Wat heeft de provincie financieel gepresteerd?
In 2025 gaf de provincie in totaal € 1.326 miljoen uit om de ambities van de provincie te realiseren. Dit bedrag bestaat uit € 1.155 miljoen aan exploitatielasten en € 171 miljoen aan investeringsuitgaven die in toekomstige jaren tot kapitaallasten leiden. De toename van lasten in de exploitatie ten opzichte van voorgaande jaren heeft meerdere oorzaken. Deze zijn eerder toegelicht in het Statenvoorstel bij de Najaarsnota 2025: storting in de voorzieningen groot onderhoud infrastructuur, loon- en prijsstijgingen, inzet van middelen vanuit reserves en overige bijstellingen. Daarnaast zijn in deze jaarrekening stortingen verwerkt in voorzieningen die niet begroot waren, zoals de voorziening verlofsparen en de voorziening Grondbank Zuidplas. Dit staat nader toegelicht onder de Ontwikkeling van het vreemd vermogen .

Inzicht in de lasten
De € 1.155 miljoen aan lasten in de exploitatie zijn verantwoord in de Ambities 1 t/m 7 en de overzichten Organisatie en Algemene middelen.

De lasten in de exploitatie zijn onderverdeeld naar vier categorieën:
- Arbeidskosten. Dit is de loonkostenformatie zoals opgenomen onder A in de paragraaf Arbeidscapaciteit.
- Kapitaallasten. Dit zijn de kapitaallasten als gevolg van een investering.
- Subsidies en inkomensoverdrachten. Dit gaat om de lastneming van subsidies en de bijdragen aan met name andere overheidsinstellingen
- Overige lasten. Dit zijn de lasten die niet gerekend worden tot de hiervoor genoemde categorieën. Het gaat onder meer om uitgaven voor dagelijks onderhoud, externe inhuur, beleidsmatige onderzoeken, software licenties, stortingen in voorzieningen, afwaarderingen van aangekochte gronden, te betalen belastingen, gas/water/licht en verschillende overige uitgaven.

Inzicht in voorspellend vermogen van de lasten
Met het ‘voorspellend vermogen’ geven we aan in welke mate de werkelijke lasten zich verhouden tot de begrote lasten. Dit wordt uitgedrukt in een percentage. Net als in eerdere jaren wordt dit afgezet tegen de richtwaarde van 95%.
In de figuur hieronder staat het voorspellend vermogen van de werkelijke lasten ten opzichte van de originele begroting en de bijgestelde begroting, voor de jaren 2021 tot en met 2025. Voor 2025 is het voorspellend vermogen 97,2% ten opzichte van de bijgestelde begroting. Dit is hoger dan de richtwaarde van 95%. Onderdeel van de financiële realisatie in 2025 zijn stortingen in voorzieningen voor verlofsparen, Grondbank Zuidplas en voor kapitaalverstrekkingen aan overige verbonden partijen die niet in de begroting waren voorzien. We zijn trots op wat we hebben gerealiseerd, maar zijn ons bewust van de noodzaak om de realisatiekracht te blijven vergroten en scherp(er) te begroten.

Inzicht in de baten
In 2025 ontving de provincie € 1.015 miljoen aan baten. Deze worden vooral verantwoord in het overzicht Algemene middelen (provinciefonds en opcenten motorrijtuigenbelasting) en in mindere mate in de verschillende ambities. Onderstaand overzicht laat de baten zien naar verschillende categorieën.
Inzicht in de investeringen
De provincie Zuid-Holland investeert jaarlijks vele miljoenen euro’s. Hierbij kan gedacht worden aan (vaar)wegen, bushaltes en andere openbaar vervoer voorzieningen, en fietspaden. Maar ook in de eigen gebouwen van de provincie, zoals het provinciehuis, de steunpunten en automatisering (ICT). Een groot deel van deze investeringen wordt op de balans verantwoord onder de materiële vaste activa. Daarnaast investeert de provincie ook in andere categorieën, zoals immateriële vaste activa (waaronder kosten van onderzoek en ontwikkeling en bijdragen in activa van derden) en financiële vaste activa (waaronder kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen).
Voor dergelijke investeringen wordt door Provinciale Staten een investeringskrediet vastgesteld met een budgetplafond, een afbakening van wat er moet gebeuren (scope), en een einddatum waarop het project naar verwachting gereed zal zijn. Voor veel investeringskredieten, met name bij bereikbaarheid, geldt dat de looptijd van het krediet betrekking kan hebben op meerdere jaren. Op basis van de projectplanning wordt vervolgens per investeringskrediet geraamd welke bedragen (uitgaven en inkomsten) in welk jaar worden verwacht. Op basis van voortschrijdend inzicht via de verschillende ambtelijke voortgangsrapportages worden de ramingen van de uitgaven en inkomsten per jaarschijf bijgesteld, waarbij het totaal van het kredietbudget en de vastgestelde einddatum niet worden overschreden. Indien dat laatste wordt voorzien, dan vindt hierover expliciete besluitvorming plaats door Provinciale Staten

