Paragrafen

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Toelichting incidentele risico's

Verbonden partijen (€ 22,9 miljoen)

  • Dit risico is tweeledig, namelijk:
    • de kans dat de aandelen die de provincie heeft in verbonden partijen, dalen in waarde.
    • het risico voor de provincie door deelname in deze verbonden partijen.
  • Stand van zaken / beheersing: In 2025 zijn de risico’s met betrekking tot IQ en ENERGIIQ opgetreden. Een negatief resultaat zorgt aldaar voor de daling van de waarde van het provinciaal aandelenkapitaal. Hiertegenover zijn de reeds bestaande voorzieningen verhoogd naar een respectievelijke € 4,3 miljoen (IQ) en € 20,8 miljoen (ENERGIIQ). Het restrisico wat in de paragraaf wordt opgenomen en afgedekt via de bufferreserve weerstandscapaciteit neemt daarmee af. Opgemerkt wordt dat het door PS vastgestelde financiële kader (risicobereidheid) van 25% van € 35 miljoen met betrekking tot ENERGIIQ substantieel is overschreden. Inmiddels heeft het fonds een waarde van € 13 miljoen exclusief de beheerkosten van € 0,7 miljoen per jaar gedurende de looptijd van 15 jaar, waarmee de actuele waarde ruim buiten het financiële kader ligt. Hoeveel waarde er aan het eind van het fonds overblijft, is onzeker en afhankelijk van wat de investeringen op dat opbrengen. Daarentegen zijn de vooruitzichten dat de beleidsmatige doelstellingen (CO2 reductie en banen) bij einde looptijd ruimschoots behaald worden. Inmiddels zijn bestuurlijke gesprekken gestart met IQ als beheerder van ENERGIIQ over mogelijke efficiencymaatregelen en lagere beheerkosten. Daarnaast vindt monitoring plaats als het gaat om de actuele fondswaarde. Voorgenoemde maatregelen vloeien voort uit de uitkomsten van de evaluatie die in 2024 op het fonds is uitgevoerd. GS gaat over deze maatregelen medio 2026 verder met PS in gesprek.
  • Bij de Grondbank is de kans door positieve ontwikkelingen afgenomen dat het gehele traject Cortelande niet doorgaat en de gronden tegen agrarische waarde verkocht moeten worden. Met de nieuwe kansinschatting (10-25%) wordt € 3,9 miljoen. beklemd in de bufferreserve weerstandscapaciteit. Naast het voorgenoemde risico over de afwaardering van de gronden, bestaat een ander risico uit het afdekken van het tekort bij de Grondbank na de  verkoop en overdracht van de gronden (dit risico vloeit voort uit het traject Kuijken). De GR sluit af met een tekort van € 22 miljoen, welk bedrag de deelnemers (naar rato) dienen aan te zuiveren opdat de Grondbank kan worden opgeheven. Provincie Zuid-Holland (PZH) is voor 40% deelnemer in de GR, waarmee een tekort van € 8,8 miljoen zal worden aangevuld door de provincie. De bijbehorende begrotingswijziging (en zienswijze daarop) is door PS vastgesteld op 25 februari 2026 (besluitnummer PZH2025-883660629) Daaropvolgend is in de provinciale jaarrekening 2025 een voorziening van € 8,8 miljoen gevormd.

Natuur Netwerk Nederland (€ 36,3 miljoen)
De provincie is verantwoordelijk voor het realiseren van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Zuid-Holland. Dat doen we door natuurgebieden te ontwikkelen en met elkaar te verbinden. We moeten nog ongeveer 1.873 hectare natuurgebied / ecologische verbinding ontwikkelen. De kwaliteit van de natuurgebieden moet weer voldoen aan de internationale natuurdoelen, klimaatbestendigheid en leefklimaat. Het risico is dat de provincie niet in staat is om dit binnen budget en per 2027 te doen, volgens de afspraken van Natuurpact. Dat komt onder meer doordat:

  • de uitvoering ingewikkeld is (grondverwervingsprocedures, vergunningprocedures, veel stakeholders)
  • deze opdracht samenhangt met andere opdrachten die ook hun gebiedsprocessen hebben (onder andere stikstof, bodemdaling)
  • er onvoldoende capaciteit beschikbaar is bij betrokken partijen.

Om het risico zo klein mogelijk te houden:

  • werken we de strategie om de opdracht te realiseren, regelmatig bij.  
  • gebruiken we de instrumenten vastgelegd die in het provinciale Handelingskader NNN staan.
  • werken we goed samen met andere overheden, organisaties die terreinen beheren, waterschappen en andere belanghebbende partijen. Ook stemmen we een gezamenlijke aanpak af.  
  • Zetten we in op continue beheersing van de business case van de NNN-opgave via projectafbakening en sturing op indicatoren. Door deze indicatoren wordt de voortgang gemeten.

Bij een herziening van de business case in 2025 bleek dat er kans is op een tekort door hogere indexatie, lagere (netto) grondopbrengsten en vertragingskosten door vooral complexe gebiedsprocessen. Het risico wordt ingeschat op € 72,5 miljoen, waarvoor bij de Begroting 2026 een reservering is opgenomen van € 36,3 miljoen (50%) in het weerstandsvermogen. Voor de jaarrekening zijn ten opzichte van de begroting nog geen veranderingen.

