Het beleidsdoel Leven met water is vastgesteld in het omgevingsbeleid. De uitwerking van dit beleidsdoel vind je via deze link .
Beleidsprestatie 5-3-1 Waterveiligheid en wateroverlast
De provincie kiest voor een duurzaam en toekomstbestendig waterveiligheidsbeleid. Dit doet de provincie door primair in te zetten op preventie. Ondanks deze preventie kan een dijkdoorbraak niet geheel worden uitgesloten. Daarom worden er ter beperking van schade en slachtoffers bij een mogelijk optredende dijkdoorbraak ook maatregelen genomen in de ruimtelijke inrichting en rampenbeheersing. De combinatie van preventie, ruimtelijke inrichting en rampenbeheersing wordt meerlaagsveiligheid genoemd. Daarbij wordt ook gekeken naar de effecten van klimaatverandering zodat beleid en plannen duurzaam en toekomstbestendig zijn.
De provincie wil de kans op wateroverlast als gevolg van inundatie uit het regionaal watersysteem beperken en schade door wateroverlast voorkomen.
Voor buitendijkse gebieden in het benedenrivierengebied vraagt de provincie van gemeenten dat zij bij ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden een inschatting maken in de risico’s van overstromingen.
De provincie heeft daarnaast meerdere wettelijke taken:
- Kaderstellend voor regionale waterkeringen. De provincie wijst regionale waterkeringen aan en normeert deze. Het beschermingsniveau (omgevingswaarde) van de genormeerde regionale waterkeringen is vastgelegd in de omgevingsverordening. Ook zijn termijnen vastgesteld waarop regionale waterkeringen aan dit beschermingsniveau moeten voldoen.
- Goedkeuring projectbesluiten (dijkversterkingsplannen). Dit geldt in ieder geval voor versterking van primaire waterkeringen (kust en dijken langs grote rivieren) welke in beheer zijn bij het waterschap. De projectbesluiten voor dijkversterkingen worden beoordeeld op het goed afgewogen meenemen van met name de landschappelijke, natuur- en cultuurwaarden (LNC-waarden).
- Maken, actualiseren en publiceren van overstromingsrisico- en overstromingsgevaarkaarten.
- Omgevingswaarden voor wateroverlast vastleggen in de verordening.
Wat hebben we bereikt?
Voor de wettelijke taken voor waterveiligheid heeft de provincie verschillende terugkerende taken uitgevoerd en resultaten behaald. Het is onze taak om kaarten voor overstromingsrisico's en – gevaren te maken, actualiseren en publiceren. Om dat te kunnen doen werkten we aan nieuwe rekenmodellen en is er een model voor de Randstad opgeleverd. De derde generatie overstromingsrisicokaarten is vastgesteld en gepubliceerd op risicokaart.nl. Op die kaarten is te zien welke gebieden kunnen overstromen, wat de kans is op een overstroming, wat dan de waterdiepte kan zijn en wat de gevolgen zijn. De website Landelijke Voorziening Overstromingsinformatie (LVO) is online. Op deze website is alle relevante informatie over overstromingsrisico's in Nederland gepubliceerd voor zowel de professional in de watersector als burgers en bedrijven. Ons doel is dat deze partijen beter voorbereid zijn op risico's en gevolgen.
In het Deltaprogramma werken verschillende overheden en organisaties samen met als doel een goede bescherming tegen overstromingen, weerbaar zijn tegen watertekorten en een klimaatbestendige inrichting. Iedere 6 jaar worden de voorkeursstrategieën herijkt waarin de strategie staat om de doelen van het deltaprogramma te bereiken.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Algemeen
Voor ‘water en bodem sturend’ is een nieuwe beleidskeuze ontwikkeld en wordt de verordening aangepast als onderdeel van de herziening ‘25 van het omgevingsbeleid. Het reserveren van ruimte en anticiperen op onvermijdbaar veranderende water- en bodemcondities worden daarmee uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast hebben we in nauwe samenwerking met de Zuid-Hollandse waterschappen kaartmateriaal over de ruimtelijke inpassing van een toekomstbestendig water- en bodemsysteem ontwikkeld als onderlegger en hulpmiddel voor gebiedsprocessen (onder andere NOVEX en ZH-PLG).