Toelichting
Investeringsprojecten met een einddatum van 2025 worden bij jaarrekening 2025 gereed gemeld. Vanaf 2026 wordt daar dan op afgeschreven. In 2025 is € 83 miljoen gereed gemeld. Dit bedrag is gebaseerd op ruim 50 investeringsprojecten, waarbij geldt dat die projecten veelal in eerdere jaren al zijn gestart en dit jaar tot een afronding zijn gekomen. Ten opzichte van de bijgestelde begroting (Najaarsnota 2025) komt dit overeen met een realisatiepercentage van 54%. De grootste afwijkingen betreffen onderdelen van de Spoorcorridor Leiden-Utrecht fase 1 waarvoor we € 21,4 miljoen minder activeerden. Het project HOV HWGO (waaronder Rotterdam – Oud-Beijerland) activeerden we uitgaven ter grootte van € 6,2 miljoen nog niet in verband met een langere planuitwerkingsfase. Door het besluit om bijdragen aan derden van minder dan € 2,5 miljoen niet meer te activeren zijn diverse fietssubsidies niet geactiveerd maar ten laste van de exploitatie gebracht. Hierdoor activeerden we € 10,5 miljoen minder dan begroot. Daarnaast zijn er een aantal kleinere bijstellingen op diverse infrastructurele projecten waarvan de activering niet 2025 heeft kunnen plaatsvinden, deze tellen op tot circa € 7,6 miljoen. Van een aantal onderhoudsprojecten in de déchargefase kon het projectdossier niet in 2025 worden afgerond, waardoor de activering van circa € 4,4 miljoen niet heeft kunnen plaatsvinden.
De uitgaven voor het meerjarig onderhoud van de gebouwen zijn achtergebleven met € 16,8 miljoen omdat de besluitvorming over verduurzaming van de gebouwdelen ABDE nog op zich laat wachten waardoor het niet meer realistisch was om in 2025 te starten met werkzaamheden. Ook de uitgaven Informatisering en automatisering realiseren deels later voor een bedrag van circa € 1,8 miljoen, dit komt mede door moeilijke marktomstandigheden voor het inhuren van specialistische kennis en prioritering aan andere urgente opgaven. In de Jaarrekening is in onderdeel 2. Gereed gemelde investeringen een nadere toelichting opgenomen.

Toelichting
Bovenstaande grafiek geeft aan welke bedragen we hadden begroot op investeringsprojecten en wat er daadwerkelijk is gerealiseerd. In 2025 is € 173 miljoen gerealiseerd. Dit bedrag is gebaseerd op ruim 135 investeringsprojecten, waarbij geldt dat een aanzienlijk deel daarvan pas in komende jaren tot een afronding komt (gereed wordt gemeld). Ten opzichte van de bijgestelde begroting (Najaarsnota 2025) komt dit overeen met een realisatiepercentage van ruim 77%. In de najaarsnota zijn investeringsuitgaven geraamd van € 266 miljoen. Het blijkt dat in de najaarsnota de geraamde investeringsuitgaven vanwege een administratieve fout circa € 42 miljoen te hoog zijn geraamd. Het totale verschil tussen de gerealiseerde investeringsuitgaven aan de gecorrigeerde investeringsuitgaven bij de najaarsnota bedraagt ruim € 51 miljoen en wordt als volgt verklaard:
- Door de ondergrens van € 2,5 miljoen voor het activeren van provinciale bijdragen aan activa van derden, zoals fietspaden van gemeenten is er circa € 3,6 miljoen extra overgeboekt naar de exploitatie waardoor de investeringsuitgaven lager uitpakken.
- De realisatie van het project Hoogwaardig Openbaar Vervoer Leiden-Noordwijk vindt plaats in toekomstige jaren in plaats van 2025 (bijna € 2,5 miljoen). Het deelproject Oude Broekwegviaduct is eerder van start gegaan en heeft geleid tot additionele uitgaven van € 5,2 miljoen. Totale effect € 2,7 miljoen extra uitgegeven.
- Op diverse infrastructurele projecten vindt naar verwachting realisatie en subsidiebeschikking op een later moment plaats, waaronder de Rijnlandroute (€ 9,2 miljoen) en HOV Noordwijk – Schiphol fase 1 (€ 7,6 miljoen).
- Op planmatig (groot) onderhoud is sprake van diverse beperkte afwijkingen op 58 projecten die gezamenlijk optellen tot circa € 13,4 miljoen. De realisatie en activering vindt naar verwachting in 2026 en later plaats.
- De verduurzaming van provinciale gebouwen vindt plaats in toekomstige jaren, terwijl een omvangrijk deel daarvan per abuis was geraamd in 2025. Ook was sprake van beperkte beschikbare arbeidscapaciteit voor ICT-projecten. In totaal telt dit op tot bijna € 18,2 miljoen.
