Het beleidsdoel Klimaatbestendig Zuid-Holland, opgewassen tegen de effecten van klimaatverandering is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 7-3-1 Beperken maatschappelijke kosten door bodemdaling
De provincie wil, samen met alle belanghebbende partners en partijen, de directe en indirecte maatschappelijke kosten door bodemdaling beperken. Afhankelijk van de lokale omstandigheden, mogelijkheden en maatschappelijke urgentie is dat tegengaan van bodemdaling (mitigeren) of meebewegen (adapteren). Dit doet de provincie onder andere via gebiedsaanpakken.
In specifiek de veen(weide)gebieden wil de provincie de bodemdaling beperken, omwille van
- de generieke klimaatopgave om broeikasgasemissies door veenoxidatie terug te dringen en
- de soms plaatselijke noodzaak in urgent kwetsbare gebied(en), waar het blijven meebewegen met de veen- bodemdaling tegen fysieke of financiële grenzen aanloopt en niet langer is te verantwoorden. Dit doet de provincie onder andere als regisseur van de Regionale Veenweide Strategieën (gericht op 2030) en via een bijdrage aan het, door het Rijk te regisseren, Nationaal Veenplan (met doorkijk naar 2050).
De provincie wil de gevolgen van (doorgaande) bodemdaling inzichtelijk en bespreekbaar maken, evenals het helpen bieden van handelingsperspectieven voor een vitale en (be)leefbare toekomst van de gebieden en mensen die het aangaat. Dit doet de provincie onder andere via het Nationaal Onderzoeksprogramma Veengebieden.
De provincie wil bij alle werkzaamheden, ruimtelijke ontwikkelingen en keuzes expliciet rekening houden met de bodemdalingsgevoeligheid. De provincie wil een gebalanceerde afweging tussen de verschillende doelen en belangen (mogelijk) maken.
De provincie verwacht van de waterschappen dat ze rekening houden met de gevolgen van bodem- daling, onder andere bij het vaststellen van de peilbesluiten en dat zij aangeven als dit knelt met andere normen, belangen, functies of grondgebruik.
De provincie verwacht van gemeenten en anderen dat ze bij locatiekeuzes voor het ontwikkelen van nieuwe woningbouwplannen of andere ruimtelijke ontwikkelingen, de bodemdalingsgevoeligheid van een gebied expliciet meenemen vanwege het toekomstig beheer. Dit wordt uitgewerkt in de beleidsregel “toekomstbestendig bouwen”. Ook verwacht de provincie dat rekening wordt gehouden met de gevolgen van bodemdaling bij de uitvoering van werken zoals de aanleg van rioleringen en ophoogwerkzaamheden.
Wat hebben we bereikt?
- In de (deel)gebiedsprocessen en (deel)gebiedsplannen van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), is de opgave over het tegengaan van de bodemdaling/CO2-emissie uit veen meegenomen. In de deelgebieden of op polderniveau is gewerkt aan de aanleg van waterinfiltratiesystemen.
- De Ppovincie Zuid-Holland heeft opnieuw een subsidieregeling opengesteld voor waterinfiltratiesystemen met verduurzamingsmaatregelen. Dat zijn maatregelen die een bijdrage leveren aan biodiversiteit, waterkwaliteit, hoeveelheid water, bodemkwaliteit, klimaatadaptatie en klimaatmitigatie.
- Voor de opgave rond het tegengaan van de bodemdaling/CO2 emissie uit veen is kennis opgebouwd en gedeeld met andere provincies en rijk. Deze kennis is nodig om een goed begrip van bodemdaling te krijgen en om oplossingen, maatregelen en perspectief te kunnen bieden. Dit doen we bijvoorbeeld via het Nationale Veenweide Innovatie Programma (VIP-NL) en met het Veenweiden Innovatie Centrum in Zegveld.
- Voor de herziening van het Omgevingsbeleid hebben we in de Omgevingseffect Rapportage (OER) een aantal alternatieven onderzocht en beschreven voor het verhogen van de grondwaterstand om CO2-emissie uit veen te reduceren. Voor de herziening van het Omgevingsbeleid hebben we voor beleidskeuze 7.3.1 ontwerpteksten aangeleverd.
