt zich op als verbinder tussen lokale partijen om te komen tot samenwerking.
Wat hebben we bereikt?
Binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn op verschillende plekken nieuwe natuurgebieden tot stand gekomen. Hiermee is het netwerk van natuurgebieden versterkt en beter met elkaar verbonden. Er is in totaal 875 hectare (ha) nieuwe natuur ingericht: In de Krimpenerwaard is een aantal projecten afgerond (samen goed voor 778 ha), het Gouwe Wiericke project Abessinië-Zuidzijderpolder (96 ha) is opgeleverd en daarnaast nog 1 ha in overige gebieden. Ook is 20 ha grond gekocht om natuurgebied van te maken. Hierbij zitten onder meer de gronden in het gebied Slikken van Flakkee (15 ha).
Binnen het Buijtenland van Rhoon nam in 2025 de hoeveelheid verworven gronden toe naar ca 422 ha. Inmiddels is totaal ca 184 ha ingericht als natuur, zo’n 80% van de gestelde doelen in het Streefbeeld. Voor de inrichting van de grootste recreatieve toegang van het gebied, de Poort van Buijtenland, is door de provincie een definitief inrichtingsplan opgesteld.
Met verschillende subsidies is het oppervlak bos toegenomen met ruim 11 hectare, zijn gebieden geschikt gemaakt voor weidevogels, leefgebieden ingericht voor de Zuid-Hollandse icoonsoorten en natuurvriendelijke oevers en houtwallen aangelegd als groenblauwe dooradering van het landschap. Het agrarisch natuur en landschapsbeheer is uitgebreid met ongeveer 562 hectare. Hiermee is het leefgebied van boerenlandvogels en andere soorten in het agrarisch gebied vergroot. Daarnaast hebben bijeenkomsten en informatiebladen bijgedragen aan het vergroten van de kennis over het verbeteren van de biodiversiteit en inrichten van leefgebieden voor dieren en planten bij onze partners en de inwoners van Zuid-Holland.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
Zuid-Hollands Programma Landelijke Gebied (ZH-PLG)
We werken vanuit het ZH-PLG onder andere aan het realiseren van nieuwe natuur. Daarnaast dragen we bij aan waterdoelen, stikstofreductie en toekomstbestendige landbouw. Door het integrale karakter van het ZH-PLG programma zijn de projecten niet te koppelen aan één beleidsdoel, daarom zijn de genoemde punten slechts een beknopte samenvatting en worden in de beleidsdoelen van deze ambitie en beleidsdoel 7.3 verder ingegaan op de voortgang van de lopende projecten en activiteiten in het kader van het ZH-PLG.
Na besluitvorming over welke projecten uit het Maatregelenpakket ZH-PLG gefinancierd kunnen worden met middelen van het Rijk, is de uitvoering opgepakt. In de drie kerngebieden Veenweidegebied, Zuid-Hollandse Delta en Kust- en Duingebied zijn de eerste projecten gestart voor het Natuur Netwerk Nederland, de aanleg van bos en bomen, landbouw (zoals onderzoek Meetnetwerk Nieuwkoop) en waterinfiltratiesystemen.
De versnellingsprojecten, waarvan de uitvoering in 2023 is begonnen na ontvangst van een specifieke Rijksuitkering, zijn intussen afgerond of nog in uitvoering.
Een aantal projecten ter verbetering van de waterkwaliteit, die onderdeel zijn van het ZH-PLG Maatregelenpakket, wordt gefinancierd uit middelen van de provincie (via amendement uit het maatregelenpakket ZH-PLG beschikbaar gesteld). Ook binnen dit onderdeel zijn onderzoeken en projecten in 2025 begonnen.
Realiseren begrensde natuur
We hebben een flinke stap gezet in de aanleg van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er is 875 hectare (ha) nieuwe natuur ingericht, onder andere in de Krimpenerwaard en Gouwe-Wiericke. Alle hectaren zijn t.b.v. Natuurpact. Het Natuurpact is de afspraak tussen Rijk en provincies waarmee natuurbeleid naar de provincies is gedecentraliseerd. Vanaf komend jaar verwachten we ook inrichting van het ZHPLG-maatregelenpakket NNN Kwaliteitsimpuls. In de Krimpenerwaard zijn inmiddels alle projecten in de uitvoering. Het laatste cluster van projecten is in 2025 aanbesteed en er wordt momenteel gewerkt aan de inrichting van nog ruim 650 ha natuurgebied. In Gouwe Wiericke is ook de aanbesteding van het laatste project (Bodegraven Noord, 255 ha) gegund en zijn nu dus ook alle projecten in uitvoering.
In 2025 is binnen het NNN 20 ha grond verworven voor natuurinrichting. Hierbij zitten onder meer de gronden in het gebied Slikken van Flakkee (15 ha).
Op basis van het Handelingskader NNN hebben Provinciale Staten op 6 maart 2024 zeven gebieden binnen het NNN aangewezen als ‘cruciaal en niet-herlokaliseerbaar’ (waarmee het nut en de noodzaak voor vergoeding van volledige schadeloosstelling wordt aangetoond). Met dit besluit werd het mogelijk om naast zelfrealisatie en grondruil voor natuuraanleg, de eigenaren bij verkoop van gronden binnen deze gebieden volledig schadeloos te stellen. Binnen dit provinciale uitvoeringsprogramma zijn in 2025 gronden aangekocht en zijn met nagenoeg alle grondeigenaren gesprekken gestart over de mogelijkheden voor realisatie van de natuurdoelen. In specifieke gebieden zijn ook inspiratiesessies en veldbezoeken voor/met zelfrealisatoren georganiseerd. Bovendien zijn er inmiddels ruim 20 concept basis-natuurplannen opgesteld of in ontwikkeling. Het basisnatuurplan is een eerste stap in het proces van zelfrealisatie en schetst een beeld van de toekomstige inrichting.