Deltaprogramma's
In het Deltaprogramma werken de overheden, en dus ook de provincie, aan de bescherming van Nederland, nu en in de toekomst en nemen maatregelen tegen overstromingen en voor voldoende zoetwater. Daarnaast werken de overheden aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van ons land. De provincie werkte mee aan de regionale uitwerking van de Deltaprogramma’s Zuidwestelijke Delta (ZWD), Rijnmond-Drechtsteden (DPRD) en Centraal Holland (DPCH). De regionale Deltaprogramma’s werken de 2e Herijking van het Deltaprogramma in 2027 uit. In ZWD zijn sessies gehouden die input leveren voor het Uitvoeringsprogramma 2050 van Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta. Voor de herijking van de voorkeursstrategie van Deltaprogramma Zuidwestelijke Delta zijn bouwstenen benoemd voor waterveiligheid, zoetwater en ecologie en waterkwaliteit. Het Interbestuurlijk Netwerk Toekomstbestendige Landbouw Zuidwestelijke Delta is opgestart als vervolg op het Interbestuurlijk Platform Vitaal Platteland Zuidwestelijke Delta en valt bestuurlijk onder het Gebiedsoverleg van Zuidwestelijke Delta. Met DPRD onderzochten we alternatieven voor de waterveiligheidsstrategieën voor de lange termijn. Hierbij legden we de verbinding met ruimtelijke ontwikkelingen zoals de verstedelijkingsopgave, haven- en energietransitie en natuurambities. De visie voor de Haringvlietmonding is in januari 2025 vastgesteld door de betrokken partijen en door de minister aan de Tweede Kamer aangeboden. Ook voor het Deltaprogramma Centraal Holland wordt gewerkt aan een regionale voorkeursstrategie.
Goedkeuren projectbesluiten (dijkversterkingsplannen)
De provincie heeft de wettelijke taak om projectbesluiten van waterschappen goed te keuren. Daarom zijn wij betrokken bij meerdere projectbesluiten van verschillende waterschappen. Het gaat om projecten in de verkennings- of planuitwerkingsfase. De provincie doet mee met de ambtelijke en bestuurlijke begeleidingsgroepen van de projectbesluiten voor dijkversterkingen. Dit jaar zijn 2 projectbesluiten door GS goedgekeurd.
De provincie bracht advies uit over de Milieueffectrapportages (MER) van drie projecten in de verkenningsfase. Deze drie projecten zijn van verkenningsfase door naar de planuitwerkingsfase. Voor een project dat door de provincie is goedgekeurd, is beroep aangetekend bij de Raad van Staten. We bereiden ons voor op deze beroepsprocedure.
Invulling geven aan de EU-Richtlijn overstromingsrisico’s (ROR)
Samen met de waterschappen zijn, volgens de afspraken in de wet, de overstromingsrisicokaarten opgesteld en Gedeputeerde Staten heeft deze vastgesteld. Op die kaarten is te zien welke gebieden kunnen overstromen, wat de kans is op een overstroming, wat dan de waterdiepte kan zijn en wat de gevolgen zijn.
Invulling geven aan meerlaagsveiligheid
Intern is begonnen met een verkenning naar de invulling van de rol van de provincie bij meerlaagsveiligheid. Onderzocht wordt hoe de verschillende MLV-lagen op gebiedsniveau dichter bij elkaar te brengen zijn.
Regionale waterkeringen: aanwijzen, normeren en samenwerken
- De waterschappen hebben alle regionale waterkeringen opnieuw getoetst aan de omgevingswaarden. Die resultaten zijn aan de provincie aangeboden en zijn gebundeld aan Provinciale Staten aangeboden. Met de waterschappen voerden we overleg over de voortgang van de meest recente toetsronde. De keringen die niet aan de omgevingswaarde voldoen moeten worden verbeterd. Met de waterschappen maken we afspraken over de aanpak en voortgang van deze verbeteringen.
- De waterschappen onderzoeken, samen met de provincie, of de huidige omgevingswaarde bij de regionale waterkeringen nog passend is of dat hiervoor een aanpassing nodig is.