- In 2025 zijn beschikkingen afgegeven voor de aanleg van 116 ha WIS in Aarlanderveen, 180 ha WIS in Kaag&Braassem en 400 ha in Krimpenerwaard. Uitvoering loopt nog (grotendeels) door in 2026.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
- We hebben in het Veenweidegebied bijeenkomsten georganiseerd, zowel bestuurlijk als met grondeigenaren en andere gebiedspartijen. Daarmee hebben we de gebiedsprocessen op gang gehouden, gebieds- en uitvoeringsplannen en subsidie aanvragen voorbereid om maatregelen te kunnen uitvoeren.
- We hebben deelgenomen aan verschillende provincie-overstijgende (bestuurlijke) tafels voor overleg en afstemming en/of lobby, zoals: Platform Slappe Bodem, Nationale Kopgroep veenweideprovincies en Novex Groene Hart, laagveentafel.
- We hebben beleidsinhoudelijke input geleverd voor de herziening van het omgevingsbeleid over het beperken van CO2-eq emissies en bodemdaling voor toekomstbestendige veenweiden.
- We hebben financieel bijgedragen aan a) (gebieds)proceskosten in een aantal ZH-PLG Veenweiden deelgebieden en b) aanleg van waterinfiltratiesystemen (WIS) in Aarlanderveen, Kaag en Braasem en Stolwijk. De aanleg van de systemen hebben we mogelijk gemaakt door de subsidieregeling voor aanleg WIS en verduurzamingsmaatregelen opnieuw open te stellen.
Interbestuurlijk programma Hollands-Utrechtse Veenweiden (IBP-HUV)
Het IBP-HUV liep tot 31 december 2025. In 2025 zijn de laatste pilots en opdrachten afgerond. De focus lag op de formele afronding en waar mogelijk de overdracht naar het ZH-PLG:
- In Stein-Zuid is de opdracht van de kwartiermakers afgerond. De kwartiermakers hebben een uitvoeringsprogramma opgesteld en de verschillende projecten uitgewerkt op informatiebladen. Een aantal projecten, zoals de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het opstellen van bedrijfsontwikkelplannen, is al in uitvoering. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt tussen agrariërs en betrokken overheden over het vervolgproces. Het project Stein-Zuid is opgenomen in het ZH-PLG (concept gebiedsplan Krimpenerwaard).
- Het project ‘Boeren met Toekomst Aarlanderveen’ is in 2025 formeel afgerond. Het project Aarlanderveen is opgenomen in het ZH-PLG (startdocument deelgebied Nieuwkoop).
- Het project ‘Groene Cirkel, Kaas & Bodemdaling’ (onderdeel IBP) is in 2025 afgerond. Begin 2025 hebben communicatie-activiteiten plaatsgevonden om de opgedane kennis te delen, waaronder een dialoogsessie.
- De projecten Zuidbroek 2.0 en Perspectief Groot-Wilnis Vinkeveen liepen tot 31-12-24. Deze projecten zijn in 2025 formeel afgerond.
- In Kagerplassen is fase 2 van het gebiedsproces afgerond. Ook dit project wordt voorgezet in het ZH-PLG (deelgebied Groene Hart Noord).
Beperken bodemdaling in stedelijk gebied
We hebben bijgedragen aan onderzoek en kennisontwikkeling, zowel financieel als inhoudelijk, door deel te nemen aan klankbord- en begeleidingsgroepen.
Gebied overstijgende kennis:
- Uitwerken plan van aanpak Compensatie Systematiek Veenweiden (CSV).
- Nationaal Veenweide Innovatie Programma (VIP-NL): a) Boeren op hoog water, b) Natteelten,
c) Veenmos, d) Klei in veen, e) Revisit-WIS (waterinfiltratie) en f) Druppelirrigatie.
- Klimaatslim Boeren op Veen.
- JUMP: innovatiestudie voor toekomstgericht ondernemen op veen.
- Verkenning ‘kleibagger in veen in Rijnland.
- Pilot ‘logistiek klei in veen’ in Krimpenerwaard.
- Pilot actieve waterinfiltratie in Alblasserwaard.
- Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland Holland Utrecht Veenweide (afgerond).
Specifieke deelgebiedstudies:
- Modelmatige verkenning effect vernatting Middelburg Tempel polder.
- Metingen om bodemdaling te meten in het Restveengebied.
Gebiedsaanpakken veen
In de gebiedsaanpakken en (deel)gebiedsplannen van het ZH-PLG, is de opgave rond het remmen van de bodemdaling/CO 2 -emissie uit veen meegenomen. Dit hangt samen met de Regionale Veenweide Strategie, zie maatregel hieronder.
Regionale Veenweide Strategieën, Nationaal Veenplan en Gebiedsaanpakken
- De Regionale Veenweide Strategie is en wordt verder uitgewerkt als onderdeel van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG).
- In de (deel)gebiedsprocessen en (deel)gebiedsplannen van het ZH-PLG, is de opgave rond het remmen van de bodemdaling/CO 2 -emissie uit veen meegenomen.
- Vanuit het Rijk is geen nieuwe informatie over het Veenplan beschikbaar gekomen.
Beleidsprestatie 7-3-2 Klimaatadaptatie
De provincie wil dat Zuid-Holland een fijne plek blijft om te werken, wonen en recreëren, ook als omstandigheden veranderen. Daarom neemt de provincie nu maatregelen om zich voor te bereiden op klimaatopgaven als weersextremen (hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen), zeespiegelstijging en bodemdaling. Samen met waterschappen, gemeenten en het Rijk wordt er voor een klimaatbestendig en waterrobuust ingerichte provincie in 2050 gezorgd. Niet alleen om schade en overlast te beperken, maar ook vanuit de ambitie te streven naar een gezonde, groene leefomgeving, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goede bereikbaarheid en een veerkrachtige innovatieve economie.
Inzet van de provincie is om de transitie naar een klimaatbestendige provincie onlosmakelijk onder- deel uit te laten maken van het gehele provinciale beleid en de praktijk. Klimaatadaptatie is een dwarsdoorsnijdend thema dat vele beleidsterreinen raakt, denk aan infrastructuur, landbouwtransitie, natuur, stedelijke ontwikkeling, etc. Op al deze terreinen zet de provincie in op de bescherming van mensen, leefomgeving en economie tegen de gevolgen van overstromingen en extreem weer. Bijvoorbeeld door het stimuleren van innovatieve oplossingen voor waterberging en voorkomen van hittestress in stedelijk gebied. Ook werkt de provincie aan een duurzame zoetwatervoorziening waarbij vraag en aanbod in balans zijn, en aan het voorbereiden van de natuur en economie op de klimaatverandering.
Inzet van de provincie is tevens om bij ruimtelijke ontwikkelingen (nieuw of in bestaand bebouwd gebied) de betrokken partijen de risico’s als gevolg van de klimaatopgaven expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze of inrichting van het gebied. Daarbij wordt in ieder geval gebruik gemaakt van de uitkomsten van de klimaatstresstesten die overheden hebben uitgevoerd (conform de afspraken uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie). Op die manier wordt bij nieuwe ruimtelijke projecten rekening houden met de impact van klimaatverandering en kan het risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is, worden beperkt. Centraal vertrekpunt daarbij is dat meer ruimte wordt geboden aan het water, natuurlijke processen, en groen. Dit uitgangspunt draagt tevens bij aan andere opgaven als een gezonde leefomgeving, bescherming van de natuur en de verhoging van biodiversiteit.
Door beleid tijdig aan te passen maken wordt er tevens gebruik gemaakt van kansen om adaptieve maatregelen mee te nemen in al geplande ruimtelijke projecten of ontwikkelingen, bijvoorbeeld op gebied van beheer en onderhoud van eigen assets als gebouwen, wegen en infrastructuur. Hiermee kan geld slimmer worden ingezet en worden kosten, schade en overlast bespaard. Daarnaast geeft de provincie hierdoor het goede voorbeeld.
Wat hebben we bereikt?
Ons klimaat verandert: het wordt natter, droger en warmer. En in Zuid-Holland wordt de bodem zouter (verzilting) en daalt een deel van de bodem (bodemdaling). Met alle overheden in Nederland is daarom afgesproken dat Nederland in 2050 klimaatadaptief en waterrobuust is ingericht.