Voor de inrichting van het Buijtenland van Rhoon heeft de provincie subsidie verleend aan de Gebiedscoöperatie Buijtenland van Rhoon (GC) op basis van het door hen opgestelde jaarplan. De provincie heeft hiervoor grond aangekocht en ter beschikking gesteld aan de GC.
De GC heeft 0,3 hectare hoogstamboomgaard, 1,7 ha watergangen met plasdrasranden en flauwe oevers, 5,5 ha florarijke akkers, 1 ha wintervoedsel akker, 2,6 ha graslanden en langjarige en flexibele akkerranden laten aanleggen. Daarnaast zijn er verschillende evenementen en activiteiten georganiseerd om recreanten aan te trekken.
Voor het ontwikkelen van de grootste recreatieve toegangspoort naar het gebied heeft de provincie een definitief ontwerp gemaakt en dit tijdens een inloopavond in november aan de omgeving gepresenteerd. Voor het beheer van het poortgebied voor de komende 3 jaar is een overeenkomst aangegaan met Zuid-Hollands Landschap.
Versterken natuur- en landschapswaarden
Soortenbeleid
- We hebben voor gebiedsprocessen geadviseerd ten aanzien van leefgebied(seisen) van (Vogel- en habitatrichtlijn) soorten.
- We stelden de subsidieregeling “realisatie leefgebied icoonsoorten, landschapselementen en voedselbossen” open. Het beschikbare bedrag (€ 0,4 miljoen) is volledig benut voor initiatieven op het gebied van biodiversiteit van gemeenten, stichtingen en particuliere initiatiefnemers (bijvoorbeeld de aanleg van landschapselementen en voedselbossen).
- We organiseerden kennisbijeenkomsten met gemeenten en omgevingsdiensten over de biodiversiteit in Zuid-Holland.
- We brachten informatie over leefgebied, de verspreiding en verandering in aantallen icoonsoorten en habitatrichtlijnsoorten op een overzichtelijke wijze bij elkaar. Deze informatie helpt om bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met deze soorten.
- We realiseerden een faunapassage bij het Gouwekanaal, zodat dieren zoals de otter de Gouwe veilig kunnen passeren.
- Er zijn in samenwerking met de Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten regionale bijeenkomsten georganiseerd over bijenlandschappen. Er is een campagne voor gemeenten en wegbeheerders over ecologisch bermbeheer gelanceerd.
Bos en Bomen
- De zogenoemde bosmakelaars begeleidden meerdere initiatieven voor bosuitbreiding naar de uitvoering. Ook nieuwe initiatieven worden via de bosmakelaars benaderd en begeleid in voorbereiding naar subsidieaanvragen in 2026/2027. Dit loopt deels via gebiedsprocessen van het ZH-PLG, met aanvullende nieuwe locaties.
- In 2025 is er in recreatiegebied Brielse Meer/Bernisse 11,3 hectare bos aangeplant.
- In 2025 zijn door samenwerking met Meerbomennu 32.933 jonge bomen verplant naar locaties om uit te groeien tot volwassen bomen.
Boerenlandvogels
- In 2026 hebben we subsidie verstrekt voor inrichtingsmaatregelen die bijdragen aan het leefgebied van boerenlandvogels, zoals plas-dras pompen voor weidevogels en de aanleg van heggen en hagen voor een soort als de patrijs.
- In de Klaas Engelbrechtspolder in Midden-Delfland is de inrichting van een 19 ha groot kerngebied voor weidevogels afgerond. Ook de Zuidpolder (110ha) is afgelopen jaren voor weidevogels ingericht en in 2025 hebben we samen met de gemeente, hoogheemraadschap en Staatsbosbeheer het beheerplan ondertekend. Daarnaast is geld beschikbaar gesteld voor de verbetering van weidevogelgebied het Oudeland van Strijen.
- Onderzoek naar de overleving van kievitskuikens op maisland heeft inzicht gegeven in de effectiviteit van beschermingsmaatregelen. Ook werd met wildcamera’s onderzoek gedaan naar de invloed van predatie (doden door roofdieren). De uitkomsten van beide onderzoeken worden gebruikt om de predatieaanpak verder te verbeteren.
- Er is een provinciale kennisdag georganiseerd met meer dan 90 deelnemers, zoals agrariërs, terreinbeheerders en collega overheden.
- De tussenevaluatie van het actieplan boerenlandvogels is afgerond en gedeeld met de partners en de Provinciale Staten.
Agrarisch natuur- en landschapsbeheer
- Alle agrarische collectieven hebben in afstemming met deprovincie gewerkt aan de uitvoering van het natuur- en landschapsbeheer, zoals dat in de meerjarige subsidies is afgesproken.
- In 2025 hebben 6 agrarische collectieven het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) uitgebreid met ongeveer 562 ha. Collectieven hebben dit voor een groot deel ingezet voor ecologisch effectieve maatregelen zoals plas-dras en kruidenrijk grasland. Daarnaast is op akkers (bijvoorbeeld vogelakkers) en water (ecologisch slootschonen) veel extra beheer gerealiseerd. Met ecologisch slootschonen verbeteren agrariërs de waterdoorstroming wat zorgt voor meer biodiversiteit in en rond de sloot.
Groenblauwe dooradering
- De uitgangspunten voor de inrichting van groenblauwe dooradering (GBDA) zijn helder geformuleerd, zodat deze gebruikt konden worden in de gebiedsprocessen van het ZH-PLG.
- GBDA is uitgewerkt in de uitvoeringsagenda landbouw
- Er zijn subsidies verleend voor investeringen in biodiversiteit en waterkwaliteit op landbouwbedrijven (GLB-NSP Zuid-Holland 2024). Het beschikbare budget is volledig benut.