Risico’s beheersen bij buitendijks bouwen
In het provinciaal omgevingsbeleid is opgenomen dat water en bodem belangrijke sturende randvoorwaarden zijn voor ruimtelijke afwegingen. Daarom worden gemeenten gevraagd om in hun omgevingsplannen aan te geven hoe ze omgaan met de waterveiligheid.
Wateroverlast beperken
Voor de bovenregionale stresstesten grootschalige extreme regen zijn voor de drie stroomgebieden in Zuid-Holland waterbeelden opgesteld waar Deltares een landelijk beeld van heeft gepubliceerd. De in dit rapport getoonde kaart met het landelijk waterbeeld geeft een indruk van de wateroverlast die ontstaat bij grootschalige extreme regenval van 200mm die in 48 uur valt in de verschillende typen gebieden. De kaart heeft daarmee een signalerende functie. De informatie uit de waterbeelden is ook beschikbaar gekomen via de Klimaateffectatlas. De provincie Zuid-Holland heeft voor het opstellen van de waterbeelden voor de Rijn-Maasmonding een extern adviesbureau ingehuurd.
Ook heeft de provincie Zuid-Holland namens alle provincies meegedacht met een landelijke werkgroep over een voorstel voor een nieuwe aanpak voor wateroverlast die meer gericht is op risico’s dan op omgevingswaarden gekoppeld aan functies van gebieden. Dit voorstel is opgenomen in de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie waar in 2027 over besloten wordt.
Waterschappen kunnen een verzoek indienen om af te mogen wijken van de omgevingswaarden voor wateroverlast als er knelpunten in het watersysteem zijn die zij niet doelmatig kunnen oplossen. In juni is een adviesrapport opgesteld waarin een beoordelingskader is voorgesteld om deze verzoeken te beoordelen. De adviezen uit dit rapport worden meegenomen bij het onderdeel ‘wateroverlast’ van de herziening van het Regionaal Water Programma.
Beleidsprestatie 5-3-2 Waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid
De provincie wil een goede kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Voor het reali- seren van een goede waterkwaliteit volgt de provincie de systematiek van de Europese richtlijnen: de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn en de Drinkwaterrichtlijn. Ten aanzien van zwemlocaties in oppervlaktewater geeft de provincie uitwerking aan de Zwemwaterrichtlijn: De provincie wil goed ingerichte en veilige zwemlocaties in oppervlaktewater.
De provincie wil de bronnen voor drinkwaterproductie en vitale drinkwaterinfrastructuur beschermen, zodat er altijd voldoende drinkwater beschikbaar is om tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te produceren. Gebruiksfuncties en het regionale watersysteem worden zodanig op elkaar afgestemd dat we weerbaar zijn tegen perioden van droogte of extreme neerslag en dat variaties in de aan- en afvoer van rivierwater kunnen worden opgevangen. Gebruiksfuncties worden voorzien van een passende waterkwaliteit uit oppervlaktewater zolang het doelmatig is. De provincie streeft zoveel mogelijk naar functiecombinaties die elkaar versterken, zoals drinkwater en natuur. Bij de aanwijzing van zwemwaterlocaties wordt rekening gehouden met de waterkwaliteit, veiligheid en hygiëne. Bij het vaststellen van waterkwaliteitsdoelen wordt rekening gehouden met de verschillende functies van oppervlaktewateren.
Voor het realiseren van een goede waterkwaliteit en -kwantiteit zoekt de provincie nadrukkelijk de samenwerking met andere partijen: niet alleen medeoverheden, maar ook drinkwaterbedrijven, terreinbeheerders, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Verdere uitwerking van het beleid voor mooi en schoon water is opgenomen in het regionaal waterprogramma.
Wat hebben we bereikt?