Bedrijfsvoeringsrisico’s (€ 7 miljoen)
De provincie loopt standaard bedrijfsvoeringsrisico’s bij de uitvoering van taken. De risico’s met de grootste financiële gevolgen zijn de risico’s op het gebied van informatieveiligheid, datalekken, de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), fiscale risico’s en mogelijke juridische claims. Risico’s zonder financiële gevolgen zijn de risico’s bij de uitvoering van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) en de Wet open overheid (Woo), arbeidscapaciteit en de organisatieverandering. Vooral de laatste twee zijn momenteel lastig in cijfers uit te drukken. Ten opzichte van de Begroting 2026 is het totale risico gedaald. Bij de inschatting van de fiscale risico’s is rekening gehouden met een aangekondigd regulier onderzoek door de belastingdienst. De eventuele financiële gevolgen hiervan zullen op z’n vroegst eind 2026 bekend zijn. Om al deze risico’s te beheersen, voeren we extra controles uit, geven we voorlichting en verbeteren we de processen en de informatievoorziening. Om de informatieveiligheid structureel te verbeteren, implementeren we onder meer verschillende digitale wetgeving. Met steekproeven en door het geven van voorlichting binnen de organisatie beheersen we de fiscale risico’s.

Nazorg stortplaatsen (€ 2,3 miljoen)
Dit risico gaat over de kans dat er onvoldoende middelen zijn voor het uitvoeren van de wettelijke taak van de nazorg voor gesloten stortplaatsen. Dit risico bestaat uit twee delen:

  • de kans dat het ingelegde kapitaal in Fonds Nazorg niet genoeg rendement oplevert.
  • de kans dat de beoogde doelvermogens in het Fonds Nazorg niet voldoende zijn voor de nazorgvoorzieningen die nodig zijn.

Door ontwikkelingen bij een te sluiten stortplaats neemt het risico iets af ten opzichte van de Begroting 2026. We beheersen de risico’s door regelmatige controle van de ontwikkeling van het fonds en door verdere ontwikkeling van het beleid.

Subsidie-uitgaven (€ 1,4 miljoen)
De provincie loopt het risico dat meer subsidie moet worden uitgekeerd dan geraamd. Dat kan komen door te veel financiële verplichtingen (bij het programma Kansen voor West) of wanneer er een beroep wordt gedaan op een specifieke regeling in de Uitvoeringssubsidie Herstructurering Bedrijventerreinen. Ook bestaat het risico dat voorschotbetalingen door faillissement of liquiditeitstekort niet teruggevorderd kunnen worden als niet aan de subsidievoorwaarden wordt voldaan. Dit risico is ten opzichte van de Begroting 2026 gedaald met € 1,6 miljoen. Dat komt door het beter inzichtelijk hebben van subsidies die mogelijk niet teruggevorderd kunnen worden. We beheersen de risico’s door toezicht te houden op het niveau van de subsidieontvanger.

Incidenten aan het provinciale areaal (wegen en vaarwegen) (€ 1,9 miljoen)
Dit risico gaat over (herstel)kosten door incidenten in het areaal. Dat is het totaal aan wegen en vaarwegen. Het risico gaat om schade veroorzaakt door derden, waarbij we de kosten voor het herstel door wettelijke beperking niet volledig op de veroorzaker kunnen verhalen. De kans op dit risico wordt beperkt door een goede inrichting van het areaal, door handhaving op basis van de (vaar)wegverordening en met goed assetmanagement. Gevolgschades, zoals letselschade en schade aan objecten, zijn verzekerd. Het risico is onveranderd ten opzichte van de begroting 2026.
Er is in 2025 een incident geweest bij een groot onderhoudsproject van de Coenecoopbrug. Er is geen dekking nodig geweest uit de algemene reserve.

VTH-risico (€ 1,3 miljoen)
Dit risico gaat over de kans dat de provincie aansprakelijk wordt gesteld voor schadeclaims, onvoorziene kosten en/of (gevolg)schade die komt uit haar wettelijke taak van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten voeren de VTH-taken uit. De provincie is het bevoegd gezag. De provincie controleert of de omgevingsdiensten de provinciale beleidskaders volgens de Nota VTH uitvoeren en of zij voldoen aan de kwaliteitsnormen die daarvoor gelden. Het risico is onveranderd ten opzichte van de Begroting 2026.

Subsidieopbrengsten (€ 0,3 miljoen)
Het risico is dat de provincie minder middelen ontvangt vanuit het Rijk of de Europese Unie (EU) om de subsidies te kunnen financieren die zijn toegezegd. Dit kan gebeuren als cofinanciering vanuit het Rijk deels vervalt, bijvoorbeeld bij de MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT) Het kan ook gebeuren dat uitgaven niet-subsidiabel blijken. Dat risico doet zich vooral voor bij Europese subsidies. Het risico is ten opzichte van de Begroting 2026 iets verlaagd. Dat komt door betere controlemechanismen en het aflopen van een subsidietermijn.

Leningen en garantstellingen (€ 0)
Dit risico gaat over de kans dat geldleners leningen niet kunnen terugbetalen. Het gaat om leningen die de provincie aan hen verstrekte en om leningen die zijn verstrekt door derden waarvoor de provincie garant staat. Dit risico bestaat bijvoorbeeld bij dreigende faillissementen. Door de definitieve aflossing van een door de provincie gegarandeerde lening is dit risico verlaagd ten opzichte van de Begroting 2026.

Deze pagina is gebouwd op 04/28/2026 10:02:50 met de export van 04/28/2026 09:59:05