LIFE IP All4Biodiversity
- Met een internationaal webinar op 14 november 2024 is over de samenwerking van agrariërs in gebiedsgerichte projecten (Collaboration with farmers - Uniting viable farming practices with nature) kennis gedeeld met circa 80 personen afkomstig uit Denemarken, Duitsland, België en Nederland.
- Op 20 november 2025 heeft de afsluitende conferentie van LIFE IP All4Biodiversity plaatsgevonden. Locatie was de Mient Kooltuin Groene Zone in de provincie Zuid-Holland en er hebben circa 150 personen aan deelgenomen.
- LIFE IP All4Biodiversity heeft financieel bijgedragen aan de ontwikkeling van de pilot Mient Kooltuin Groene Zone.
Beleidsprestatie 5-1-2 Beschermen en versterken bestaande natuur en soorten
De provincie wil de binnen haar provinciegrenzen van nature voorkomende plant- en diersoorten behouden. Dit realiseert zij door het faciliteren van natuurbeheer en kwaliteitsimpulsen in natuur- gebieden en het planologisch beschermen ervan. In het landelijk en stedelijk gebied draagt de provincie zorg voor beheer- en stimuleringsmaatregelen ten behoeve van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) doelen, basiskwaliteit natuur en verdere versterking van agrarische natuur. De provincie heeft hiervoor 40 icoonsoorten geselecteerd die kenmerkend zijn voor leefgebieden in Zuid-Holland en stimuleert maatregelen die het leefgebied van deze soorten versterken. Belangrijke weidevogelgebieden worden door de provincie planologisch beschermd, daarnaast stimuleert zij initiatieven voor verdere versterking van de kwaliteit. Houtopstanden kennen eveneens een planologische bescherming.
De provincie streeft naar een gezond evenwicht van faunapopulaties. Bij het beheren van dit even- wicht worden zorgvuldig de belangen van natuur en samenleving afgewogen. Waar nodig worden maatregelen getroffen, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van flora en fauna, openbare veiligheid en volksgezondheid alsmede beperking van (landbouw)schade of andere wettelijke belangen. Daarnaast verleent de provincie tegemoetkomingen in geleden schade door natuurlijk in het wild levende en inheemse beschermde dieren. De provincie zet in op bestrijding en beheersing van de (invasieve) exoten door middel van preventie, eliminatie en beheer. Wanneer (invasieve) exoten inheemse beschermde flora en fauna schaden, al of niet in combinatie met schade aan de economie en/of de volksgezondheid, neemt de provincie maatregelen.
Wat hebben we bereikt?
Natuurbeheer & kwaliteitsimpulsen Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland
In 2025 hebben wij gewerkt aan natuurbeheer en natuurherstel in de natuurgebieden, zowel in NNN als in Natura 2000. Op ruim 28.000 ha binnen het NNN hebben we natuurbeheerders in staat gesteld beheer uit te voeren door hen hiervoor subsidie te geven. In goede gesprekken met de natuurbeheerders is besproken waar kwaliteitsimpulsen nodig zijn. Ook is dit jaar het Natuurbeheerplan Zuid-Holland Zuid-Holland herzien. Voor de Natura 2000-gebieden Nieuwkoopse Plassen en De Haeck en Coepelduynen zijn de beheerplannen geëvalueerd en nieuwe beheerplannen vastgesteld.
Aanpak drukfactoren natura 2000
Met het PS-besluit Samenhangende Aanpak Natuurherstel en Economie (SANE) is de aanpak van drukfactoren op de Natura2000-doelen vastgesteld.
Beschermen natuur en soorten
- Met het bestrijden van verschillende invasieve exoten hebben we de inheemse biodiversiteit beschermd.
- In samenwerking met de omgevingsdienst Haaglanden en de stichting faunabeheereenheid Zuid-Holland zijn toestemmingen verleend voor het nemen van maatregelen voor onder andere de bescherming van flora en fauna (waaronder predatie), openbare veiligheid en de beperking van schade aan gewassen.
- Door BIJ12 zijn namens ons tegemoetkomingen verleend in de faunaschade aan gewassen die is veroorzaakt door in het wild levende inheems beschermde dieren.
- Met verschillende initiatieven en interventies zijn vergunningenprocessen efficiënter en effectiever gemaakt.
- Met het toetsen van ruimtelijke plannen en initiatieven en het geven van advies over de mogelijkheden bij nieuwe ontwikkelingen, is de aantasting van NNN-gebieden en belangrijk weidevogelgebied beperkt of voorkomen.
- Er zijn in 2025 twee ontheffingen verleend voor ruimtelijke ontwikkelingen in het NNN. Deze ontwikkelingen waren van groot openbaar belang en er waren geen reële alternatieven. Een verplicht onderdeel van deze ontheffing is onder andere een goedgekeurd plan voor de inrichting van een nieuw NNN-gebied ter compensatie van het aangetaste NNN-gebied.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
Natuurmonitoring
- Wij hebben tijdige en betrouwbare monitoringsinformatie aangeleverd die gebruikt wordt voor de uitvoering en bijsturing van het beleid. Voorbeelden hiervan zijn de tellingen van weidevogels in de Ade Rijnstreek en de inventarisatie van de rivierdonderpad in Natura 2000-gebied Broekvelden, Vettenbroek en Polder Stein.
- We werken al lange tijd aan het tellen van weidevogels. Daarom hebben we een meerjarige afspraak gemaakt met de organisatie die dit uitvoert. Ook andere tellingen, zoals van planten en watervogels, gaan door. Voor het meten van het broedsucces van vogels aan de kust doen we mee aan een Europese aanbesteding van Rijkswaterstaat.