Kaderrichtlijn Water
In 2025 is meer duidelijkheid ontstaan over het doelbereik van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in Zuid-Holland. Voor grondwater heeft de provincie een directe verantwoordelijkheid voor een goede chemische en kwantitatieve toestand. Voor oppervlaktewater vervult de provincie de rol van regisseur, coördinator en toezichthouder. Met de ‘Tussenbalans KRW 2025’ is halverwege de planperiode 2022-2027 inzicht gegeven in de voortgang op de doelen van het Zuid-Hollands grond- en oppervlaktewater en in de effecten van genomen maatregelen. Hieruit blijkt dat voor het merendeel van de afzonderlijke KRW-doelen vooruitgang is geboekt en meer dan 80% van de doelen wordt gehaald. Maar dat het ‘one-out-all-out’-principe (alles of niets) ertoe leidt dat veel waterlichamen als geheel nog niet voldoen. Op basis van de Tussenbalans is in 2025 een provinciaal programma met aanvullende acties opgesteld, waarvan in 2025 met de uitvoering is begonnen. Deze acties richten zich op het terugdringen van emissies van nutriënten en chemische stoffen, het versterken van uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en het verbeteren van de ecologische inrichting van het watersysteem. Er is onverminderd ingezet op de uitvoering van maatregelen uit het Regionaal Waterprogramma. Eveneens is de lobby richting het Rijk voor een passender 8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn (NAP)en toelatingsbeleid van gewasbeschermingsmiddelen verder opgepakt. Ook is gewerkt aan een beter inzicht over het bereiken van de KRW-doelen. Hiervoor is een provinciale KRW monitoringtool ontwikkeld. Tegelijkertijd is in 2025 gestart met de voorbereidingen voor de volgende planperiode 2028-2033, zodat de ingezette koers op KRW-doelbereik ook na 2027 voortgezet kan worden.
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Beleidsuitwerking goede en veilige zwemlocaties in oppervlaktewater
De provincie stelde een lijst vast van 105 zwemlocaties. Op deze locaties is tijdens het zwemseizoen (1 mei tot 1 oktober) de waterkwaliteit en fysieke veiligheid regelmatig gecontroleerd. Deze controles worden door de Omgevingsdienst Midden-Holland in opdracht van de provincie uitgevoerd. In 2025 is er één nieuwe locatie bijgekomen en één locatie moest de provincie afvoeren van de lijst vanwege de slechte waterkwaliteit. Op twee zwemlocaties gold een negatief zwemadvies door verontreiniging door PFAS.
Kennisontwikkeling grondwaterkwaliteit en -kwantiteit
- De provincie Zuid-Holland gaf samen met andere provincies opdracht voor het opstellen van een onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater. Hierdoor kregen we meer inzicht in de grondwaterkwaliteit.
- We werken aan brede advisering over bodem-energie en geothermie bezien vanuit de bescherming van de drinkwaterwinningen. We hebben samen met de brancheverengingen Greenport West-Holland en Glastuinbouw NL, enkele tuinbouwbedrijven en kennisinstellingen zoals KWR gewerkt aan het opzetten van een pilotproject voor temperatuur opslag in de glastuinbouw. Daarnaast hebben we gewerkt aan het opzetten van een HTO (Hoge temperatuur opslag tot 90 graden) bij en met de TU-Delft.
- Vanuit het Freshem-NL project zijn in enkele delen van Zuid-Holland (Kop van Goeree en deel Eiland van Dordrecht) door een speciaal daartoe uitgeruste helicopter metingen uitgevoerd naar het zoutgehalte in het grondwater. Deze kennis is belangrijk voor waterbeheerders, drinkwaterbedrijven, agrariërs en natuurbeheerders, omdat het helpt om op een duurzame en verantwoorde manier om te gaan met water. Medio 2026 worden de resultaten verwacht.
Monitoren grondwaterkwantiteit en -kwaliteit
- We voerden doorlopend beheer en onderhoud uit aan de provinciale grondwatermeetnetten. Ook waren er gedurende het hele jaar metingen van de grondwaterstanden en stijghoogten om de grondwaterkwantiteit te monitoren.
- We leverden de grondwaterkwaliteitsmetingen van de provincie Zuid-Holland aan de Basis Registratie Ondergrond (BRO). Hiermee voldoet de provincie voor grondwater aan haar wettelijke registratieverplichting. Deze vloeit voort uit de wet Basis Registratie Ondergrond.
Realiseren goede grondwaterkwantiteit en -kwaliteit
- Er is een onderzoek uitgevoerd naar de risico’s van het gebruik van stoffen in grondwaterbeschermingsgebieden. We willen weten in hoeverre het bestaand gebruik de KRW-doelen belemmert.