Klimaatadaptatie gaat over de aanpassingen die we moeten doen om goed om te kunnen gaan met de gevolgen van klimaatverandering. Door op tijd maatregelen te nemen kunnen de risico's en schade beperkt worden, zowel op economisch als maatschappelijk vlak. Klimaatadaptatie raakt daardoor alle provinciale opgaven in de fysieke ruimte. Onze infrastructuur, de land- en tuinbouw, de haven, ons erfgoed, onze natuur, en hoe we wonen, werken en recreëren in Zuid-Holland: al die opgaven willen we klimaatadaptief maken.
Er is momenteel nog geen landelijke normering (wet- en regelgeving) voor klimaatadaptieve maatregelen. Ook is er geen structureel geld om deze maatregelen uit te voeren. Daarom doet de provincie het werk vanuit een samenwerkende, aanjagende, faciliterende en ondersteunende rol. En altijd samen met onze partners: de werkregio’s uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, het Rijk, waterschappen, gemeenten, veiligheidsregio’s en kennisinstellingen.
In 2025 hebben we vanuit die rol het volgende bereikt:
- Het thema klimaatadaptatie is opnieuw beter verankerd in onze eigen organisatie. Alle provinciale opgaven met een ruimtelijk aspect worden bij de uitvoering gestimuleerd om bewust te zijn van de effecten van het veranderende klimaat. Er wordt actief gevraagd welke gevolgen klimaatverandering heeft voor elke opgave, en welke acties daarop worden ingezet. Bij steeds meer opgaven van de provincie worden de effecten van klimaatverandering inmiddels meegewogen, zodat we toekomstbestendige keuzes maken.
- In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) werken provincies samen met gemeenten, waterschappen, Rijk en andere partners aan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Waterrobuust betekent dat we onze leefomgeving zo inrichten dat de (negatieve) effecten van overstromingen, wateroverlast en droogte goed kunnen worden opgevangen. ‘Klimaatbestendig’ betekent dat onze leefomgeving zo is ingericht dat de (negatieve) gevolgen van klimaatverandering (denk aan hitte, droogte, wateroverlast, verzilting et cetera) kunnen worden opgevangen. De provincie Zuid-Holland is verbonden aan de 10 Zuid-Hollandse DPRA-werkregio’s. Wij hebben daar in 2025 kennis over klimaatadaptatie ingebracht en de verbinding gelegd met andere thema’s of gebiedsprocessen. Door het leveren van capaciteit, kennis en kunde aan de DPRA-werkregio’s helpen we gemeenten en waterschappen om concrete klimaatadaptieve maatregelen te bedenken en uit te voeren.
- Met onze subsidieregeling hebben we 800.000 euro weggezet in projecten van gemeenten, waterschappen en kennisinstellingen. Die projecten helpen Zuid-Holland weerbaar en robuust te maken, zodat we goed kunnen omgaan met de effecten van klimaatverandering.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Weerkrachtig Zuid-Holland
- In het kader van de provinciale Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie 2025 - 2027 zijn meerdere activiteiten uitgevoerd. Via een technische sessie is met Provinciale Staten gediscussieerd over de effecten van klimaatverandering op alle provinciale thema’s. Daarbij is ook gesproken over hoe en vanuit welke rollen de provincie kan handelen.
- Er is een uitgebreide interne interviewronde uitgevoerd waarin met collega's van alle provinciale opgaven is gesproken over hoe er kan worden ingespeeld op de effecten van klimaatverandering, nu en in 2050. De uitkomsten van de interviews worden vertaald naar aanscherpingen van maatregelen in het provinciaal Omgevingsprogramma. Deze aanscherping (herziening) volgt in 2026. Hiermee is weer een stap gezet om klimaatadaptatie een vast beleidsonderdeel te laten uitmaken van de provinciale opgaves.