- In de Natura 2000-gebieden hebben we verschillende vormen van monitoring uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn de monitoring van natte Natura 2000-soorten. Daarnaast is in het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen een vegetatiekartering uitgevoerd. Bij een vegetatiekartering worden verschillende plantensoorten en hun verspreiding systematisch in kaart gebracht. Voor de vegetatiekarteringen van de Natura 2000-deltagebiedenzijn voorbereidende gesprekken gevoerd met de betrokken stakeholders. Deze worden in 2027 uitgevoerd. Met deze monitoringsinformatie kunnen evaluaties van beheer en de Natura 2000 beheerplannen worden uitgevoerd.
- Op basis van de natuurmonitoring is de kwaliteit beoordeeld van het NNN in die gebieden waar de provincie natuurbeheersubsidie verstrekt. De resultaten daarvan zijn te zien op de webviewer: geo.zuid-holland.nl/data/natuur/snlbeo/natuur_landschapsbeheer.html
- Het recent ingerichte natuurgebied Polder den Hoek is geschouwd om ontwikkelingen te volgen en waar nodig bij te sturen.
- We hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van nieuwe monitoringsmethoden via een pilot met een ‘bestuiverteller’. “Dit is een camera die met AI automatisch bijen en andere bestuivers kan herkennen en tellen. Daarnaast hebben we in IPO-verband landelijk afgesproken dat de provincies gezamenlijk optrekken bij nieuwe innovaties.
- Wij hebben een professionaliseringsslag gemaakt op het gebied van datacontrole en dataopslag. Ook nemen we deel aan landelijke overleggen over (natuurmonitoring) data, zodat we kennis en ervaringen kunnen uitwisselen en gezamenlijk werken aan verdere verbeteringen. De data uit provinciale monitoring worden, na controle en bevestiging door externe experts, gepubliceerd in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Sinds begin 2025 is de NDFF-data openbaar beschikbaar. Zie: https://florafaunaverkenner.nl/ .
Datagedreven ZH-PLG en Digitalisering Water Klimaat Natuur & Landbouw
We ontwikkelen digitale informatieproducten voor het ZH-PLG en Domein Water, Klimaat, Natuur & Landbouw en ondersteunen de implementatie en het gebruik. We doen dit in lijn met de provinciebrede informatietransitie.
De producten geven collega's sneller en beter inzicht in beleidsdoelen per gebied, voortgang van maatregelen en monitoringsinformatie. Dit jaar hebben we:
- Een monitor kwaliteit oppervlaktewater opgeleverd die inzicht geeft in de kwaliteit van Zuid-Hollandse oppervlaktewateren;
- Producten (door) ontwikkeld om gebiedsgericht werken in het ZH-PLG te ondersteunen en de voortgang van projecten beter te kunnen volgen;
- Een registratietool voor monitoringsinformatie natuur ontwikkeld.
Balans en behoud draagvlak door faunabeheer
- Er zijn tegemoetkomingen verleend voor de schade die is veroorzaakt door in het wild levende dieren. Het gaat hier met name om schade aan gewassen, veroorzaakt door onder andere ganzen, houtduiven, knobbelzwanen en smienten.
- Om weidevogels te behouden hebben wij toestemmingen verleend om predatie te voorkomen dan wel beperken.
- Wij hebben subsidies verleend aan de faunabeheereenheid en wildbeheereenheden voor de uitvoering van hun wettelijke taken.
- Op hoofdlijnen is een aanpak uitgewerkt om de forse faunaschade te beteugelen.
- Wij hebben contact onderhouden met de faunabeheereenheid, wildbeheereenheden en terreinbeherende natuurorganisaties over de uitvoering van het faunabeheer.
Beheer van begrensde natuur
Natuurbeheer & kwaliteitsimpulsen Natura 2000 / Natuurnetwerk Nederland
- In 2025 is regelmatig gesproken met terreinbeheerders over de voortgang van het natuurbeheer binnen de natuurgebieden, zowel NNN als Natura 2000 en zijn de jaarlijkse veldbezoeken afgelegd.
- Het Natuurbeheerplan Zuid-Holland is in 2025 bijgewerkt en binnen alle deadlines vastgesteld. Op basis van het Natuurbeheerplan Zuid-Holland is natuurbeheersubsidie verleend waarmee eigenaren hun natuurgebieden konden beheren. Op ruim 28.000 ha is natuurbeheersubsidie verstrekt. De subsidie betrof 84% van de landelijke standaard kostprijs. Dit is de landelijk afgesproken kostprijs voor het beheer van het betreffende type natuur.
- Elk jaar houden wij gesprekken met de terreinbeheerders en terreineigenaren over natuurbeheer en kwaliteitsverbetering, zowel in Natura 2000 als in NNN. Er zijn dit jaar goede gesprekken voorbereid en gevoerd in het kader van de Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL). Van goede gesprekken uit eerdere jaren zijn acties met de terreinbeheerders verder uitgevoerd.
- Waar de conclusie was dat een kwaliteitsimpuls nodig is, is subsidie voor een kwaliteitsimpuls verstrekt of wordt een subsidieaanvraag voorbereid.
- Voor Oudeland van Strijen, Meijendel Berkheide, Solleveld & Kapittelduinen, Westduinpark & Wapendal, Donkse Laagten, De Wilck, Duinen Goeree & Kwade Hoek, Boezems Kinderdijk en Voornes Duin is in 2025 gewerkt aan de evaluatie en herziening. Deze worden in 2026 afgerond.
- Er is in 2025 regelmatig afstemming geweest met ministerie LVVN over de Natura 2000 doelen, zoals bijvoorbeeld het toevoegen van de grutto in Zuid-Hollandse Natura 2000-gebieden en de herziening van de doelensystematiek.