- Als vervolg van de studie naar de inrichting van de VTH-taken voor grondwater in 2024, is in 2025 met de omgevingsdiensten een plan van aanpak voor versterking van de samenwerking opgesteld.
- Het beleid voor onttrekken en infiltratie van grondwater is geëvalueerd. Op basis hiervan wordt in 2026 als onderdeel van het nieuwe regionale waterprogramma het beleidskader herzien.
- Het onderzoek naar de herkomst van fosfaat in het grondwaterlichaam Duin Rijn-West is afgerond.
Realiseren goede oppervlaktewaterkwaliteit
- De uitvoering van de verschillende waterkwaliteitsprojecten onder het ZH-PLG is verder opgepakt. Dit betreft projecten gericht op het terugdringen van emissies in de sectoren akkerbouw, glastuinbouw, bollen en boomteelt. Deze projecten zijn onderdeel van de gebiedsplannen. Dat betekent dat de gebieden zelf uitvoering geven aan de verbetertrajecten.
- Er is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van de realisatie van centrale agrarische wasplaatsen. Boeren kunnen hier hun trekkers en machines schoonspuiten zodat (restanten van) gewasbeschermingsmiddelen worden opgevangen en niet in het oppervlaktewater komen. Naar aanleiding van de resultaten wordt momenteel gewerkt aan een subsidieregeling voor deze wasplaatsen binnen de provincie.
- In samenwerking met enkele waterschappen is een strategie ontwikkeld voor het voorkomen en aanpakken van foutaansluitingen op het riool. Foutaansluitingen vormen een belangrijke, maar vaak verborgen bron van watervervuiling in stedelijk gebied.
- Er zijn vanuit de Subsidieregeling Groen (SRG) verschillende subsidies verleend aan waterkwaliteitsprojecten die anders vanwege onvoldoende financiële middelen niet, later of minder grootschalig tot realisatie gebracht zouden zijn. .
- Er zijn bestuurlijke voortgangsoverleggen gevoerd over de KRW met de zeven waterschappen en met de minister van IenW.
- Voor de aanpak van indirecte lozingen is een Uitvoeringsagenda opgesteld met omgevingsdiensten, waterschappen en gemeenten. In deze Uitvoeringsagenda zijn de resultaten van de pilot ‘indirecte lozingen’ (2025) en de resultaten van het onderzoek op de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) verwerkt. Deze pilot is onderdeel van een ketenbenadering. Aan de ene kant wordt geïnventariseerd welke bedrijven het meest waarschijnlijk bijdragen aan de belasting van het riool, aan de andere kant wordt geïnventariseerd welke RWZI’s het meest belastend zijn voor het oppervlaktewater
- Om de Omgevingsdiensten van actuele kennis te voorzien over indirecte lozingen heeft de provincie een maatwerkcursus met theorie en praktijk opgezet voor vergunningverleners en toezichthouders van omgevingsdiensten. Deze nieuwe inzichten kunnen direct worden toegepast.
- Om de populatie van rivierkreeften te beheersen, zijn samen met Hoogheemraadschap Rijnland, Waterschap Rivierenland en de Wageningen Universiteit (WUR) meerdere pilots uitgewerkt om methoden te testen waarmee het watersysteem natuurlijker ingericht kan worden. Natuurvriendelijke oevers leveren een belangrijke bijdrage aan de verbetering van de ecologische waterkwaliteit en daarmee aan de KRW.
- We werken aan de integratie tussen de ambitie voor meer groenblauwe dooradering van het landschap en de KRW zodat we gerichte natuurlijke inrichtingssubsidies kunnen ontwikkelen.
- We leverden een bijdrage aan verschillende regionale en landelijke netwerken en samenwerkingsverbanden rond de doelen van de KRW (Afsprakenkader Emissieloze Kas, Platform Duurzame Glastuinbouw, IPO werkgroep KRW, Landelijke Werkgroep Grondwater).
- De provincie is bestuurlijk voorzitter van het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) Rijn-West. Hierin werken we samen met andere partijen aan de strategische agenda en uitvoering van maatregelen om de KRW-doelen te bereiken.