- Voor de herziening van het omgevingsbeleid 2025 zijn toelichtingen in de verordening op Art 7.41ff Klimaat adaptief ruimtelijk ontwikkelen en Art 7.23 Risico’s van Klimaatverandering deels aangepast, verduidelijkt en aangescherpt. Hiermee wordt een meer zorgvuldige koppeling gelegd tussen het rekening houden met klimaatadaptatie en de beleidskeuzes rondom Water en Bodem Sturend (WBS) en toekomstbestendige (drink)watervoorziening.
- We willen de provinciale inzet in de 10 Zuid-Hollandse werkregio’s van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie versterken. De aandacht voor regionale klimaatadaptie neemt toe, onder andere door de aanstaande herijking van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. In 2026 werken we de aanpak voor een intensievere provinciale inzet in de DPRA-werkregio’s samen met hen verder uit.
- We hebben gewerkt aan concepten van de herijking Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de Nationale Adaptatiestrategie, vaak in IPO verband.
- De subsidieregeling Klimaatadaptatie is uitgevoerd en het plafond van 800.000 euro is volledig besteed in 2025. Er zijn in totaal 24 aanvragen gedaan voor ondersteuning van de Zuid-Hollandse werkregio's in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het gaat om grote projecten van gemeenten, onderzoeken of kleine innovatieve pilots op het gebied van klimaatadaptatie. 23 Aanvragen zijn toegekend en 1 aanvraag is geweigerd omdat die niet ging over een klimaatadaptieve maatregel. De regeling is geëvalueerd. Daaruit kwam naar voren dat de regeling toegankelijker gemaakt moet worden voor aanvragers en dat de interne administratieve last van de uitvoering verminderd zou moeten worden. Hiervoor zijn aanbevelingen gedaan.
- Actualisatie monitor Klimaatadaptatie: In het derde kwartaal van 2025 is begonnen met het actualiseren van de Zuid-Hollandse monitor Klimaatadaptatie. Er is gekeken naar aanvullende indicatoren en nieuwe datasets. De geactualiseerde monitor wordt uiterlijk aan het eind van het tweede kwartaal van 2026 gepubliceerd.
- Klimaatonderlegger (datakaart): In oktober 2025 heeft de klimaatonderlegger een update gehad. Enkele datalagen zijn geactualiseerd en daarmee ook de conclusiekaarten. Dit is zichtbaar in de digitale viewer.
- Bovenregionale stresstesten grootschalige wateroverlast: In 2025 hebben we de waterbeelden opgesteld en aangevuld voor de Rijn-Maas Monding en het Amsterdam Rijn Kanaal – Noordzee Kanaal. We zijn begonnen met het gevolgenbeeld voor vitale en kwetsbare functies. Een gevolgenbeeld brengt in kaart wat de mogelijke gevolgen zijn bij uitval van vitale en kwetsbare functies, zoals ziekenhuizen en dijken. De provincie vervult hierin een coördinerende rol. Andere betrokken partijen zijn het Rijk, de waterschappen en verschillende regiopartners. Hiermee is intensief overleg gevoerd.
- Hittestress: De provincie heeft een financiële bijdrage geleverd aan de organisatie van de landelijke Heat Action Day die jaarlijks op 2 juli wordt gehouden. Er is een pilot uitgevoerd in de gemeenten Dordrecht en Rijswijk om de landelijke menukaart Hittestress voor gemeenten toepasbaar te maken in hun integrale hitteplannen. De kennis uit de pilot wordt gebruikt om een provinciaal plan te maken voor beleid en financiering op het thema. Bij het ZH-PLG gebiedsplan IJsselmonde is een advies ingebracht hoe maatregelen voor hittestress en verkoeling samen met ruimte en natuur kunnen worden toegepast om dit stukje landelijk gebied klimaatbestendig te maken. De provincie nam deel aan landelijke netwerken rond hittestress om zo de informatiepositie en kennis over het thema te versterken. Het gaat met name om de netwerken Community of Practice Hitte (landelijk netwerk van gemeenten en provincies), het onderzoek ‘1001 hete nachten’ (diverse onderzoeksinstellingen en overheden) en deelname aan het programma VPdelta.