- Voor de uitwerking van Natuurbrandbeheersing binnen Zuid-Hollandse natuurgebieden is samen met de provincies en het ministerie van LVVN de landelijke opgave en aanpak verkend. Met de Veiligheidsregio’s is de samenwerking gestart voor de uitwerking van Natuurbrandbeheersing binnen Zuid-Holland.
Programma Natuur
- Voor de eerste fase Programma Natuur zijn de maatregelen in uitvoering en is de uitvoeringstermijn verlengd tot 15 augustus 2026. Voor maatregelen die niet tijdig uitgevoerd konden worden zijn alternatieven gevonden.
- Voor de programmering en verantwoording van de ontvangen SPUK-2 beschikking voor de tweede fase van het Programma Natuur is afgestemd met het ministerie van LVVN; De openstelling van de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL) en de Subsidieregeling Natuurmaatregelen Zuid-Holland (SNZH) zijn voorbereid, zodat de natuurbeheerders vanaf begin 2026 subsidie kunnen aanvragen voor het uitvoeren van de maatregelen.
Aanpak drukfactoren rondom Natura 2000-gebieden
- Voor de herziening van het omgevingsbeleid is een bijbehorende Omgevingseffectrapportage (OER) uitgevoerd. Op basis van de resultaten van deze OER is gekozen voor een maatwerkaanpak per Natura 2000-gebied voor de vermindering van drukfactoren, eventueel met overgangszones waar nuttig en noodzakelijk.
- Op basis van de eerdere inventarisatie naar drukfactoren per Natura 2000-gebied is in 2025 een verdergaand onderzoek uitgevoerd door Arcadis. In dit onderzoek zijn alle drukfactoren (behalve stikstof) verder uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld exoten, recreatie, waterkwaliteit en –kwantiteit. Ook zijn maatregelen voorgesteld voor het verminderen van de drukfactoren, eventueel met overgangszones.
- In Q3 2025 is een onderzoek uitgevoerd door de Wageningen Environmental Research (WEnR) naar de ontwikkelingen stikstofdepositie Natura 2000-gebieden.
- In december 2025 is de Samenhangende Aanpak Natuurherstel en Economie (SANE) vastgesteld door Provinciale Staten (PS). In SANE staat het maatregelspoor “Aanpak drukfactoren rondom Natura 2000-gebieden” verder uitgewerkt:
- In SANE wordt een maatwerkaanpak per Natura 2000-gebied voorgesteld op basis van het onderzoeksrapport Arcadis;
- In SANE wordt bij twee Natura 2000-gebieden een zone voor stikstofreductie geïntroduceerd op basis van het onderzoek van WENR naar de ontwikkelingen van stikstofdepositie.
- In SANE wordt een aanpak geïntroduceerd voor aanpak van drukfactoren bij enkele Natura 2000-gebieden rondom de Rotterdamse Haven. Voor deze aanpak is vanuit het Rijk 50 miljoen toegekend aan de provincie Zuid-Holland.
Integrale versterking Nationale parken
- Stichting Nationaal Park Hollandse Duinen is door de provincie financieel ondersteund. De stichting stimuleert de partners om samen aan de doelstellingen van het Nationaal Park te werken.
- Nationaal Park de Biesbosch heeft geld ontvangen voor verbeteren van de communicatie, bijvoorbeeld via de website. Verder hebben we de Biesbosch gesubsidieerd met geld dat we van het Rijk hebben ontvangen voor ondersteuning van Nationale Parken. Omdat Nationaal Park Hollandse Duinen formeel nog geen Nationaal Park is ondersteunt het Rijk dit nationaal (nog) niet.
- Vanuit andere provinciale maatregelen (bijvoorbeeld de maatregelen “beheer van begrensde en agrarische natuur”, “recreatief netwerk en beheer routestructuren” en “recreatie en toerisme in balans” hebben we bijgedragen aan projecten die passen bij de doelstellingen van de Nationale Parken Hollandse Duinen en de Biesbosch, zoals het versterken de natuur en de beleving daarvan en het reguleren van de recreatiedruk.
Beschermen natuur en soorten
Vergunningverlening, toezicht en handhaving op activiteiten die de natuur betreffen
- Er zijn subsidies verleend aan gemeenten voor het opstellen van soortenmanagementplannen (SMP's). Gemeenten zijn daarbij door ons ondersteund.
- In samenwerking met team Wonen is gewerkt aan een pilot om vergunningenprocessen efficiënter en effectiever te maken en meer gericht te laten zijn op het behouden of verbeteren van de leefgebieden van beschermde soorten binnen ruimtelijke ontwikkelingen.
- Wij hebben opdrachten gegeven aan de uitvoerende omgevingsdiensten ter uitvoering van hun VTH taken om toe te zien op ‘activiteiten die de natuur betreffen’ en toestemmingen te verlenen binnen de wettelijke kaders voor ruimtelijke ontwikkelingen
- In samenwerking met de Omgevingsdienst Haaglanden is gewerkt aan het binnen de wettelijke termijnen brengen van het afhandelen van aanvragen en aan het in lijn te brengen van de uitvoering met het provinciale soortenbeleid.
- Wij hebben subsidies verleend voor alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen.
- Wij hebben meegewerkt aan het nieuwe provinciale protocol voor environmental dna voor vleermuizen.
- Voor een aantal beschermde soorten is bepaald wat de staat van instandhouding is op provinciaal niveau. Deze kennis draagt bij aan het versoepelen van het vergunningverleningsproces.
- Wij hebben bijgedragen aan het tot stand komen van een gedragscode voor de isolatie va spouwmuren voor de meest voorkomende vleermuissoorten
- Wij hebben geregeld afstemming met de maatschappelijke opgaves wonen, energie en drinkwater om deze te stroomlijnen met de soortenbeschermingsopgave en de VTH opgave.