- Met waterschappen werkten we in het kader van de nieuwe planperiode KRW 2028-2033 aan een herijking van de doelen voor regionaal water.
Ruimtelijk beschermen bronnen voor drinkwaterproductie en -infrastructuur
- Wij zorgen voor ruimtelijke bescherming van drinkwaterbronnen. Wij sturen de omgevingsdiensten aan voor de uitvoering van hun taken voor de grondwaterbescherming en drinkwaterwinning.
- Voor elk grondwaterbeschermingsgebied is een gebiedsdossier opgesteld dat iedere zes jaar wordt geactualiseerd. De actualisatie is begonnen in 2025 en wordt in het eerste kwartaal van 2026 opgeleverd. Op basis van het gebiedsdossier wordt in 2026 een nieuw uitvoeringsprogramma gebiedsdossiers opgesteld met maatregelen om de drinkwaterwinning te beschermen.
Samenwerken in het Deltaprogramma Zoetwater
De provincie Zuid-Holland is coördinator van zoetwaterregio West-Nederland. In die rol zijn diverse bestuurlijke overleggen voorbereid, onder andere over de uitwerking van regionale doelen voor zoetwaterbeschikbaarheid. In opdracht van de provincie zijn factsheets opgesteld met kansrijke maatregelen voor het volgende Deltaplan Zoetwater. Als coördinator faciliteren we ook in de uitvoering van maatregelen door subsidies uit een Specifieke Uitkering te verlenen aan regionale partijen. Er is een begin gemaakt om de strategie van de zoetwaterregio te actualiseren. Een mijlpaal voor de zoetwaterregio was de (her)oplevering van de Klimaatbestendige Wateraanvoer (KWA). De capaciteit van de KWA is de afgelopen jaren verdubbeld. In recente droge zomers heeft Zuid-Holland daar al veel profijt van gehad. Wij hebben bijgedragen aan het verkrijgen van een subsidie voor deze maatregel.
Verkennen toekomstige bronnen voor drinkwaterproductie en verlenen vergunningen
- Drinkwaterbedrijven Oasen en Dunea zijn voor de periode vanaf 2030 op zoek naar nieuwe bronnen voor drinkwater om aan de toekomstige drinkwatervraag te kunnen voldoen. Hiervoor hebben zij MER-trajecten opgestart om tot een locatiekeuze voor een nieuwe bron te komen. De provincie heeft het afgelopen jaar intensief regie gevoerd op dit besluitvormingsproces. Het doel is om in 2026 locatiekeuzes te maken die in de vervolgfasen verder worden uitgewerkt.
- De provincie heeft samen met de drinkwaterbedrijven acties uitgevoerd uit de actieplannen ‘beschikbaarheid drinkwaterbronnen’ en monitoringsplannen gemaakt.
- Wij zijn begonnen met het uitvoeren van een beleidsverkenning voor een drinkwatervisie 2050 met als doel voldoende drinkwater in de toekomst te hebben. De beleidsverkenning wordt in het tweede kwartaal van 2026 opgeleverd en vervolgens opgenomen in het Omgevingsbeleid.
Duurzame gietwatervoorziening
- Op basis van de begin 2024 opgeleverde routekaart ’Duurzame gietwatervoorziening’ werken betrokken partijen de beschreven opties verder uit in concrete maatregelen. Vanuit de provincie is de wijziging van het beleid voor onttrekkingen, infiltratie en brijnlozingen (zout restproduct na de productie van water) opgenomen in de herziening van het Omgevingsbeleid 2024 die begin 2025 is vastgesteld.
- In 2025 is verder gewerkt aan de pilot de Hooghe Beer in het Westland voor collectieve opslag van regenwater in de ondergrond. Na de eerste fase is begonnen met het aanvragen van de benodigde vergunningen. Tijdens dit proces bleek dat in het regenwater kleine hoeveelheden PFAS aanwezig zijn. Door het ontbreken van een helder toetsingskader is de vergunningaanvraag tijdelijk stilgezet. Om dit vlot te trekken hebben wij een concept werkwijze (handelingskader) ‘verantwoord infiltreren (PFAS)’ ontwikkeld. In 2026 wordt deze werkwijze vastgesteld en opgenomen in het Regionaal Waterprogramma 2028-2033.