- Klimaatadaptieve infrastructuur: In 2025 is het rapport “Klimaatadaptieve infrastructuur” aangeboden aan Provinciale Staten. Uitgangspunt van het rapport is een heldere ambitie: ook bij extreme weersomstandigheden blijft de provinciale infrastructuur optimaal inzetbaar, met minimale verkeershinder of veiligheidsrisico’s. Welke richtlijnen en eisen, ook wel doelvoorschriften genoemd, stel je dan aan wegen, fietspaden, kunstwerken en vaarwegen? Het opgeleverde rapport geeft inzicht in mogelijke klimaatadaptieve doelvoorschriften voor de provinciale infrastructuur en schetst verschillende vervolgstappen om deze doelvoorschriften door te vertalen naar de praktijk. In opvolging van het rapport is in 2025 ingezet op het creëren van ‘massa’ met andere overheden: hoe meer overheden dergelijke doelvoorschriften omarmen en kunnen gebruiken, hoe groter het klimaatadaptieve doel dat wordt behaald. Het opzetten van deze brede beweging kan de komende jaren een aanzet geven voor een landelijke aanpak.
- Woningcorporaties: De provincie Zuid-Holland wil een bijdrage leveren aan een betere samenwerking tussen gemeenten en woningcorporaties op het thema klimaatadaptatie. Daarom is in 2025 een opdracht gegeven aan bureau Groene Huisvesters voor het aanbieden van een begeleidingstraject voor twee klimaatpilotprojecten: één hitte- en één waterproject. Gemeenten en woningbouwcorporaties konden zich inschrijven voor deelname door een voorstel in te dienen. Uit 9 voorstellen zijn er 2 gekozen die vanuit Groene Huisvesters een begeleidingstraject krijgen bij het verbinden van betrokken partijen, het organiseren van ambitie- en ontwerpsessies en het vertalen van afspraken naar een uitvoeringsovereenkomst. Op basis van geleerde lessen levert Groene Huisvesters een routekaart op die inzicht biedt hoe woningcorporaties en gemeenten klimaatrisico’s als hitte en wateroverlast kunnen vermijden (concrete handelingsperspectieven) en hoe de samenwerking kan worden verbeterd. De opbrengsten worden verwacht in 2026.
- Deelname NEN commissie - NVN toepassing klimaatscenario’s: Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) is in 2025 begonnen met de ontwikkeling van een Nederlands Voor Norm (NVN) over de toepassing van klimaatscenario’s. Dit is belangrijk om een uniforme aanpak te ontwikkelen voor het toepassen van klimaatscenario’s. Een NVN is een voorlopige norm die NEN opstelt, die eerst getoetst wordt in de markt. Na bekrachtiging kan de NVN worden omgezet in een volwaardige Nen-norm. Provincie Zuid-Holland is deelnemer in deze commissie.
- Communicatie & Klimaatadaptatie (voorbeelden): Op 25 maart 2025 was een lunchlezing georganiseerd: “Klimaatadaptatie - economische noodzaak!”. De kwartiermaker van het programma NLAAA, gelieerd aan het Nationaal Deltaprogramma, gaf een inkijkje in de manier waarop investeerders hun afwegingen maken. En welke rol de effecten van klimaatverandering daarbij spelen. Op 10 april 2025 vond de eerste Water- en Klimaatconferentie plaats. 130 Personen, bestuurders, beslissers en beleidsmakers bezochten het evenement. Een van de vier uitgediepte thema’s was de oneerlijke verdeling van de lusten en lasten van klimaatadaptatie. Eind 2025 heeft gedeputeerde het klimaatadaptieve verhaal van de provincie verteld in de podcast Delta & Duiten . Samen met een econoom werd de kwetsbaarheid van onze provincie besproken: van het laagste punt van Nederland tot de kwetsbare glastuinbouw en het havengebied. Daarbij ging het gesprek vooral over hoe Zuid-Holland zich kan wapenen tegen een snel veranderend klimaat.
- Bijdrage VPdelta / Green Village: In 2025 is een begrotingssubsidie opgezet voor VPdelta. VPdelta coördineert proeftuinen waarin startups, scale-ups, mkb’ers, studenten, wetenschappers en gebiedsbeheerders innovatieve klimaatadaptieve concepten testen, verbeteren en demonstreren. Ook faciliteert en organiseert VPdelta de samenwerking tussen kennisinstellingen, overheden en bedrijven.