Planologische bescherming
- Ruimtelijke plannen en initiatieven zijn getoetst en er is advies gegeven over de mogelijkheden van de ontwikkeling. Advisering ging onder andere over het vinden van zoeklocaties voor drinkwaterwinning en windenergie. Daar waar mogelijk zijn plannen aangepast zodat aantasting van NNN en belangrijk weidevogelgebied wordt beperkt of voorkomen.
- De bescherming van belangrijk weidevogelgebied is geactualiseerd. De regels en bijbehorende beschermingsgebieden zijn aangepast. Er zijn twee type beschermingsgebieden: belangrijk weidevogelgebied met hoge aantallen weidevogels en kansrijk gebied met lagere aantallen maar wel potentie. De aanpassing is na een proces met participatie, botsproeven en ter inzagelegging opgenomen in de ontwerpherziening omgevingsbeleid 2025. In 2026 zal dit waarschijnlijk leiden tot een aanpassing van de regels en bescherming van de gebieden.
- In de beleidsregel zijn ook regels opgenomen die van toepassing zijn op de bescherming van belangrijk weidevogelgebied. Deze zijn geactualiseerd overgenomen in de Provinciale omgevingsverordening.
- Er is een begin gemaakt met de actualisatie beschrijving ‘Wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuur Netwerk Nederland’ op basis waarvan ontheffingsaanvragen worden getoetst. Deze wordt in 2026 verder uitgewerkt.
Invasieve exoten
- Het plan van aanpak invasieve exoten is opgesteld samen met relevante partners zoals gemeenten en waterschappen en is vastgesteld door GS.
- Er is uitvoering gegeven aan de bestrijding van exoten waarvoor er een eliminatie plicht geldt.
- Er is meegewerkt aan het landelijk aanvalsplan invasieve exoten van het Rijk.
- Er is input geleverd voor de aanpak van exoten binnen natura 2000-gebieden.
- Er is opdracht gegeven voor het nemen van maatregelen om de verspreiding van de kleine waterteunisbloem op Tiengemeten beheersbaar te houden en voor het uitwerken van een handelingsperspectief.
- Wij hebben contacten onderhouden over de aanpak van invasieve exoten met medeoverheden.
Beleidsprestatie 5-1-3 Natuurinclusieve transitie
De provincie wil natuur meenemen in al haar ruimtelijke ontwikkelingen, zodat biodiversiteit behouden en versterkt kan worden. Natuur stopt immers niet bij de grens van natuurgebieden. Natuurinclusieve ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan het oplossen van veel provinciale uitdagingen (bodemdaling, verzilting, verdroging, afname biodiversiteit). Ook is het een randvoorwaarde voor een voldoende sterk ecologisch systeem, zodat aan (inter)nationale afspraken (natuur, stikstof, klimaat, fijnstof) wordt voldaan.
Door biodiversiteit als dwarsdoorsnijdend thema onderdeel van ons handelen te maken, werken we aan een aantrekkelijk, natuurinclusief en toekomstbestendig Zuid-Holland. Dan ontstaat zowel meer ruimte voor flora en fauna, als voor het oplossen van maatschappelijke problemen. De provincie wil met medeoverheden en kennisinstellingen het concept basiskwaliteit natuur verder ont- wikkelen om te natuurinclusieve transitie te bevorderen.
Wat hebben we bereikt?
In november ‘25 hebben wij de eerste voortgangsrapportage van de Groeiagenda natuurinclusief Zuid-Holland 2024-2027 naar Provinciale Staten gezonden. Deze rapportage geeft op 10 thema’s aan hoe de provincie de eerste stappen heeft gezet in de natuurinclusieve transitie. Het begrip ‘basiskwaliteit natuur’ (BKN) wordt de komende jaren verder uitgewerkt om hem beter toepasbaar te maken. Dit gebeurt door een consortium van partijen waaronder Naturalis, soortenorganisaties, International Union for Conservation of Nature (IUCN) en Wageningen University & Research (WUR) in opdracht van het ministerie LVVN.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Bevorderen basiskwaliteit Natuur voor een natuurinclusief en gezond Zuid-Holland
Afgelopen zomer is voor gemeenten de Handreiking “BKN in de bebouwde omgeving” gepubliceerd, met praktische stappen en richtlijnen om de natuurkwaliteit te verbeteren en te waarborgen. Als vervolg daarop zijn pilots in diverse provincies verkend, waarin gekeken zal worden naar toepassing van de BKN in de praktijk. Voor Zuid-Holland betreft het een pilot voor het stedelijk gebied in samenwerking met de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf.
Natuurinclusief kennis- en instrumentarium ontwikkelen
Om de transitie naar een natuurinclusieve samenleving te versnellen, bouwen wij zowel intern als extern aan netwerken en aan expertise binnen de verschillende opgaven (10 thema’s) om het natuurinclusief werken te bevorderen. Hiervoor hebben wij in het afgelopen jaar inspiratielocaties als goede praktijkvoorbeelden onder de aandacht gebracht. Daarnaast zijn een nieuwsbrief en een flyer gepubliceerd en verschillende bijeenkomsten en evenementen georganiseerd om kennis te delen, ervaringen uit te wisselen en praktijkvoorbeelden onder de aandacht te brengen.
Realiseren van natuurinclusieve inspiratielocaties
We hebben een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden voor het opzetten van een innovatieve proeftuin voor natuurinclusieve oplossingen op de Green Village van TU Delft.
Beleidsprestatie 5-1-4 Stikstofreductie
De stikstofreductie, zowel van ammoniak als van stikstofoxiden, heeft als doel om de depositie van stikstof op de natuurgebieden te verminderen en daarmee bij te dragen aan natuurherstel. De provincie heeft een concrete reductiedoelstelling om de stikstofemissie te verminderen, met als doel een emissieplafond van 2,9 kiloton ammoniak per jaar in 2035 te bereiken.
Daarnaast is het voor de provincie belangrijk om maatschappelijke ontwikkeling mogelijk te blijven maken. Om de stikstofproblematiek op te lossen werkt de provincie samen met regionale partners.
Deze inzet wordt in het omgevingsprogramma verder uitgewerkt en verloopt langs de volgende lijnen:
- Ammoniak (NH3) reductie voor natuurherstel;
- Stikstofoxiden (NOx) reductie voor natuurherstel;
- Ontwikkelingen mogelijk houden middels vergunningverlening, waaronder helpen bij de legalisatie van PAS-melders.
Wat hebben we bereikt?
Voor het onderwerp stikstof was 2025 een bewogen jaar. Provinciale Staten (PS) heeft voor de zomer de Samenhangende Aanpak Natuurherstel en Economie (SANE) aangenomen. In december 2025 is de verdere uitwerking van SANE vastgesteld. Dit gebeurde na de uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024, ook wel de Rendac-uitspraak genoemd. Hierin staat dat intern salderen weer vergunningplichtig is. Intern salderen wil zeggen dat een bedrijf of activiteit op dezelfde locatie de stikstofruimte gebruikt voor nieuwe of gewijzigde activiteiten, zonder dat de totale stikstofbelasting op kwetsbare natuurgebieden toeneemt. In de uitspraak van de Raad van State (hierna: RvS) staat ook dat stikstofruimte niet meer kan worden ingezet voor ruimtelijke economische activiteiten als er geen geborgd (rijks)maatregelenpakket is dat zorgt voor een dalende trend in de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat je geen stikstofruimte mag gebruiken voor nieuwe activiteiten, tenzij de overheid een stevig plan heeft dat ervoor zorgt dat er steeds minder stikstof in kwetsbare natuurgebieden terechtkomt.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
In de SANE-aanpak zijn zogenoemde maatregelsporen vastgesteld voor stikstofreductie in Zuid-Holland. Het gaat hier om de volgende sporen:
1. Aanpak drukfactoren in overgangszones waar nuttig en noodzakelijk, waaronder valt:
- Een maatwerkaanpak per Natura 2000-gebied en per drukfactor. Deze aanpak geven we verder vorm in de gebiedsprocessen op basis van ecologisch onderzoek naar alle drukfactoren met bijpassende instrumenten. Hierbij prioriteren we op basis van urgentie, doelbereik en energie in de gebiedsprocessen.
- Een aanpak voor stikstofzonering bij Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck omdat dit nuttig en noodzakelijk is. Het gebiedsproces krijgt een opgave mee om stikstofemissies te verminderen. We hebben het plan een zone van 250 meter te introduceren, waarbij het gebiedsproces eerst zelf de ruimte krijgt om deze zone zelf nader in te vullen. Daarbij kan worden gekozen voor zonering rond het hele gebied of alleen rond de stikstofgevoelige hexagonen. Deze keuze wordt uiteindelijk vastgelegd in de omgevingsverordening.
- Bij Lingegebied & Diefdijk-Zuid gaan we nu niet actief handelen, het initiatief ligt hier in eerste instantie bij de provincie Gelderland als voortouwnemer van dit Natura 2000-gebied.
- Voor de overige Zuid-Hollandse Natura 2000-gebieden hanteren we geen stikstofzonering.
2. Geborgde emissiereductie ammoniak melkveehouderij (voorheen ‘emissieplafond’), waaronder valt:
- Op korte termijn starten met een beloningssystematiek voor veehouders.
- Het verder ontwikkelen van de stoffenbalans waardoor het een betrouwbaar instrument wordt voor geborgde monitoring en rapportage van emissiereductie.
- We breiden het ondersteunend beleid verder uit, onder andere door in te zetten op innovatie en extensivering in de landbouw.
- Via de Herziening van het omgevingsbeleid, nemen we in de Omgevingsvisie op dat de provincie toewerkt naar een geborgde reductie van de ammoniakemissie in de melkveehouderij tot 35–45 kg per hectare per jaar.
- We werken de borging van deze reductie verder uit binnen de modulaire herziening van het omgevingsbeleid voor landbouw die nog moet beginnen.
3. Strategisch Grondbeleid en Natuurlijke stoppers, waaronder valt:
- Een uitvoeringsstrategie voor elk gebied van het ZH-PLG binnen de kaders van de (geactualiseerde) Uitvoeringsnota Grondbeleid.
- De generieke aanpak waaronder uitvoering van de regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging van veehouderijlocaties.
- (RPGB) en een nieuw te ontwikkelen verplaatsingsregeling, waarvoor de interesse wordt gepeild.
4. Aanpak Industrie en mobiliteit (NOx-reductie), waaronder valt:
- Verder verkennen welke mogelijkheden er zijn wat betreft de scheiding van Nox en NH3 in het beleid rond vergunningverlening.
- Onderzoeken of een publiek-private samenwerking tot stand kan komen in relatie tot de landbouw rondom het havengebied.
Ammoniakreductie voor natuurherstel
- In het afgelopen jaar zijn belangrijke stappen gezet om een eerste versie van de ammoniakmonitor te realiseren. De laatste knelpunten worden in het eerste kwartaal van 2026 opgepakt en daarna is de eerste versie klaar. Deze versie wordt niet direct extern gedeeld maar wordt intern gebruikt om de voortgang te monitoren. Ieder jaar wordt op basis van de monitor ook een rapportage ontwikkeld, vergelijkbaar met de NOx-monitor.
- Publiceren van de Zuid-Hollandse Analyse Stikstof (ZHAS). Met de ZHAS wordt een eerste stap gezet om de daling van de emissie van stikstofoxiden en ammoniak in beeld te brengen en aan te geven welke maatregelen er zijn en worden genomen om de uitstoot te laten afnemen. Daarnaast wordt ook de relatie tussen stikstof en natuurbeheer verder geduid en inzichtelijk gemaakt welke stappen er worden genomen om de natuur te herstellen.
- Begin 2024 is begonnen met het meten van de uitstoot van ammoniak in drie melkveestallen in de omgeving van Nieuwkoop. In de loop van het afgelopen jaar kregen deze stallen ook sensoren voor het meten van methaan. De eerste drie stallen vormen het begin van stalmetingen bij een groter aantal melkveestallen. In 2025 begint dit traject met de openstelling van de subsidieregeling ‘Duurzame Veehouderij’.
- In 2025 is het Stikstof Meetnetwerk Nieuwkoop van start gegaan. Een samenwerkingsverband van TNO en het RIVM doen voor een periode van 2 jaar geavanceerde metingen in het Natura 2000-gebied de Nieuwkoopse Plassen en de Haeck.
- In 2025 is de Subsidieregeling landbouw (Srl) opengesteld. Met deze regeling konden agrariërs subsidie aanvragen voor bedrijfsontwikkelplannen, stalmetingen en technieken voor ammoniakreductie. In totaal zijn er 18 subsidieaanvragen gehonoreerd voor bedrijfsontwikkelplannen, 13 voor stalmetingen en 6 voor ammoniakverminderende technieken.
- In 2025 is het Fieldlab Groene Hart opgericht. In het Fieldlab Groene Hart wordt samen met agrariërs, kennisinstellingen en overheden gewerkt aan doorbraakinnovaties die zowel maatschappelijk, economisch, juridisch als technisch succesvol zijn. Deze doorbraakinnovaties dragen bij aan een versnelde verduurzaming van de melkveehouderij, ammoniakvermindering is hier onderdeel van.
- Samen met de opgaven Landbouw, ZH-PLG en de opgave Grondzaken werkten we aan de invoering en uitwerking van de Regeling provinciale gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (RPGB, ook wel aangeduid als Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging, MGB) voor de provincie. Veehouders die vrijwillig stoppen met (een deel van) hun bedrijven, dragen bij aan extensivering van de veeteeltsector. De regeling wordt in 2026 opengesteld. De subsidieregeling is opengesteld voor veehouders die geheel of gedeeltelijk willen stoppen met het houden van vee op vrijwillige basis. Door het (gedeeltelijk) stoppen van veehouders vermindert de uitstoot van NH3.
Stikstofoxidenreductie voor natuurherstel
- Jaarlijks wordt de NOx-monitor opgesteld door de DCMR. De monitor blikt terug en brengt in beeld hoe de NOx-emissies in Zuid-Holland zich hebben ontwikkeld. Tussen 2019 en 2023 is de NOx uitstoot in Zuid-Holland met 22% gedaald.
- NOVEX Rotterdamse Haven: het werkpakket natuurherstel en stikstofreductie is ingehaald door de Catshuis afspraken. In de Catshuisgesprekken wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak voor het herstellen van de natuur en het creëren van stikstofruimte voor de haven.
- In 2025 hebben wij DCMR-milieudienst Rijnmond een aanvullende opdracht gegeven voor de extra inzet op vergunningverlening door middel van maatwerkafspraken voor verduurzaming van de industrie. De DCMR heeft in 2025 de hiervoor benodigde structuur opgezet. Ook de omgevingsdienst Haaglanden (ODH) heeft capaciteit beschikbaar gesteld voor de bijdrage aan de maatwerktrajecten verduurzaming industrie in het Rijnmondgebied. Naast de gemaakte afspraken met bedrijf Nobian zijn er in 2025 ook vergevorderde gesprekken met het bedrijf Alco Energy voor het tekenen van een Joint Letter of Intent. DCMR en Omgevingsdienst Haaglanden worden hierbij betrokken. Ten slotte is in 2025 formeel de landelijke expertpool van start gegaan voor de inhoudelijke ondersteuning van KGG en de provincies bij het opzetten van de maatwerktrajecten.
Vergunningverlening maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk houden
- De Rendac-uitspraak van 18 december 2024 is van grote invloed gebleken op de stikstofvergunningverlening. Deze was al niet gemakkelijk, maar is door deze uitspraak bijna geheel stilgevallen. Door de uitspraak moet voor intern salderen nu ook een vergunning worden aangevraagd en is het additionaliteitsvereiste voor zowel intern- als extern salderen aangescherpt. Dit wil zeggen dat eventuele beschikbare stikstofruimte eerst ten behoeve moet komen aan natuurherstel en niet kan worden ingezet voor ontwikkelingen. Het afgelopen jaar heeft dan ook in het teken gestaan van het in kaart brengen van nog bestaande mogelijkheden om de vergunningverlening weer op gang te brengen. Dit is door de provincie Zuid-Holland in samenwerking met de Omgevingsdienst Haaglanden opgepakt. Hiervoor is onder andere eind 2025 de Beleidsregel stikstofreductieprojecten door GS vastgesteld. Daarnaast zien we bijvoorbeeld ook dat er voor woningbouwprojecten door middel van een ecologische beoordeling en emissieloos bouwen vaak meer mogelijk blijkt.
- PAS-melders wachten door een gebrek aan mogelijkheden voor vergunningverlening in Zuid-Holland (en in andere provincies) nog steeds op legalisatie. In 2025 zijn intensieve gesprekken gevoerd met het Rijk over een geborgd maatregelpakket, de rekenkundige ondergrens en de verlenging van het legalisatieprogramma. Ook heeft de provincie zelf bijgedragen aan oplossingen voor PAS-melders, bijvoorbeeld door initiatieven in gebieden te ondersteunen (zoals de collectieve aanpak in de Alblasserwaard) en ontwikkeling van de RPGB (zie hierboven) met een budget voor PAS-melders die vrijwillig (gedeeltelijk) willen beëindigen.
